De fantasie
Als de fantasie ‘s ochtends een ommetje wil gaan maken, trekt hij zijn sjaal aan en zet hij zijn koddige petje op. Hij heeft er zin in. Welk onheil hem boven het hoofd hangt, kan hij nu nog niet vermoeden. De fantasie gooit een botersnoepje in zijn mond en loopt neuriënd de deur uit. Het is droog. Dat is al heel wat. Gisteren zwommen de mensen in de straten. De fantasie zou graag hebben gehad dat dit verzonnen was, maar het was echt. Het gaat slecht met de fantasie: de realiteit wint terrein. De realiteit is de aartsvijand van de fantasie. Volgens de vrouw van de fantasie kan hij niet zonder de realiteit, maar dat weet hij nog zo net niet.
Lees meer