Audio stories

Schroom

Natuurlijk, haar kinderen hadden het, dat is al vaak een slecht teken. Vervolgens zijzelf. Dus waarom was ik zo arrogant te denken dat ik de dans zou ontspringen, vraag ik me af, terwijl in twee richtingen tegelijk zich mijn avondmaal mijn lijf uitperst. Daar ging de heerlijke tomatensoep uit het kerstpakket – wellicht had ik hem toch beter bewaard voor de Feestdagen. En wat er vanonder uit loopt wil ik niet eens weten, maar het is dun, het spettert en het lijkt mijn bilharen weg te schroeien.
Lees meer

Bookleg

Op het terras vraagt een wildvreemde man of ik zijn boek wil signeren. Ik ken de man niet en verkoop al mijn boekjes zelf, behalve mijn debuut dat wél goed verkocht. Ook sta ik in wat bloemlezingen, dus het kan, dat ik de man niet ken. Ik zeg goed.
Hij geeft me een boek aan dat dezelfde titel draagt als mijn laatste prozabundel. Maar in sierlijk dameshandschrift op de kaft geschreven met eronder een streep en dan mijn naam. Het handschrift oogt herkenbaar. Verwonderd keer ik het boek om. Er staat een foto afgebeeld van mij als klein kind, in zwembroek, in een rare houding. Ik herken de foto: ik deed of ik een postmodern kunstwerk was.
Lees meer

Sven


Sommige schrijversvrinden doen serieuze moeite om verhaaltjes te verzinnen om te schrijven. Bij het ontwaken ligt een verse dode muis aan mijn voeteneind. Ik zeg tegen de poes dat ze die goed gevangen heeft en loop dan blootvoets mijn huis uit. Ik woon achter een poort, en wanneer ik die naar straat open vallen er twee mensen binnen. Letterlijk. Blijkbaar stonden ze te leunen.
Lees meer

Lijntjes

Ze keek me met een bezorgde blik aan. Of haar jas mij niet in de weg hing. Ik zat tegenover de vrouw, haar jas hing aan mijn raamkant. Ik schudde nee. Haar jas hing mij niet in de weg. Opgelucht vroeg ze de conducteur hoe laat we in Antwerpen zouden aankomen. En nog wat aanvullende vragen die helder maakten dat haar laatste treinreis een tijdje terug was geweest. De conducteur stond haar geduldig maar zakelijk te woord.
Lees meer

Het beste heden


Het was een klein kind, een meisje, met spiderman schminck op haar gelaat, Vos. En ik las jouw woorden, want die lees ik altijd als mijn ziel wat zalf behoeft, en dronk een pint, zo een uit blik, maar dat geeft niet, in de trein heeft men doorgaans geen bar. Toch niet de treinen waar ik mee rijd. En hij zat stampensvol, Vos. De mensen verdrongen zich om een staanplaats in de gangen. En het meisje was haar mama kwijt en aan het wenen.

Nu zat ik, letterlijk, niet in een positie waarin het evident was om haar te helpen. Gewedged tussen volk in het uitstapdeel van de coupé en de deur van de conducteursruimte. Maar een medeslachtoffer in dat deel van de trein, een leuk meisje zelfs, ontfermde zich direct over het kind en ging mee haar mama zoeken. Ze toog achter het kind aan, de coupédrukte in. Ik benijdde haar niet, maar was lafjes opgelucht dat zich iemand over het kind ontfermde en dat ik het niet moest zijn. En ik las door. Hoe je woordelijk langs de twee rivieren in Gent flaneert met een pul bier en je verwondert over de druktemakerij. Kalm zalfde ik mijn ziel en mijn keel.
Lees meer

Toestandindewereld


Hij kijkt me diep in de ogen en vraagt krachtiger dan ik verwachtte: “Waar was je vannacht ?”

Ik wil niet antwoorden en kijk wat naar mijn schoenen. Ze moeten nodig gepoetst worden. Mijn schoenen moeten al heel lang gepoetst worden. Ik heb poets gekocht. Met de bedoeling ze te poetsen. En toen deed ik het niet. Want ik had een optreden. En beschadigde schoenen doen het goed bij mijn kostuum. Ik heb echter heel weinig optredens. Dus zo heel nodig is het niet dat ze ongepoetst blijven. Ik heb zoveel te doen, denk ik even. Maar ik probeer even te onthouden dat ik mijn schoenen toch binnenkort maar eens moet poetsen. Daar gaan ze langer door mee. Schijnbaar.

Ik schraap mijn keel. “Ik, eh.”

“Ja ?” antwoordt de Toestandindewereld fel.
Lees meer

Is dit een stiltecoupé ?

“Wajoo, ik heb trouwens kapot goed nieuws. Ik ben óver !”
“Echt ??? Woeee proficiat !” Vier paar handen hi-fiven en er klinkt luid gegiebel.
“Waar zijn we nu ? Boxtel ? Het is nu ineens een sprinter, watdefok !”
“Moeten we er hier niet uit dan ?”
“Nee dit is Boxtel, niet Eindhoven.”
“Weet je hoe ik weet dat dit niet Eindhoven is ? Dan staat daar een grote bol. En daarachter priem. En ark.”
“Ja maar die ark verdwijnt dan wel achter de bol.”
“We moeten wel een treinleven selfie maken he, dan komen we morgen in de krant.”
“Ja weet je, als jullie er niet hadden gestaan, had ik zo ingestapt. Zelfs al was het een goederentrein.”
“Ik heb twee vieren, een vijf, een zes en de rest zevens en achten.”
“Echt zin in deze vakantje, wajoo.”
“Ja ofnie.”
“Deze trein gaat echt kapot langzaam.” Lees meer

Maden

Prozacstad wordt overspoeld door een nieuwe rage. Het begon eigenlijk heel klein. Een enkel vliegeneitje in een vuilnisbak. Maar al snel kroop er een dikke made in de bak rond, en dat bleef de buren niet onopgemerkt. Men moest toen ineens allemaal mades hebben in hun prullenbakken. De vliegeneitjes waren niet aan te slepen.

Vervolgens moet je er wel wat mee, natuurlijk, met die maden. Je moet niet denken dat als je een paar maden hebt die rondkruipen in je vuilnis, je het al helemaal gemaakt hebt. Nee, net als alle andere rages kost ook deze werk, aandacht voor detail, biedt de madentrend talloze mogelijkheden om op unieke, eigen manier uit te blinken in de kolkstroom van collectief kuddegedrag.
Lees meer