Kaftloos

Snelheid

Ik antwoord eerst dat het er natuurlijk niet toe doet, want dat moet je zeggen. Maar toch dringt ze aan en herhaalt de vraag: hoe snel schrijf ik nu zo’n dagelijks verhaaltje. Ik voel me ongemakkelijk want de snelheid zegt niet veel. Als ik er een uur of een halve dag op zou zitten, zou er gewoon meer geschrapt, hergeschreven of toegevoegd worden. Ik pulk wat aan mijn nagels en zij kijkt me scherp aan – ik voel haar ogen branden.
Lees meer

Nieuwe geur

‘s Nachts droom ik dat er iets spannends gebeurt, maar eerst heb ik nog wat tijd. Dus ga ik een bolletje wol kopen voor de kat. Dan gaat de wekker. Mijn arm beweegt ernaar en mept op snooze. Ik zet mijn wekkers strategisch te vroeg, zodat ik kan doorsoezen in plaats van langer uitslapen tot het tijdstip dat ik écht op moet. Er zit een bepaalde logica achter, geloof ik. Of het is zo gegroeid, over de jaren heen.
Lees meer

Maar dan legt de wereld weer een diarree

Ik kan toch zeker nog twee uur in mijn cocon blijven soezen, maar dwars door mijn slaap heen barst het geluid binnen: de wereld legt een diarree. Verstoord mompel ik een vloek. Het is mijn beurt. Egoïstisch als mijn aard, schud ik even zachtjes aan de schouder van mijn lief. Wellicht trapt ze er in. Ze kneuriet. Knorren is niet haar stijl en grommen meer de mijne. Haar norsigheid klinkt als een geneuried lied. Maar wel een met een heldere tekst: nee mannetje, los jij het maar op.
Lees meer