Wie me het bericht stuurde, gaat jou helemaal niet aan. Dat mag je zelf inkleuren. Word je groen van jaloezie, dan word je dat maar. Haalt weinig uit, maar als jij je daar lekker bij voelt, gewoon doen. In ieder geval verraste het me wel dat zij en ik, ons, wij, elkaar exact een half jaar kennen. Dat dat pas een half jaar is, bedoel ik. Tijd en ik, dat zal altijd moeilijk liggen. Dat kun je waarschijnlijk wel inkleuren.
De grijze wolken die zich na maanden schroeiend blauw bijeenplakken zijn de mooiste kleuren die ik me vandaag kon wensen. Mijn schreeuwgele fiets jakkert over donkergrijs nat asfalt. Ik voel al dat de regen niet meer opnieuw gaat vallen vandaag, maar het is toch al iets. Als het zo een paar dagen voorzichtig inregent, opent de grond zich ook wellicht en hoeven er geen dorpen weg te spoelen eens de stortbak ratelt.
Ze heeft al een eigen grinnik bij mij, daar staan we blijkbaar. En binnengrapjes. Dingen die alleen zij en ik gaan snappen. Dient volledig geen nut allemaal. En een zooi tijd dat we verkwisten met onze gesprekken. Je zou er bijna een midlife van krijgen, als je je druk zou maken om zoiets onbenullig als hoeveel tijd je nog hebt. Gelukkig sporen we elkaar ook aan en dagen we elkaar uit om beter te worden. Kijk, toch nut. Of toch een nutskleur.
De grauwe wolken worden alweer lichter en de lucht drukt. Doef, noemen ze dat hier. Ik vind dat best een mooi woord voor zo’n naar gevoel. Benauwd, zeggen we waar ik vandaan kom. Maar dat zeggen we ook als we bijna stikken, en het is toch echt niet hetzelfde gevoel. Het heeft een andere woordkleur. Dit is klam, ongemakkelijk, zeurderig, onontkoombaar. Welke kleur is dat, vraag ik me stilletjes af. Welke kleur is doef ?
Ik kan wegkruipen in de kleuren en het begrip van haar woorden, en laat speelruimte voor haar tussen de mijne. Kwispelend dartelen we door de taal. Ik heb nog nooit een taalspelkameraadje gehad. De taal is normaal mijn eigen grote dekenfort. Van waaruit ik piewpiew naar Hun Realiteit kan roepen. En bananen kan gooien. En me kan inbeelden dat iedereen is wat ik van hen maak. Hier tussen mijn dekens en doeken, zinnen en klanken, maak ik de kleur. Maar nu kleurt er iemand mee, en dat is eigenlijk ook best een keer leuk.
Onderweg naar huis, doodop, zie ik niet eens meer welke kleur doef heeft. Thuis maar weer een woordenfort bouwen dan.

