Medicijnman

De medicijnman sprak de frietboer, die zei hem van de week: 'Als ik nu de snackbar ben, dan benu apotheek'

Boze wit

Het Boze Wit, het
dreigt, het dreigt te
vallen, het zal in je

lucht uiteen spatten
in spetters en stralen
je wereld wit kleuren,

het zal bedekken, inwitten,
je grip doen verliezen,
het is allemaal

de schuld van het
Boze Wit.

Schroom


Verhaal door René van DensenNatuurlijk, haar kinderen hadden het, dat is al vaak een slecht teken. Vervolgens zijzelf. Dus waarom was ik zo arrogant te denken dat ik de dans zou ontspringen, vraag ik me af, terwijl in twee richtingen tegelijk zich mijn avondmaal mijn lijf uitperst. Daar ging de heerlijke tomatensoep uit het kerstpakket – wellicht had ik hem toch beter bewaard voor de Feestdagen. En wat er vanonder uit loopt wil ik niet eens weten, maar het is dun, het spettert en het lijkt mijn bilharen weg te schroeien.

Hijgend hang ik boven de smurrie in de gootsteen, spugend en kokhalzend. Als het nou was omdat ik teveel gedronken had, dan kon ik ermee leven. Maar vandaag dronk ik enkel water en koffie. Oh hee, ik zie ook wat koffie tussen de soep. Ik roer verwonderd wat met mijn vinger in de plotskots terwijl er verse spetterpletter op het porcelein klettert. En ja hoor, natuurlijk komt er nóg een golf naar boven. Ik kledder het erbij in de gootsteen en vraag me af hoe lang nog. Dit is alvast de tweede ronde vannacht en slapen doe ik op dit moment in korte etappes van een uur, waar ik zwetend uit wakker word.

Beneden op de naar koorts stinkende bank rammelt mijn maag. Ja, dat snap ik. Daarstraks at ik een appel. Dacht nog, dat gaat wel goed. Ging niet goed. Zo oneerlijk. Dan doe je eens een dag gezond. Zie daar de halfverteerde stukjes maar eens van de gootsteen door te krijgen. Morgen drink ik gewoon weer bier.

Woensdag bij de Spannende Manne !

Ik ben hard bezig met de nieuwe eindejaarsvideo, maar dat jaar is nog helemaal niet ten einde potdorie ! Deze woensdagavond zit ik in de studio bij de Spannende Manne. Ik zit daar niet alleen: de gastheren zijn er dan ook. Dat hebben ze me expliciet beloofd. Iets té expliciet als u het mij vraagt. Dus als u iemand 2 uur lang ‘hallo, is daar iemand ?’ hoort vragen, dan ben ik er weer ingetrapt. Maar laten we uitgaan van goede intenties. 21u00 – 23u00.

Ook in de studio dan, als alles goed gaat: Daan Taks. Eveneens een fijne dichter. En heel veel prettige muziek en zo. En humor en bier. Chaos, dat is mij beloofd, chaos. We gaan het meemaken. Op de digitaalkabel zit het ergens in Tilburg. En op een FM frequentie (Ether op 107.6. Analoog op 87.5). Oh, u woont niet in Tilburg ? Ik toch ook niet, gekkie ! Je kunt ook live streaming luisteren want de techniek staat voor niks. En aflevering gemist ? Dan staat het waarschijnlijk donderdag hier ongeveer online. Nou; verzin nu nog maar eens een excuus om niet te luisteren.

Half of all the nothings in this world

Half of all the nothings
in this world
couldn’t dig
your void

You voice
echoes
of others

And stare
into
nowhere, waiting

for no one.

Bookleg


Verhaal door René van DensenOp het terras vraagt een wildvreemde man of ik zijn boek wil signeren. Ik ken de man niet en verkoop al mijn boekjes zelf, behalve mijn debuut dat wél goed verkocht. Ook sta ik in wat bloemlezingen, dus het kan, dat ik de man niet ken. Ik zeg goed.
Hij geeft me een boek aan dat dezelfde titel draagt als mijn laatste prozabundel. Maar in sierlijk dameshandschrift op de kaft geschreven met eronder een streep en dan mijn naam. Het handschrift oogt herkenbaar. Verwonderd keer ik het boek om. Er staat een foto afgebeeld van mij als klein kind, in zwembroek, in een rare houding. Ik herken de foto: ik deed of ik een postmodern kunstwerk was.
Thuis bel ik mijn moeder. Ze geeft toe dat de bookleg van haar is. Ze zegt dat ze trots iedereen mijn verhalenbundel liet lezen maar dat hij daarvan uit elkaar begon te vallen. Dus dat ze toen kopietjes heeft gemaakt maar dat de kaft wat moeilijk was. Dus had ze die zelf gemaakt. Ze zei dat ik alles ook gratis laat lezen via mijn website. En dat ze zo hoopte me zoveel mogelijk lezers te bezorgen.
Ik zeg dat ze gelijk heeft en dat ik van haar houd. Ja ik kom snel op bezoek. Ik hang op en kauw wat op het stuk beschuit dat ik in het park vond.

Sven



Sommige schrijversvrinden doen serieuze moeite om verhaaltjes te verzinnen om te schrijven. Bij het ontwaken ligt een verse dode muis aan mijn voeteneind. Ik zeg tegen de poes dat ze die goed gevangen heeft en loop dan blootvoets mijn huis uit. Ik woon achter een poort, en wanneer ik die naar straat open vallen er twee mensen binnen. Letterlijk. Blijkbaar stonden ze te leunen.

Ze zeggen hola. Ik zeg goedemorgen, met een dode muis in mijn ene hand en de klink in de andere. Ze zeggen dat ze voor Sven komen, dat ze hier eerder zijn geweest bij een feestje, dat het voor hierboven is. Ik zeg dat er geen Sven woont. Een van de mannen blijft half in de deuropening hangen. Na een paar minuten kermt hij, iemand, help mij overeind. Ik help de man overeind. Hij grijnst wat en zegt, prothese.

De andere man heeft volgens mij geen prothese maar die staat een stuk wankeler. Hij blijft praten over Sven. Ik wil dat de mannen weggaan, ten eerste woont hier geen Sven, ten tweede wil ik niet dat mijn kat ontsnapt. Het is te laat. MIjn kat glipt tussen de protheseman zijn benen door en rent de straat op. Getoeter. Piepende banden.

Binnen enkele minuten komt ze terug, triomfantelijk een vrachtwagen aan mijn voeten leggend. Er stapt een woedende chauffeur uit de cabine. Ik vraag de man vriendelijk of hij Sven heet. En anders of hij een muis wil.

Lijntjes


Verhaal door René van DensenZe keek me met een bezorgde blik aan. Of haar jas mij niet in de weg hing. Ik zat tegenover de vrouw, haar jas hing aan mijn raamkant. Ik schudde nee. Haar jas hing mij niet in de weg. Opgelucht vroeg ze de conducteur hoe laat we in Antwerpen zouden aankomen. En nog wat aanvullende vragen die helder maakten dat haar laatste treinreis een tijdje terug was geweest. De conducteur stond haar geduldig maar zakelijk te woord.
Uit haar reiskoffer pakte ze een boek met mandala afbeeldingen. Per maand. Ze sloeg het boek open op Januari. Te vroeg, dacht ik nog. Maar toen viste ze uit haar binnenzak een blikken doosje.
Ze opende het doosje en griste de potloden erin bijeen. Vervolgens bestudeerde ze uitgebreid elk potlood. Uitvoerig. Op sterkte. Na wat een eeuwigheid leek. viste ze er één potlood uit en plaatste die op een specifieke positie in het blikje. Vervolgens studeerde ze op een volgend potlood. Na nog een eeuwigheid ging die ook in de juiste plek in de formatie.
Zo ging ze één voor één de potlodenbulk te lijf. Ik staarde. Hoe kon ik anders ? De geur van vers geslepen potlood kroop in mijn neus. Even raakte ik licht ontroerd. Ik vroeg me af of ik de vrouw moest opschrijven. Of andere mensen over haar zouden willen lezen. Wat die uit het bestaan van deze vrouw zouden putten.
En toen ging ze haar mandala inkleuren. Keurig binnen de lijntjes. Ik staarde het raam uit, waar de natuur zich enkel naar haar eigen wetten schikte.
Onwillekeurig zwaaide mijn blik terug. Op haar plichtmatige potlootpunt. Die keurig de kringeltjes kleurde. Alles aan de vrouw straalde symmetrie af. Ze had nog net geen twee horloges aan. De tijd, de tijd had haar dit verdrijf gegeven. Altijd die ellendige tijd weer.

Slaperig knuffel ik mijn rugzak en
de woorden komen

Ik open mijn laptop en

de woorden zijn weer weg.