ZKV

Kooi

Het kind loopt over straat, hoewel het lopen nauw tegen huppelen aanschurkt. Het weer belooft een mooie toekomst vol vrije dagen, dus de tred is licht. Ook zijn schoenen hoeven nog niet tegen teveel tegenslag bestand te zijn. Groeit hij binnen enkele maanden weer uit, op naar een nieuwe voetmaat.

Gepiep achter hem. De tred stopt, het kind kijkt om. Een kooi op wieltjes. Het kind doet nog een stap maar blijft kijken. De kooi volgt. Bizar, besluit het kind, maar richt de blik terug vooruit. We waren onderweg naar een mooie horizon, laten we dat niet vergeten.
Lees meer

En wij maar lachen met de Japanners

Er hangt een schemaatje op de muur met gekleurde stippen. In de rij sta ik er precies naast, dus ik kan het uitgebreid bekijken. Er zijn gele, groene en rode stippen. Geel staat voor ‘normaal’, groen voor ‘redelijk druk’ en rood drukt ‘erg druk’ uit.

Mijn rij is, vind ik zelf, best lang, maar ik sta er tijdens een geel tijdsblok. Blijkbaar mag ik niet klagen. Of wellicht hangt dat schema er enkel om mensen het gevoel te geven dat ze niet mogen klagen, in welk geval ik er goed ingetrapt ben.
Lees meer

Gedicht

Ik heb het te pakken, het beste gedicht dat ik ooit zal schrijven. Naarstig zoek ik naar een pen. Onder het balletje ontstaat, in hanepotenhandschrift, het mooiste gedicht in de wereld. Het is eenvoudig, treffend, lyrisch, een woordencombinatie die je ziet en denkt, verdomme, hoezo heeft niemand hier eerder aan gedacht ? De hanepoten maken het wel wat lastig te lezen. Ook in mijn dromen schrijf ik dus in hanepoten.
Lees meer

Klik maar wat

De zoekmachine kijkt vermoeid. Er hangt een roestige baard op zijn kaken. Www-wallen onder zijn ogen. Laconiek reageert hij op mijn bezoek – ik ben zijn enige bezoeker op dit moment. Hij drinkt met luide slurp. “Welkom bij de Zoekmachine,” spreekt hij monotoon, “hoe kan ik je helpen.” Hij wacht het antwoord niet eens af, maar steekt ongeïnteresseerd een sigaret aan.

“Hoi,” zeg ik voorzichtig, “ik ben op zoek naar -” Direct onderbreekt hij me: “Laat me raden: Ello invites. Hier,” werpt hij me enkele blauwgekleurde teksten toe, “wat links maar Marktplaats en Ebay en alles.” De blauwe teksten kletteren op de smerige grond.
Lees meer

Internet

De internetjongeman kijkt bedruipt wanneer hij mijn woonkamer binnenloopt, en het regent niet buiten. Ik vraag wat er is, en hij zucht. “Het internet ligt er bij mij uit,” meldt hij mismoedig. Ik reik direct de internetjongeman een bier aan.

Ik check snel even op Twitter, maar de internetjongeman heeft inderdaad al zeker 24 uur geen tweet verstuurd. Hij kijkt hoopvol naar mij met mijn laptop open en durft niks te vragen, maar een vraag ligt op zijn lippen. Ik klap direct de klep dicht en verstop mijn laptop onder mijn slaapkussen op mijn woonkamerbank.
Lees meer

Brief aan een organisator

Beste Wim,

Ik noem je hier Wim, maar dat doe ik omdat ik deze brief ook als een verhaal ga plaatsen op mijn site. Alle mensen in mijn leven die in mijn verhalen opgevoerd worden, hou ik anoniem. Dus jij heet nu, in mijn verhaal, Wim.

Dat je écht Wim heet, dat doet er niet toe, dat weten de mensen thuis niet. Die denken na de vorige alinea dat je naam vooral géén Wim is. Allesbehalve Wim. Eens ze daarvan overtuigd zijn, kun je de alinea erop gerust beweren dat je wél Wim heet: niemand zal je meer geloven.

Enfin, Wim, dank voor je aanbod om op te treden. Dat je geen budget hebt om me een vergoeding te betalen, is jammer. Maar ik mag je en herinner me vaag dat je me bij ons vorige treffen straaldronken hebt gevoerd. Of was jij dat niet ? Hoe dan ook, volgens mij ben jij wel een toffe. Ik kom.
Lees meer

Niks

Een hele week. Een hele week even lekker niks. Dat gaat natuurlijk niet lukken, dat snapt iedereen die dat wel eens geprobeerd heeft. Maar toch ga ik een poging wagen. Althans: ik zoek natuurlijk ook nog steeds werk. En het huishouden verdient ook wat aandacht. En eigenlijk moet mijn fiets een grondig- nee, nee, nee, kijk, daar ga je al.

Demonstratief ga ik op de bank liggen met mijn armen gevouwen. Ik beweeg niet. Is dit wellicht niets ? Hoe weet je of je niets aan het doen bent ? Wat telt er in feite als ‘doen’ ? Mijn hart klopt en mijn haren en nagels groeien. Ik adem. Zijn dat allemaal dingen die ik doe ? Want dan ben ik op dit moment superdruk bezig. Bloed raast door mijn aderen. Mijn maag knort. Ik moet gapen. Met dit alles heb ik het potverdorie maar druk.

Het is om gek van te worden. Binnenkort neem ik even vakantie van al dat niksdoen. Want zelfs erover nadenken is vermoeiend.

Remspoor

Ik vraag aan het spiegelbeeld in de keuken wat ik hier in vredesnaam doe. Ik ben weer in Club P. We kijken een film die ik heb meegenomen. Geen ondertiteling. Muziekfilm. Een teken voor de striptekenaar en de Opperpater om er luidruchtig doorheen te praten, blijkbaar. En de striptekenaar heeft zelf niet door hoe luidruchtig hij kan praten. Waarschijnlijk denkt hij dat hij op normaal volume praat, maar de eerste helft van de film heb ik gemist. Pas bij de tweede helft ging de striptekenaar ook actief meekijken.
Lees meer

Fietsbel

Mijn leven is zo verlopen dat ik nu optreed met een fietsbel. Het is een mooie fietsbel hoor, daar niet van, maar het voelt toch een beetje voor schut. Sta je daar. Met zo’n fietsbel. Ding ding. Hij zegt ook niet echt veel. Ik ratel hele reeksen prachtige woorden af, hij: ding ding. Nou nou. Snel verdiend, denk ik zo. Zo’n fietsbel heeft het maar makkelijk in het leven. Telkens een dingetje of twee en we hebben het weer gehad. Zelfs mijn geïrriteerde gedachten erover bevatten meer woorden. Zou de fietsbel in dingdings denken ?
Lees meer