De Overbierman en ik staren stil wat vanaf het terras. Eigenlijk willen we binnenzitten. Maar binnenzittend kwam er een beuzak aan onze tafel bijbinnenzitten en toen gingen we buitenzitten. Er rijdt plots een bus voorbij. Ik kijk verbaasd, want die is wel erg vroeg dit jaar. Plots zien we een tweede erachteraan rijden, en daar slaat een derde af. In paniek wordt de Bussenbestrijding gebeld, want het lijkt er sterk op dat er hier een nest in de buurt zit.
De bussenbestrijder arriveert echter ook in een busje. En hij spuit wat rond uit een spuitbus. Eigenlijk verergert hij de situatie alleen maar. En ja hoor, plots wemelt het overal van het openbaar vervoer. We proberen de irritante bussen weg te jagen en wat van onze zondag te genieten, maar van alle kanten blijven ze komen. Het is nog niet eens het bussenseizoen. En die bussen dragen kweniehoeveel passagiers met zich mee die allerlei ziektes komen overbrengen.
De politiek probeert in te grijpen door zoveel mogelijk haltes te schrappen, maar de bussen laten zich niet ontmoedigen. Alle bestrijding ten spijt slepen ze zich over de wegen voort, slijpen het asfalt aan gort met hun versleten metaal dat vonken spat tussen hun wielen, en zitten helemaal vol met vervoermensen. Het is mij veel te vroeg dit jaar voor deze ellende. Bijna – BIJNA – zouden we terug naar binnen gaan. Maar daar zit die beuzak te binnenzitten.

