Dat ze alles zonodig telkens moeten veranderen. Dat is nog het vreemdste. Nu ligt dit hier weer open en moet ik aan de overkant lopen. En daar rijden de auto’s nu weer de andere kant op. Ach. Als het ze lekker bezig houdt, wie ben ik om me er druk om te maken. Ik steek een sigaret op en stap voort. Lees meer
Mijn vriendin doet allemaal dingen terwijl ik naar een volledig illegaal gedownloade TV-serie kijk op mijn laptop. Ze krijgt voor die dingen betaald. Als ik zo zou rondrennen zoals mijn vriendin rondrent, zou ik mezelf onderbetaald vinden. Gelukkig hoef ik enkel stil te zitten en mijn serie te kijken. Weliswaar krijg ik daarvoor niét betaald, maar dat neem ik op de koop toe. Lees meer
Er hangt geen spiegel. Dat is wel zo prettig. Spiegels in liften mogen mij niet zo. Het is wederzijds. Natuurlijk had de bekleding wel iets leuker gekund. Mocht zeker weer niks kosten. Ik weet ook niet goed waarom ik de lift neem. Eigenlijk hoef ik maar twee trappen hoog. Makkelijk te lopen. Maar ja. Makkelijker in te drukken.
De lift stopt op haar verdieping. Zo vaak heb ik deze lift nog niet genomen, maar ik sta nu al routineus bij de deur. Met een schok zet de lift zich vast en de deur klikt los. Bij het schuiven gaat het mis. De deur opent tien centimeter en stopt. Lees meer
Vanaf dat ik ‘s ochtends binnenloop, doe ik alsof mijn aanwezigheid hier, ook in mijn eigen ogen, belangrijker is dan thuis op de bank naast de kat. Ik kan overtuigend doen alsof. Soms doe ik zo overtuigend alsof dat ik zelfs langer blijf dan de bedoeling is. En me drukker maak dan ik eigenlijk kan menen. Want welbeschouwd is al het werk dat ik ooit gedaan heb, ronduit belachelijk. Maar ja, als je eenmaal een rol speelt, verlies je je er zo makkelijk in. Lees meer
Ik draal, meer kan ik er niet van maken. Er zijn een boel mensen aanwezig die zich nuttig maken en ik wil niet in de weg lopen. Mijn koffiekopje is leeg, maar daar ik ga ook niet om een refill vragen. Mijn oma ligt ziek op haar bed met professionele verzorgers om haar heen, mijn dorst is van nul belang.
Iedereen danst en schuifelt onwennig door het appartement. De dokter was op tijd, maar toch. Heel lang gaat het ook na vandaag niet meer duren, en nu moet ze ook eerst uit haar shock komen. Ze babbelt al wat. Ik ga ook maar even kijken. Onderweg naar haar slaapkamer loop ik kalm en voorspelbaar, om de chaos zijn weg te gunnen. Lees meer
Ze wil met me pronken en ik heb maar ja gezegd. Zo gaat het immers meestal. En dus ben ik nu op dit feestje. Ik klots wat met mijn biertje en trek een gezicht alsof ik heel diepe gedachten heb. Hopelijk raak ik niet in teveel gesprekken betrokken.
Het ligt niet aan de mensen. Die zijn vermoedelijk prima. Het ligt aan de feestjes. Deze feestjes zijn verzamelplekken voor mensen waarvan de meeste deelnemers een gedeelde geschiedenis hebben. Ze zijn erbij geweest toen dit of dat. En die verhalen worden weer opgerakeld. Het publiek bestaat uit mensen die erbij zijn geweest, en soms enkelen die er niet bij zijn geweest. Lees meer
Ik kijk om me heen. Ik voel de airco. Alles en iedereen is stom. Ze krioelen door elkaar in het station en lopen voor mijn voeten op de stoep. De mensen lachen niet. Iedereen heeft een doel dat ze liever niet nastreven voor ogen. Alsof ze grimmig het ravijn in razen, willens en wetens. Ik vind er geen fuk aan zo.
Het kanaal in Prozacstad wordt gedregd. Het moet af en toe. De troep die uit het kanaal gehaald wordt, belandt op een berg op de kade. Daar mag het drogen en stinken. Er staat een roodwit plastic lintje omheen gespannen. Dit voorkomt dat kinderen spelen op de dregberg. De dregberg vol afval dat in het kanaal lag. Het kanaal waar de kinderen in zwemmen en bootjevaren.
Inhoudelijk is de dregberg weinig verrassend. De inwoners van Prozacstad gooien volslagen fantasieloos afval in hun kanaal. Een aantal verroeste fietsen. Autobanden. Bouwafval. Huishoudelijke apparaten. Nooit eens een dildo. Of een schatkist met goud. Of liefde. De berg is grauw en zwart, en stinkt naar rot. Dat de rot er nog zin in had, verbaast eigenlijk wel. Maar de rot is niet kieskeurig. De rot hapt overal graag in. Lees meer
Grommend duw ik een winkelwagentje door de brandgang. Het paniekerig miauwen van mijn kat verstilt. Het wagentje maakt veel lawaai en, versterkt door de brandgangwanden, klinkt waarschijnlijk dreigend naderend. Ik verbaas me nog één keer dat ik dit ga doen. En dan stap ik op het wagentje en klim op het schuttingdak van de buren van mijn buren. Lees meer
Zwetend slenter ik door Prozacstad. Er moet weer bier uit mijn bloedvaten. Overal om me heen gebeuren dingen. Maar nu even niet, vind ik. Ik koester de bescheiden en door een kater ingegeven mening dat ik voldoende opgeschreven heb van de gebeurtenissen in Prozacstad. Dat iemand anders ze maar even opschrijft.
Er roept iemand heel luid. Meerdere keren. Ik kijk niet op of om. In deze wijk kent vrijwel niemand me, en dat heeft zijn voordelen. Zo weet je dat ze altijd naar elkáár roepen, en niet naar mij. Enkel de kinderen wellicht. Onzinscheldwoorden. Ze kunnen me niet plaatsen, krijgen geen houvast, dus ben ik vanalles wat hen maar te binnen schiet. Een lopende, levende, vrije associatie. Ik stimuleer graag de prille kindergeesten. Misschien komt het goed met ze. Ze gooien me dingen na. Misschien komt het ook niet goed met ze. Lees meer