Vandaag is zo’n dag dat ik alles in twee titels denk. Of: Alles met dubbele titels is stom. Stel je voor: Overal staat een bijtitel bij. Mijn brein is echt kut: ondertitels zouden eigenlijk niet nodig moeten zijn. Ik doe het in mijn boekjes ook: Al vanaf mijn debuut hebben zeker tien boeken een tweede titel. Geteld op mijn vingers: wellicht zijn het er nog meer.
Plots vind ik het stom: zo’n reusachtig grote titel met zo’n kleingedrukt tweede titeltje eronder. Pretentieus bovendien: die tweede zinnen zijn vaak overgecompliceerd geconstrueerd en onnodig overwoordig. Dat je denkt: dat kon eenvoudiger, meneer het schrijvertje. Simpel: hou die tweede zin kort en gewoon bij de essentie zonder bijzaken zoals voorbeelden bijvoorbeeld of nog extra toevoegingen, gewoon snoeien zodat die zin nog een beetje deftig groot afgedrukt kan worden, want voor je het weet is zo’n bijtitel ineens meerdere regels lang en je weet toch dat de lezer of aspirant koper enkel op die eerste titel let, dat is net je trucje eigenlijk, in die tweede titel verduidelijk je vaak wat er eigenlijk écht in het boek staat maar bijna niemand leest zo’n nodeloos lang ding en dus is de eerste titel al dat blijft hangen, zo simpel is het.
Ondertussen… Denk ik wel bij iedereen op straat ondertitels. Blond: Maar over twee weken moet ik nieuwe haarverf halen. Wolk: De kunst van je aantal in het blauw overdrijven. Ouders: Het echte gevaar in de spits, want wat rijden ze lomp en gevaarlijk. Politie: Nu even niet door rood. Hier ook al werken: Is er dan één weg in deze stad die momenteel niet openligt godverdomme ? Ik was op tijd: De werkdag is op dat vlak tenminste goed begonnen. Einde verhaal: Wat ik haastig op een kladblaadje schreef voor ik het druk kreeg, en als dit het laatste is dat er op mijn papiertje staat, had ik geen tijd meer voor meer.

