ZKV

Deeveedees

Rillend sta ik voor zijn deur. Het licht in de gang gaat aan. Voor het raampje verschijnt het hoofd van mijn vriend. Een vermoeide blik, wanneer hij ziet dat ik het ben. Beschaamd en bedruimeld sta ik in de stromende regen. De sloten klakken. Ik ben zwaar verslaafd en ik weet het. Deur op een kier. Ik vraag bedremmeld of ik ‘m even mag zien. De deur zwaait verder open en ik haast mij de gang in. Achter mij sluit mijn vriend zuchtend de deur. Als hij geweten had dat ik zo vaak langs zou komen, was hij nooit akkoord gegaan.
Lees meer

Kom je weer naar Club P.

Of ik binnenkort weer eens naar de Opperpater kom, vraagt de striptekenaar. De striptekenaar zit in de kroeg. Ik ook. Ik wist dat vroeg of laat iemand het zou vragen. Het was vooral afhankelijk welke van de andere gasten van Club P. ik het eerst tegen zou komen. Club P. is de woonkamer van de Opperpater, waar twee keer per week een kleine groep mensen welkom is om film te kijken en bier te drinken. Ik antwoord, naar waarheid, dat mijn huidige werk in de weg zit. Ik werk tot laat en heb dan te weinig puf om nog film te gaan kijken bij de Opperpater. Liever til ik mijn pijnlijke voeten op de rand van de bank en blijf zo een paar uur liggen. Kat op schoot. Bijkomen.
Lees meer

Een op de drie

Het is een bizar goedkoop geschoren poedel. Onwillig wordt hij door de man meegesleept. De man heeft die typische zaterdagmiddagblik die alleen winkelende mannen van middelbare leeftijd met een boodschappenlijstje in andermans handschrift op zak kunnen hebben. Hij slaat aanvankelijk amper acht op de hond aan zijn zij. De hond ook amper op hem. De man wil afrekenen en weg. Goddank dat er nog altijd mannen met winkelvrees zijn. De poedel met de slechte coupe is jong. Al het voer in de dierenwinkel is luchtdicht verpakt, dus begrijpt ook hij niet wat ze daar doen.
Lees meer

Sponsorpoging

No Guts No Glory

U heeft allemaal geld. U bulkt ervan. Ik weet het zeker. Ik hoor u hier bulken. Daarom vandaag: een sponsorpoging. Ik schrijf deze tekst, en per woord doneert u een cent aan Stichting No Guts No Glory. Zie de link. Een cent; wat is nou een cent ? Niet veel, maar we zijn nu al de vijftig cent voorbij. Jahaa, dat gaat snel. Voor je het doorhebt, zitten we zometeen al aan de euro. Maal tweehonderdnegenenzestig lezers, dat is een mooi begin. Nu nog niet hoor. Bijna. We zitten bijna aan de eerste hele euro. Nog eventjes… Ja, nu ! Één euro.
Lees meer

Het bolle meisje met de kop

Op de middelbare school had ik een tijdje een crush op het bolle meisje met de kop. Ik had heel vaak crushes. Altijd heimelijk. Er iets aan doen leek me zo’n gedoe. Beetje mensen lastig vallen met dat ik ze leuk vind. Dus ook het bolle meisje met de kop zei ik niks. Het ergste is, dat ze zelf daarna een bescheiden hoeveelheid initiatief nam. Maar wel tot vriendschap. Ik had nog de leeftijd dat ik dat het ergste vond dat me kon overkomen. Ik was zo lief.
Lees meer

Zitzak

Ik was moe en had eigenlijk alleen nog maar zin om thuis om de bank te ploffen. Maar als Frank het stamcafé uitrent, mijn naam roepend, dan stop ik. Met zijn bier nog in de hand vraagt hij of ik nog even iets kom drinken in het café. Mijn voeten doen enorm zeer en ik ben moe, maar Frank kan ik niks weigeren. Even later zit ik met enkele mensen op het terras. Aan een biertje dat ik niet van plan was.
Lees meer

Badge

“Ik heb nog iets voor je,” zegt de bewaker. Hij tovert uit zijn lade een toegangsbadge met mijn foto erop. En twee papiertjes. Hier en hier tekenen alstublieft. Opgewonden rolt mijn pen over het papier. Mijn eigen badge ! Terwijl ik ermee naar de kleedkamer loop, vraag ik me af hoeveel eigen badges ik eigenlijk gehad heb in mijn leven. Op die dozijnen aan plekken waar ik gewerkt heb. Nergens, in feite. Ja, wel ‘eigen’ badges, maar toch geen met eigen foto. Die ze dus niet terug in een lade kunnen gooien, later met één muisklik aan iemand anders kunnen toewijzen en die persoon twee krabbels voor kunnen laten zetten. Mijn eigen badge. Dat de foto niet mijn beste is – iemand kwam die ‘even snel’ maken middenin de werkzaamheden – zal vast pas later een ergernis worden.
Lees meer

Droefkaas

Sad cheese

Slap en futloos, zo voelde hij zich. De droefkaas zag het allemaal niet meer zitten. Hoe hard hij ook geprobeerd had te bemiddelen, hij vormde hooguit een scheidingslijn tussen de twee boterhammen. En de boterhammen boterden niet met elkaar. Dan kon de broodzak wel heel graag willen dat er sprake was van één brood, maar de sneeën hadden daar heel andere ideeën over. Hoe strak het plastic ook rond de broodplakken samentrok, het minste geringste zorgde dat de boel weer uiteen viel.
Lees meer

Nee, nee

Zo stóm: ik heb de naam genoemd voor ik er erg in heb. De bekende naam. En zet me onmiddellijk schrap. Ik weet wat er nu komt. Het is altijd hetzelfde. “Hoé noem je hem ?” wordt er verbaasd geroepen. En meerdere leden van de groep schieten in discussiemodus. Opgewonden moeten en zullen ze mijn foute uitspraak corrigeren. Ik zit fout, dat staat voor hen natuurlijk boven kijf. Ik ben een cultuurbarbaar en weet weinig, dus kan het niet anders dan dat ik fout zit. Zij hebben het juist. Zij zijn correct. Ze zijn natuurlijk wel allemaal net even ánders correct, wat een tikkeltje verwarrend is.
Lees meer