Cocon

Waarom, waaróm ben ik hierheen gekomen ? Ik haat deze plek. In feite ben ik nog liever dood dan dat ik hier ben. En het is zo verschrikkelijk druk. Ik sterf van de hitte, van al die lijven. Niet over nadenken. Niet over dat die hitte cumulatieve lichaamswarmte is, met vettige en zweterige huiden, compleet met meeëters en eventueel besmettelijke ziektes, compleet met jeukerige…. Juist, niet over nadenken zei ik al, slimpie. Wat maakt het uit wat voor ongedierte er misschien tussen die talg en dat zweet aan het smullen is ?
Lees meer

Star Fucker en de weg naar vergetelheid

Allebei doen we maar wat, vandaag. We zijn wel op een festival afgekomen met de interne belofte dat er veel vrouwelijk schoon zou zijn, maar we zijn ook intrinsiek eerlijk naar onszelf. Enerzijds in de coupé zit daar de Starfucker. Anderzijds zit ik. Allebei mannen waar geen vrouw op zit te wachten, en we weten het zelf ook heus wel. Dat maakt ons beiden zo vrij en stiekem een beetje interessant. En toch ook niet.
Lees meer

Om gek van te worden

Net. Mijn kop is net weer prettig stroperig aan het worden en mijn ogen beginnen samen te plakken. Ik hoopte nog dat ze het op zou geven. Natuurlijk niet, daar is ze weer. Ze zoemt rond mijn oor, instinctief sla ik op mijn kussen. Paniekerige zoem, nog eens over mijn oor. Nog een slag. Stilte. Even. Ik probeer me te ontspannen. Langzaam zak ik weg in het zwart. En dan, bijna – nee, verdomme. Is ze wéér ! Om gek van te worden. Boos klik ik het licht aan. “Hou eens op,” mompel ik slaperig.
Lees meer

Sekte

“Het is wel een beetje een sekte hoor,” zegt de mevrouw op het feestje. Ze heeft het over mijn vriendengroep. Elke donderdag, althans, de meeste donderdagen, komen wij bijeen op het terras. Even lekker ‘onszelf zijn’. Iedereen die onze groep kent, vindt ons maar rare jongens, maar wij vermaken ons er goed bij. De mevrouw in kwestie was er eens bij en wist niet hoe vlug ze weg moest gaan. Volgens mij lag dat gevoel puur bij haar, maar ik kan me vergissen. Voor mij hoefde ze alvast niet weg. Voor mij hoeft niemand weg.
Lees meer

Kluizenaar

Mijn vrienden vragen steeds vaker, althans, wanneer ze me weer eens zien, waarom ik zo weinig meer in de kroegen en op de feesten te vinden ben. Ik verkluizenaar. En dat bevalt me prima. Het bespaart allereerst bakken vol geld, het zorgt ervoor dat mijn onopvoedbare kat en ik een steeds betere band krijgen, je leert er je echte vrienden door kennen en de rust, mensen, de rust. Man, man. Echt hoor.
Lees meer

Poster

Toen alles voor me veranderde, raadde een goede vriend me aan om een poster op te hangen. Een poster van de stad waar ik eigenlijk heen wil. Zodat ik die alle dagen zal zien, dat die me eraan zal herinneren, en dat ik toe zal werken naar dat doel. Dus dat deed ik, want de vriend in kwestie heeft soms best goed advies. Natuurlijk, sinds de poster er hangt, herinnert hij me er vooral aan dat ik steeds verder van die stad verwijderd raak, maar ja, dan moet ik maar geen poster aan mijn muur hangen in een van de lastigste werkzoekperiodes van de afgelopen decennia.
Lees meer

Sloopmeneren

Voor mijn huis zijn sloopmeneren bezig. Nu al twee weken. Ze maken enorm veel lawaai. Alles trilt. Dat gaat zo van ‘s ochtends vroeg tot het eind van de middag. Al twee weken verpesten ze zo elke dag. Ik word trillend gewekt, zit trillend te lunchen, probeer trillend een baan te zoeken. Het werkt allemaal danig op mijn zenuwen. En ze slopen maar door. Sloperdesloop. Trillerdetril. De sloopmeneren zijn het duidelijk zelf nog niet beu, dat sloopmeneer zijn. Ze lachen en roepen grappen en andere joviale opmerkingen naar elkaar. Er wordt met plezier gesloopmeneerd.
Lees meer

Kooijbooij

Ik loop over straat met mijn hoed op tegen de regen en de zon. De deur zwaait open en de Abraham neemt gretig mijn felicitatie aan. Kinderen gillen me na: “Kijk, daar, daar loopt een kooijbooij ! Een kooijbooij !!” De Abraham wijst me waar de drank is. Ik slenter in feite maar wat – ik weet waarom ik mijn huis heb verlaten, maar het is niet om de kooijbooij uit te hangen. De gastheer kijkt rond en bedenkt zich dat ik, inderdaad, waarschijnlijk niemand hier zal kennen. De kindjes rennen achter me aan: Meneer kooijbooij, meneer kooijbooij, ga je boeven of indianen schieten ? Hij schrikt lichtjes: nee, je kent inderdaad niemand hier.
Lees meer