De fantasie


Verhaal door René van DensenAls de fantasie ’s ochtends een ommetje wil gaan maken, trekt hij zijn sjaal aan en zet hij zijn koddige petje op. Hij heeft er zin in. Welk onheil hem boven het hoofd hangt, kan hij nu nog niet vermoeden. De fantasie gooit een botersnoepje in zijn mond en loopt neuriënd de deur uit. Het is droog. Dat is al heel wat. Gisteren zwommen de mensen in de straten. De fantasie zou graag hebben gehad dat dit verzonnen was, maar het was echt. Het gaat slecht met de fantasie: de realiteit wint terrein. De realiteit is de aartsvijand van de fantasie. Volgens de vrouw van de fantasie kan hij niet zonder de realiteit, maar dat weet hij nog zo net niet.

Kijk dan, denkt hij, wanneer hij de woning van de realiteit passeert. Patser. Reusachtig paleis, enkel om te imponeren. Er is niks origineels of zelfs noodzakelijk aan, dit is puur schone schijn. De realiteit doet zich graag beter voor dan hij is. En hij heeft al zoveel. Er is steeds minder werk voor de fantasie. Maar het weinige dat er is, pikt de realiteit ook met liefde in. Tegen een bizar laag uurtarief. De realiteit hoeft niet veel te kosten. En waarvoor, dat is de fantasie niet duidelijk. De realiteit is alleen, heeft geen monden te voeden. De fantasie heeft thuis miljarden geestelijke kinderen. Wat zegt hij, miljarden – talloze. Ontelbare. Onvoorstelbaar vele.

En plots voelt hij een scherpe steek in zijn rug. In zijn nek ademt de realiteit. “Eindelijk,” sist de realiteit, “eindelijk heb ik je, smeerlap.” Hij trekt het mes uit de fantasie en steekt nog een keer, en nog eens. De fantasie hapt naar adem, proeft bloed. Alles draait en dwarrelt zwart. Als hij op de stoep ineenzijgt, draaien zijn ogen hun kassen in. De werkelijkheid is plotseling wel heel dichtbij, denkt hij. Even probeert hij te doen alsof hij het zich allemaal maar inbeeldt. Was zijn oude vriend, de droom nu maar hier.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *