Niet meer
Eraan denken, dat deed Karel niet meer. Hij wist zelfs niet meer waaraan hij niet dacht. Zoveel maakte hij zichzelf toch elke dag wijs. Dat het hem niks meer deed, wat er gebeurd was. Welnee. Ver achter hem.
Nee, hij dacht er zeker niet meer aan. Sowieso al niet meer elke dag. De dagen waren sindsdien allemaal bijzonder geweest. En daarom was er geen enkele dag bijzonder. De dagen waren bijmet. Bijzonder bijmet. Een kluwen bijmettige dagen. Monter stapte hij op kasseien en dacht vooral heel erg niet aan toen. Hij was er elke dag beter in geworden.
Lees meer