Krampachtig blijft ze achteroverleunen over de andere drie terrasmensen heen. Die houden op hun beurt hun lachende grimassen vol. Hun wangen trillen alsof ze pijn hebben. Ze liggen er al minstens een minuut, terwijl het vijfde lid van hun gezelschap prutst met een telefoonprikplankje. Zonder haar stralen te verliezen roept ze schiet op, schiet op nou. Lees meer
Achterin mijn keukenkastje vind ik nog een pakje oploswereldvrede. Ik was totaal vergeten dat ik oploswereldvrede in huis had, dus het verraste me nogal. Voorzichtig schud ik de verpakking. Het klinkt niet heel poederig meer. Ook als ik mijn vinger in het zakje prik, krijg ik het idee dat de wereldvrede er wat zompig aan toe is. Dat wordt geen wereldvrede vandaag, mompel ik wat voor me uit. Lees meer
Aan de terrastafel naast de mijne zit een bevriende schrijver. Ik ken heel veel schrijvers. Die ontmoet je op schrijversdingetjes. Dan doen enkele schrijvers iets met tekst of voordracht en de rest komt om bier te zuipen en er doorheen te praten. Bezoek voldoende schrijversdingetjes en je kent heel veel schrijvers. Vraag, voor de grap, eens aan de schrijvers of ze een boekje hebben of zo. En koop ze dan. Ik geef dit advies zonder enig eigenbelang.
Eigenlijk heb ik vooral schrijverskennissen. Vaak weet ik hun naam eigenlijk niet meer. De schrijverskennissen weten altijd mijn naam nog wel. Ik haat de ongelijkheid die de schrijverskennissen op deze manier in ons kennisschap aanbrengen. Sommige van de schrijverskennissen zijn bevriende schrijvers. Omdat ik geen voorstander van ongelijkheid ben, noem ik alle schrijverskennissen bevriende schrijvers. Aan de terrastafel naast de mijne zit een bevriende schrijver. Lees meer
Het haalde het bloed onder haar nagels vandaan, maar moeders arm was in feite de laatste plek waar je nog lekker aan kon jengelen. En, bijna vanzelfsprekend, de eerste. De eerste arm waar het in je opkwam om je hele gewicht te verslappen, het irritantste, langgerektste geluid te maken dat je kon produceren, de volledige Weltschmerz je strot uit persen en al je opgekropte problemen iemand anders probleem te maken. Alfa en Omega, die arm: het was de arm die je deze wereld in sleurde, dus die arm zou het wéten ook. Lees meer
Na veel gesmeek neemt ze me terug. Mijn vriendin. Niet de literatuur. De literatuur is een absolute cock tease. Wel de volle aandacht willen, maar iets opleveren, ho maar. Mijn vriendin heeft een voorwaarde: ik moet niet meer zoveel zweten.
Ik zweet erg veel. Ik zweet ‘s ochtends bij de koffie. Bij elke koffie meer. Ik zweet voor ik op de fiets stap en na ik er vanaf stap. Ik zweet in de trein. Ik zweet lopend naar mijn werk. De hele werkdag zweet ik, de terugweg zweet ik en in bed zweet ik. Daar hoef ik niks voor te doen. Voor wie dat dacht bij mijn eerdere opmerking. Lees meer
In deze straat worden alle katten vermist. De bomen en lantaarns hangen vol met poezensnoeten. Geen enkele kat wil hier blijkbaar blijven. Zwetend strompel ik langs de telefoonnummers en grote hoofdletters. De baasjes zijn ten einde raad.
Ik vraag me af of ik hier zou blijven als ik een kat was. Het is een straat zonder voortuin, en je hebt enkel uitzicht op het rolluik van de overburen. De bomen bladderen zich kaal. Platanen, uiteraard. Iemand heeft ooit bedacht dat platanen goede stadsbomen zijn. Lees meer
“Dames en heren,” klinkt een krakkemikkig en verloren stemmetje door de intercom. “We komen zo aan. Op het station. Eindhoven.”
Er valt een pauze. “Bij aankomst op het station Eindhoven is het daar ter plaatse negen uur zesenveertig. Onze geplande aankomsttijd was negen uur dertig. We hebben kortom een vertraging -” Lees meer
Ik ben een frisse jonge meid, al zeg ik het zelf, zelfs na zeven wijn nog. Dat is niet iedereen gegeven. Toegegeven, vanavond vier ik alweer voor de vijftiende keer dat ik achtentwintig word. Al mijn vriendinnen zijn de tel kwijt, zowel van de wijn als van de jaren. Maar des te meer lol hebben we ! Terwijl ik de speciaal ingehuurde barman wenk om iedereen nog eens bij te vullen, beklim ik vlijtig het podium. Lees meer
In de straten zwalmt de geur van opgedroogd riool. Een man met reusachtig dikke tong stopt met zijn fiets en vraagt of ik een flesje cola heb. De vraag is zo specifiek dat ik verrast nee antwoord, me pas daarna bedenkend dat de bidon water in mijn rugzak nog twee slokken bevat. Maar ik koester de twee slokken, ik moet nog een eindje en wil onderweg niet verschrompelen tot een krent. Lees meer
Op het heetst van de dag klinkt er een ploepk uit de laptopspeaker. En daar staat het dan. Inbox (1). Ik besluit het te negeren. Zo goed het gaat concentreer ik me op wat ik aan het doen was. Ventilator een standje harder.
Maar mijn oog blijft terugdwalen. Wat ik ook probeer, zelfs de zinnen uit de tekst die ik door probeer te werken één voor één hardop in mijn kop uitspreken, steeds weer lonkt de Inbox (1). Met een zucht klik ik er op. Lees meer