preloader

Zijn vingers strelen het pokdalige huidje. Nog niet rijp. Hij moet wel aanraken, want hij is zo kleurenblind als wat. Ik heb dat van hem. Als hij twijfelt of de aardbeien rijp voor de pluk zijn, vraagt hij het Oma. Want zelf kan Opa het simpelweg niet zien. Niet handig voor een tuinder, zou je zeggen. Maar kleur is niet alles.

Zonder morren heeft hij een reusachtige bol modder van de ene kant van de akker naar de andere gerold. Dat valt niet mee, want de modder is zompig. Zijn armen zakken er diep in weg. Hij heeft er allang een methode voor, hij heeft voor alles een methode. De ene arm trekt hij er met een vlotte beweging uit terwijl de andere arm zich in de bol boort en het momentum gaande houdt. Zo blijft hij niet in de zompbol hangen. Dat is al meer dan eens gebeurd, en hij belandde ook al eens onderop en was bijna gestikt. Dat nooit meer. We hebben ook geen haast. Alles in het leven komt goed met wat geduld.

De modderbal moet ‘s ochtends in het oosten van het veld staan, ‘s avonds in het westen. Je moet hem niet vragen waarom, zo groeien de planten. Zijn armen zijn noest, zijn huid rauw. Heel zijn leven ligt op deze akker. De avonden zijn van hem en Oma als koppel. En hij gaat ook heus wel eens een keer naar de verjaardagen van de kinderen. Eventjes. Want het zint hem dan niet hoe de komkommers erbij stonden die ochtend. Daar moet ingegrepen worden. Nee, hij hoeft geen taart. Hij kijkt naar het schijfje aardbei op de taart, glazig, opgespoten, veel te nat.

Zijn kleinzonen komen elk weekend en spelen op de akker, wanneer dat veilig is. Onlangs bouwden ze een enorme iglo van gedroogde aardappelplanten en verstopten zich erin. Een heel gangenstelsel was er vanbinnen, alle kanten op. Hij heeft het daarna natuurlijk opgeruimd, een ideale plek voor ongedierte. Maar een paar uur heeft hij ze laten begaan, zijn eigen kinderen deden niet anders vroeger.

Onderweg naar het middageten – het woord lunch is nog niet uitgevonden en dat gaat hij nooit kunnen uitspreken ook – voelt hij de aardbeitjes nog eens. Deze is rijp. Deze ook. Hij plukt er een voor Oma en een steekt hij genietend in zijn mond. Met een zucht ploft hij neer op het bankje ernaast en sluit even zijn ogen in de zon. En dan moet het heel plots zijn gegaan.

Oma vraagt zich af waar hij blijft en gaat kijken. Hij zit heel mooi op het bankje, muisstil, met een glimlach op zijn gezicht en een aardbei in zijn handpalm. De modderbol droogt langzaam op in het veld.

Share Button

Door Rene van Densen

Schrijver, dichter en mafkees René van Densen publiceert niet alleen op internet. Er zijn ook boekjes van hem te koop in zeer gelimiteerde oplagen (en hij doet niet aan tweede drukken).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *