2014

De goedheid van de mensen

De strip van mijn pijnstillers klinkt als een plastic melkkuipje. Mijn kat is op veel dingen geconditioneerd. Melkkuipjes mag ze normaal gezien uitlikken, dus komt ze toegesneld. Oh. Het zijn pilletjes. Toch even ruiken. Nee, geen koffiemelk. Dan huppelt ze weer springerig de tuin in. Ik heb nog nooit een kat met rugpijn gezien, bedenk ik me. Misschien had ik beter in de gaten moeten houden hoe die dat flikken. Ik zit in de grote leren schrijversstoel en kan me amper bewegen. Als ik wil schrijven, moet ik voorover leunen en strak in die houding blijven zitten. Dan lukt het. Daar wacht ik nog even mee. Ik moet iets te vertellen hebben. De steken in mijn rug leiden af. Geduldig wacht ik tot de pijnstillers werken.
Lees meer

Kerstboom

“Ik weet wel wat,” fluisterde de stem. “Kom mee.”

Ik heb helemaal geen zin om mee te komen. Uiterst functioneel zit ik te kniezen. Dat maar een handvol mensen mijn teksten leest. En waar ik het dus allemaal voor doe. Het heeft me alle zin ontnomen – vandaag, maak u niet ongerust – om te schrijven. Buiten schijnt er immers weer. En er zijn beelden op televisie. En naast schrijven staan er ook andere dingen op het programma. Schrijven is sowieso stom. Zit je daar. Tikkerdetik. Pauzemomentje. Staren in de verte. Hoofd terug. Tikkerdetik. Het is stierlijk vervelend om naar te kijken, en stierlijk vervelend om te doen. Dus nu even helemaal geen zin.
Lees meer

Boeven

Er is een boel stennis in  Sint Isidorushoeve. In de hoeve van boer Doeve hebben boeven toegeslagen. Ze stalen zijn computer, zijn collectie antieke schroeven, en zijn wagen. Dergelijks verwacht je eerder in Schagen, maar daar doet men nu blaasproeven en boeven laten zich niet belagen. Vette pech voor boer Doeve, die bedroefde groeven in zijn gelaat toelaat. Waar de boeven nu vertoeven is een raadsel, want de boeven zijn foetsie. De boeven deden poef en waren feitelijk aan het poeven. Ze lichtten vluchtig de hoeven. Met nauwkeurig sporenonderzoek en DNA-proeven poogt de politie de boeven nu achterna te zoeven.
Lees meer

Standpunten

Als ik ‘s ochtends even mijn ziel uitlaat, staat de straat er vol van. Overal. Ze staan maar wat te staan. Mannen in pakken. Sommige mannen dragen maar een half pak – een keurig colbert met hemd en stropdas boven, maar een spijkerbroek onder. Anderen in vol ornaat. Strijkvouw in de pantalon. Sommige hebben krijtstreepjes. Niet van die lijnen die de forensische dienst trekt rond een lijk. Ik bedoel van die witlijntjes in de stof van hun pak. Die de bedoeling zijn. Zeg maar. Het staat duur en statusrijk, naar het schijnt. Van die poehpoehstreepjes. Die een bepaalde mate van autoriteit uit moeten stralen. De drager dezes weet wat hij zegt, want hij heeft witte lijntjes op zijn pak. Allen staan ze stram en officieel.
Lees meer

Brokken

Op het hele huishouden moet worden bezuinigd. Ook bij jou, poes, zeg ik tegen mijn poes. Dus begin ik een experimentje met goedkopere brokken. Natuurlijk lust ze ze niet. Ze wordt magerder. Twee keer per week krijgt ze een traktatie, en ze wacht liever tot die snack dan dat ze deze meuk eet. Om haar toch niet te doen verhongeren, gooi ik wat van haar lievelingsvoer bij de goedkope brokken en hussel het door elkaar. Maar daar trapt ze mooi niet in. Ze ruikt het direct. En dan schept ze haar bekje vol, dumpt de brokken naast haar bakje, en sorteert de lekkere brokken eruit. De rest laat ze liggen. Zo spreidt zich al snel een flinke hoeveelheid ‘moet ik niet’ brokken uit.
Lees meer

Stadsstrand

Nabij mijn huis wordt een stadsstrand aangelegd. Zand. Dat is natuurlijk het eerste waar u aan denkt. Ik ook. De mensen van het standsstrand pakken het echter helemaal anders aan. Eerst komen de strandhuisjes. En de stoelen. En de entree. Palmboompjes. Desgevraagd zeggen ze dat het zand het laatst erin komt. “Het is rond die tijd in de aanbieding,” zeggen ze. Ook zijn ze niet overtuigd van de noodzaak van zand. “Andere stranden hoeven ook niet speciaal zand neer te leggen, dat is er gewoon al.”
Lees meer

Boze zon

Een beetje tureluurs wordt hij wel van ons, die zon. Dan staan we weer dichtbij, dan draaien we weer verder weg. En constant maar rondjes draaien. Laat staan al die satellieten en wolken die we constant tussen ons en hem in schuiven. Hij is het eigenlijk wel een beetje beu, die afstandelijkheid van dat rotplaneetje. Dus hij is zijn koffer aan het inpakken. Hij zegt toedeloe. Zoek maar een andere idioot om een beetje de zon uit te hangen, zegt hij. Ik heb er genoeg van. Voor niks doe ik dit. Jullie hebben er zelfs een gezegde over. En maar stroom leveren aan die lelijke panelen. En maar toerisme ondersteunen. Nee, ik heb er genoeg van. Ik krijg er niks, echt niks, voor terug.
Lees meer