Kaftloos

De ontzagwekkende vrijheid

Ik heb een week vrij van de schrijverij. Er zijn een boel mensen die schrijver mogen zijn zonder iets te schrijven. De meesten hebben ooit iets heel goeds of heel diks geschreven en hoeven daarna niet meer zo nodig. Die mogen af en toe in een panel komen vertellen hoe het is om schrijver te zijn zonder te schrijven. Het lijkt me eigenlijk wel wat.

Daarom neem ik een week vrij en schrijf ik helemaal niks. Dat is toch mijn voornemen. Natuurlijk ontkom ik er niet aan dat er emails verstuurd, boodschappenlijstjes opgesteld en formulieren ingevuld moeten worden.
Lees meer

Niks

Een hele week. Een hele week even lekker niks. Dat gaat natuurlijk niet lukken, dat snapt iedereen die dat wel eens geprobeerd heeft. Maar toch ga ik een poging wagen. Althans: ik zoek natuurlijk ook nog steeds werk. En het huishouden verdient ook wat aandacht. En eigenlijk moet mijn fiets een grondig- nee, nee, nee, kijk, daar ga je al.

Demonstratief ga ik op de bank liggen met mijn armen gevouwen. Ik beweeg niet. Is dit wellicht niets ? Hoe weet je of je niets aan het doen bent ? Wat telt er in feite als ‘doen’ ? Mijn hart klopt en mijn haren en nagels groeien. Ik adem. Zijn dat allemaal dingen die ik doe ? Want dan ben ik op dit moment superdruk bezig. Bloed raast door mijn aderen. Mijn maag knort. Ik moet gapen. Met dit alles heb ik het potverdorie maar druk.

Het is om gek van te worden. Binnenkort neem ik even vakantie van al dat niksdoen. Want zelfs erover nadenken is vermoeiend.

Remspoor

Ik vraag aan het spiegelbeeld in de keuken wat ik hier in vredesnaam doe. Ik ben weer in Club P. We kijken een film die ik heb meegenomen. Geen ondertiteling. Muziekfilm. Een teken voor de striptekenaar en de Opperpater om er luidruchtig doorheen te praten, blijkbaar. En de striptekenaar heeft zelf niet door hoe luidruchtig hij kan praten. Waarschijnlijk denkt hij dat hij op normaal volume praat, maar de eerste helft van de film heb ik gemist. Pas bij de tweede helft ging de striptekenaar ook actief meekijken.
Lees meer

De Tragicus

De zon schijnt, maar dat maakt het enkel erger voor de tragicus. Hij staart naar het biertje dat ik hem gaf, uit medelijden. De tragicus zucht. Hij klaagt dat het biertje lauw is, en dat dat weer typisch is. Dan staart hij met toegeknepen ogen naar de zon. Daar komt ongetwijfeld dit jaar nog huidkanker van, meent de tragicus. Het is althans wel de verwachting. Ik zeg niet veel. De tragicus doet zo goed zijn best, dat ik het niet wil verpesten door een beetje mee droevig lopen te doen. Je moet een vakman wel de eer van zijn beroep laten.
Lees meer

Genoeg aan hier

Dat het een droom is, dat heb ik ook wel door, dat hoeft u me niet te vertellen. Ik zeg dit maar vast voor u verderleest. Want u bent zo verdomd bemoeizuchtig altijd. Beetje de conclusies voor me lopen te trekken. Ik ben hier potverdorie de schrijver. Een beetje respect, als u het nog kan opbrengen. Kan het even, ja ? Okee, mooi. Waar was ik ? Oh ja, ik was nog niet eens begonnen en ik ging er al vanuit dat u me wel zou onderbreken. Met uw ‘het was maar een droom’. Verdorie, zit ik me weer helemaal opnieuw op te winden. Stop daarmee ! Lees gewoon even verder zonder de hele tijd die onderbrekingen. Gedraag je eens – je bent hier wel op mijn site, ja. En inderdaad, ik ben inmiddels aan het tutoyeren. Komt door al die onbeschofte onderbrekingen. Dan gooi ik de beleefdheidsvormen ook overboord, hoor.
Lees meer

Ebolala

Sinds zijn benedenbuurvrouw heeft geklaagd, is het gedaan met de gezellige avondjes bij de Opperpater thuis. We zitten daarom vanavond maar weer met z’n allen in mijn woonkamer, in Club Blini. Ik heb maar één buurman, en die klaagt nooit over geluidsoverlast, aangezien hij zelf regelmatig muziek draait op een volume waar mijn koffiekopjes van rammelen. De Opperpater vraagt of we een film gaan kijken want hij heeft er zin in. Ik zeg dat we dat straks doen, want over een half uurtje komt een bekende van ons op TV. Oh ja, knikker, zegt de Opperpater. Hij had dezelfde vraag tien minuten geleden ook al gesteld. Ik verwacht dat hij het over tien minuten weer vraagt. Het is geen vergeetachtigheid; hij wil gewoon veel liever een film kijken.
Lees meer

Bezoeker

Dat is even fors wakker schrikken. Een heuse bezoeker ! Met een blik die ergens tussen extremen van onverschilligheid, leegheid, ongeduld en onbegrip bungelt, schuifelt hij binnen. Kijkt rond. Ik knik. Goedendag, meneer, zeg ik zachtjes. Hij kijkt me aan met halfverbaasde krentige varkensoogjes en kijkt dan verder rond. Het is wel even wennen. Een bezoeker op mijn website. Ik heb me hier de afgelopen maanden prima in mijn eentje vermaakt. Ik tel snel de stapel boeken die ik hier in verrukkelijke rust heb gelezen. Negenentwintig. Ik had verdorie bijna mijn dertigste uit. Ach ja. Het is natuurlijk goed, dat er een bezoeker is. Daar is de website voor opgezet. Voor bezoekers. Niet specifiek voor die ene bezoeker, natuurlijk. Maar óók voor hem.
Lees meer

Schuldig plezier

Het begint al bij de eerste, halfwakkere slentering door de grauwe straten van mijn wijk. Een buurvrouw, vlasblond piekjeshaar en een zichtbaar onvermogen om het bij één pondje meer te houden, rijdt op een brommertje. Ze klemt een envelop in haar rechterhand. De postbus is vijftig meter verderop. Ik wandel erheen als ik geen zin heb in een wandeling. Binnen twintig seconden rijdt ze terug, zonder envelop. Ik meen me te herinneren dat ze twee deuren van me af woont. Oordelen is te gemakkelijk, maar ik heb er wel stiekem een beetje plezier om. Luie mensen zijn ook goede mensen. Ze zijn meestal beter te vertrouwen dan ambitieuze mensen. Ik grinnik stilletjes, en voel direct een soort schuldgevoel. Van buitenaf, uiteraard. Opgelegd. Dit doe je niet.
Lees meer