Op het hele huishouden moet worden bezuinigd. Ook bij jou, poes, zeg ik tegen mijn poes. Dus begin ik een experimentje met goedkopere brokken. Natuurlijk lust ze ze niet. Ze wordt magerder. Twee keer per week krijgt ze een traktatie, en ze wacht liever tot die snack dan dat ze deze meuk eet. Om haar toch niet te doen verhongeren, gooi ik wat van haar lievelingsvoer bij de goedkope brokken en hussel het door elkaar. Maar daar trapt ze mooi niet in. Ze ruikt het direct. En dan schept ze haar bekje vol, dumpt de brokken naast haar bakje, en sorteert de lekkere brokken eruit. De rest laat ze liggen. Zo spreidt zich al snel een flinke hoeveelheid ‘moet ik niet’ brokken uit.
In het begin stofzuig ik die op. Tot ik besef hoe idioot dat is. In feite is mijn stofzuigerzak op den duur gewoon weer een zak van dat goedkope kattevoer. In een luie bui laat ik het een paar dagen voor wat het is. De brokken spreiden over de hele vloer. Al snel is de vloer onzichtbaar. Overal liggen moetiknietbrokken. Een flinke laag. Het is even wennen, maar ik vind het wel mooi. Het knespert lekker onder je voeten. Ook isoleert het verrassend goed, en het dempt je stappen. Wel knespers, maar geen stompstomp meer. Omdat het los ligt, kun je er met een stokje ook patronen in vormen. Ik maak allemaal kringeltekeningen en Oosterse patronen. Als je je ogen dichtknijpt, lijkt het net een echt tapijt.
Ondertussen filtert de kat maar door. De laag van moetiknietbrokken groeit gestaag. Dan verdwijnt langzaam maar zeker het TV-meubel. De banken. Het keukenblok. Mijn hele huishouden dompelt onder. Ik kan het huis niet meer uit. Tevreden zit ik op de groeiende laag en kijk rond. Er is geen sprake meer van een huishouden. Mijn kat heeft goed begrepen wat ik haar gezegd heb. In feite had ik jaren geleden aan die brokken moeten beginnen. Met een stokje roer ik in de brokken en bereken wat ik vandaag zoal bespaard heb.

