Camera

Ik bezie slechts,
houdt hij zich voor,
in een bespiegelende reflex.

Zij, ja zij,
Zij betast,
beroert, verroert, veroert.

In mijn bewonderende lens
koestert zij zich
haar selfie.

Borstel


Verhaal door René van DensenOf anderen ze ook hebben, durf ik niet te zeggen. Ik heb ze, zoveel weet ik. De ochtenden dat ik mijn borstel zoek en niet zie. Hij moet liggen waar hij ligt. Maar er ligt chaos in de weg. De chaos kalmeert me op andere ochtenden, maar vandaag ligt ze er vervelend bij. Het zal er veel mee te maken hebben dat ik de borstel nodig heb. Ik moet me presentabel maken. Daar is de borstel op dit moment zo ongeveer onmisbaar bij. Mijn haar besluit namelijk net deze ochtend met een ‘creatieve’ uitstraling te starten. Met andere woorden: het is een chaos op mijn kop, in alle windrichtingen. En aangezien ik al pakweg een jaar geen kapper meer bezocht heb, is het bereik van de chaos groot. Dit zou niet erg zijn als ik nu een dichtvoordracht had. Lekker gek. Maar ik moet mijn Serieuze Arbeidsmarkt Talenten etaleren teneinde mijn schrijnend gebrek aan cashflow in zijn galop te storen. Ik eet ook komende maand nog graag wat brood.

Wel was het verrukkelijk om me een paar weken volledig op mijn schrijven en mijn boeken te storten. Maar nu moet er gepresenteerd worden, en dus geborsteld. De borstel is nergens te zien. Ik zet het even van me af. In mijn huis liggen, her en der, drie borstels. Vier, als ik bereid ben die van de kat te gebruiken. Een noodoplossing. Borstel één, mijn favoriet, heeft zich verstopt. C’est ça. Pal naast de plek waar die zou moeten liggen, ligt borstel twee. Zie je wel. Kalm blijven. Je bent, in al je chaos, op alles voorbereid. Het helpt ook niet dat ik me al maanden, en dan bedoel ik een fors aantal maanden, niet heb hoeven presenteren. Ik heb overleefd, min of meer, en ingeteerd, en heel veel dobbers in de vijvers gegooid. Eindelijk beet. Althans, er is aan de dobber getrokken. Ik poets mijn tanden en schrik bij het spugen. Zoveel koffie. Ik was vroeg op. Enorm slaperig. Ik wil niet terugtellen hoeveel koffie ik al gedronken heb deze vroege ochtend.

Overhemd. Dát jasje. Nee, toch dát. Kijken. Toch de eerste maar. Schoenen. Niet die. Die wel. Ik pak ze uit de kast en steek mijn voet erin. Duizenden prikkende naaldjes. Mijn borstel blijkt in mijn schoen te zitten. Even verdenk ik de kat van deze idiote actie. En dan weet ik het weer. Ik besloot gisteren dat ik niet mocht vergeten mijn haar te borstelen voor vertrek. Logischerwijs zou ik bij deze schoenen aankomen, vroeg of laat, en daar was mijn borstel. Ik grinnik. Ik kan niet verliezen met zo’n voorbereiding. Natuurlijk kan ik altijd verliezen, maar aan mij zal het niet liggen. Ik ben weer presentabel. Teder kus ik de chaos op mijn bureau. Zij zal op mij wachten. Vanavond stort ik me terug in de eigen waanzin. Bij het verlaten van het huis besef ik me plots dat ik mijn haar nog niet geborsteld heb.

Bad hair day ?

  • Ach meid, dat heb ik zo vaak. (100%, 2 Votes)
  • Ga er gewoon met de tondeuse over, aansteller. (0%, 0 Votes)

Total Voters: 2

Laden ... Laden ...

Stom van me


Verhaal door René van DensenVrolijk lachend werpt ze. Telkens weer een stukje. Ze pulkt het af van haar broodje en gooit het. Naar de gulzig schrokkende duif naast hun tafeltje. De vrouw wordt blij van de schranzende vogel. Ze pulkt nog wat. De duif gooit met zijn snavel het brood in de lucht, in een poging het te scheuren. Het stuitert naast zijn voeten en onmiddellijk slaat de snavel weer toe. Het is een geoefende stadsduif. De vrouw kan nog net het kirren laten, maar ze oogt alsof ze zou willen kirren. Er komt nog een duif toegelopen op het voedselstrooien. Dat spoort de vrouw alleen maar aan tot nog meer broodgooien.

Haar man kijkt zwijgend toe. Hij kauwt op zijn broodje. Met een onverstoorbare gelaatsuitdrukking. Hier zit een man. Geen zin en tijd om vrolijk met kostbaar eten te strooien. Hij eet. Als een echte vent. Niks voor de vogels. Elke hap zal hij zelf doorslikken. Het is verdorie geen speelgoed. Kindjes in Afrika. Hij kauwt strak. Ik weet niet of het broodje smaakt. Aan zijn gezicht is geen plezier af te lezen. En de kruimelstrooiende vrouw is ook geen goede referentie. Misschien is het brood heel erg vies. Zo’n stadsduif is ook geen kritische consument. Die schranzen alles. De vrouw gooit, de duiven pikken en de man kauwt.

Ik kijk toe en wou dat er een verhaal in zat. Net dan komt er een man aan. Hij heeft een briefje in zijn hand. Daar staat enkel op ‘KFC’ en daaronder ‘Markt’. Ik wijs hem de weg naar de markt. Terwijl hij wegloopt, besef ik me dat ik niet gevraagd heb wat er voor belangrijks aan de KFC was, dat hij er zo dringend heen moet. Stom van me. Daar zat dus wel een verhaal in. In plaats daarvan sta ik hier. Met enkel een man, een vrouw, en twee duiven.

Dichtpresentatie


Verhaal door René van DensenAlle dichters zijn verschrikkelijke mensen, maar meestal enorm gezellig op het terras. Ik ken een paar niet-drinkende dichters. Die blowen. En als ze dát doen, zijn ze ook nog altijd leuk in de omgang. In feite ben ik gedichten gaan schrijven zodat ik kon meedrinken met leuke mensen. Ik ken inmiddels veel dichters via de drank. Ook mooie vrouwelijke, maar zeker ook lelijke mannelijke. Eigenlijk vraag ik me bijna af of zij niet ook allemaal dichten om met de rest mee te kunnen drinken. Dan zijn we allemaal posers. En bestaat de totale dichtkunst uit de wens met elkaar iets te kunnen drinken. Het zou wat zijn. Ik geef deze hypothese niet veel kans. Maar wie weet, wie weet. Ik ben natuurlijk zelf wel enorm gezellig om mee te drinken. Dus ik begrijp het wél.

Ik ben bij een dichtpresentatie. De bundel die gepresenteerd is, kost meer tijd om te lezen dan de presentatie zelf. De reistijd in de trein was langer dan de presentatie zelf. Dat verzucht zéker ook een dichteres naast me, die een nog drie keer langere reistijd had. Uiteindelijk dus zes keer. Nee wacht, drie. Ook ik ging uiteindelijk, naar het schijnt, weer terug. Enfin. De presentatie is snel voorbij. De dichter die een bundel presenteert, leest wat voor. Nee, ik vergat het bijna: eerst leest iemand anders een gedicht van hem voor. Iemand die enorm vereerd is met het eerste, uitgereikte exemplaar. En dan de dichter. Hij leest gek voor: de microfoon houdt hij vast zoals niemand een microfoon vasthoudt. Als een wijnglas. Alsof hij zijn gedichten debiteert aan een bodem wijn. Hij klotst de microfoon in zijn vingers. Dan weer links, dan weer rechts. Cirkeltjes draaien. Naar de mond, van de mond af. Het geluid is verschrikkelijk, maar wat een spektakel om aan te zien.

Dan jongleert hij met de microfoon. Terwijl hij zijn gedicht opdreunt, draait de microfoon rondjes door de lucht. De speakers geven een luide piep, maar de dichter gaat dapper voort. Na de zeer korte presentatie, waarbij hij ook nog heel even de microfoon in zijn broek steekt om er een harde wind op te laten, gaan wat dichters naar een café. Daar erkent de dichter dat hij vandaag nog slechts tien verschillende verdovende middelen heeft gebruikt. Het is nog vroeg, vult hij aan. We horen een gekke piep door de muziek in het café heen. Ik vraag de dichter of hij weet wat die piep is. Ja, zegt hij. “Ik heb die microfoon niet meer uit mijn reet gekregen. Daar verwacht ik nog de rekening van.”

Hee verrek !

  • Ja verdomd nu je het zegt ! Het is Derrel Niemeijer ! (71%, 5 Votes)
  • Dat is Derrel Niemeijer ! (29%, 2 Votes)

Total Voters: 7

Laden ... Laden ...

Mijn Boze Vriend


Verhaal door René van DensenU heeft er ongetwijfeld ook wel eentje, maar deze is helemaal van mij. Mijn Boze Vriend. Misschien wil hij ook met u nog wel vriendjes worden, maar dat betwijfel ik. Mijn Boze Vriend legt niet veel contacten. Hij walgt van vrijwel alle mensen die hij nog niet kent. Heilig is hij ervan overtuigd dat ze de moeite niet waard kunnen zijn. Anders had hij ze inmiddels wel onder zijn schaarse vrienden gevoegd. Er is een reden dat hij u niet kent, en dat ligt helemaal aan u. Vindt mijn Boze Vriend. Hij veracht u, ronduit. Bovendien zal u waarschijnlijk wel stinken. Of geld lenen en nooit meer terugbetalen. Mijn Boze Vriend wil niets met u te maken hebben. U bent allemaal hetzelfde.

Kwaad staart hij om zich heen, naast me op het terras. Van de week was hij nog boos op een voetbalwedstrijd, maar in feite deugt het hele toernooi, sterker, het hele spél niet, vindt hij. Ik en mijn Boze Vriend zitten in de zon en hij weet alvast zeker dat we verschrikkelijke huidkanker zullen krijgen. Het bier is ook niet de juiste temperatuur. En ik had van hem moeten controleren of ik wel genoeg wisselgeld kreeg. Ik ben echt superstom, vindt mijn Boze Vriend. Ik zou meer moeten doen zoals hij. Nu zijn mijn Boze Vriend en ik al zoveel jaar vrienden, en nog heb ik niet door hoe het moet. Mijn Boze vriend wordt wel een beetje moedeloos van me. Ik ben een ronduit hopeloos geval, zegt mijn Boze Vriend.

Dan, heel even, klaart het gezicht van mijn Boze Vriend op. Een opluchting, neigend naar blijdschap, strekt zich uit over zijn gelaat. Het rimpelt sierlijk alle ingesleten kwaadheid weg. Ik zie het verbaasd gebeuren. Mijn Boze Vriend stráált. Ik kijk mijn ogen uit in dit ene, volslagen unieke moment, en vraag me af waar deze historische euforie vandaan komt. Lang hoef ik niet te wachten op het antwoord. Mijn Boze Vriend laat een heel trage, hard toeterende scheet. Even blijft hij in zijn opluchting hangen. Dan wuift hij de lucht weg. Dat was ik niet, zegt mijn Boze Vriend. Dat was u.

Geef maar toe

  • Ja, sorry. Bonen in tomatensaus. (50%, 2 Votes)
  • Nee, u bent abuis. Het was mijn hond. (50%, 2 Votes)

Total Voters: 3

Laden ... Laden ...

Geniaal


Verhaal door René van DensenOp het terras heb ik nog een geniaal verhaal. Uiteráárd heb ik op het terras nog een geniaal verhaal. Ik weet nog hoe ik me voelde: het was het briljantste verhaal dat ik ooit bedacht had. Dat ik dit mooie thema nog nooit eerder had aangekaart ! Zo prachtig, zo elegant, zo verdomde waar. Ik praat met twee vreemden. Eigenlijk weet ik dat als ik met twee vreemden praat, en dat het zelfs een vurig gesprek is, dat ik gewoon dronken ben. Het gaat over iets uitdragen. Of dat nog wel individueel is, of, och, weet ik het. Ik roep vanalles en ik vind het geniaal.

’s Ochtends vind ik het vooral geniaal dat ik weer heelhuids thuis ben beland, mét fiets. Vrijheid is een griezelig goedje in mijn handen. Ik zal immer de limieten aftasten. Katerig pulk ik aan mijn achterdeur. Die achterdeur is eigenlijk ook geniaal. Ik zeg tegen de achterdeur dat hij geniaal is, en in stilte beaamt die dat. Dan slenter ik de tuin in. Ook de tuin is geniaal en ontvangt dat compliment. De planten buigen nederig bij mijn slurre woorden. Ik roep het naar de vis in de vijver, die verschrikt wegzwemt. Die kan blijkbaar niet omgaan met de druk die zijn genialiteit met zich meebrengt.

De eerste man die ik op straat tegenkom, kan dat ook niet. Maar ik krijg wel een geniale klap op mijn gezicht. Even lach ik. Dan krijg ik een ronduit briljante stomp in mijn bakkes. Ik val om. Ik lach nog steeds. Dit is echt geniaal. En het houdt niet op. Hoe meer ik de genialiteit van de situatie bewonder, hoe meer klappen ik krijg. Hoogbegaafde mensen zijn toch een tikje moeilijk in de omgang, hoor. Maar dat geeft niet, want ze zijn tegelijkertijd geniaal.

Het is toch verdomme wel geniaal, of niet soms ?

  • Ik vind dit maar een stomme poll, ook. (100%, 1 Votes)
  • Nee, dit is poep. Dit is kaka. Dit lust mijn hond niet. (0%, 0 Votes)
  • Ja, maar ook weer niet. EIgenlijk helemaal niet. Eigenlijk gewoon nee. Nee, dit is poep. (0%, 0 Votes)

Total Voters: 1

Laden ... Laden ...

Verslagenheid

Weer niks


Er hangt verslagenheid over de straten als ik naar het centrum loop. Verslagenheid en mist. Het is stil. Af en toe wordt de stilte doorbroken door dronken mensen met neerslachtige buien. Ze hebben vriendinnen, die minder gedronken hebben en hen naar huis loodsen. “We moeten hier oversteken,” zeggen ze. Her en der liggen prullaria die eerder deze avond pronkstukken waren, rondgestrooid langs de weg. Afgedankt. Opgegeven. Onnodig. Woedend terzijde gesmeten. Ze zijn goedkoop gemaakt, goedkoop gekocht, gekoesterd gedragen. Niet eens meer de rommelmarkt waardig, nu. Ik loop kalm. Ik weet niet wat ik moet verwachten. Een paar dagen geleden was ik in een ander land dat eenzelfde teleurstelling voor de kiezen kreeg. Die vierden hun nederlaag. “We zijn toch maar zo vér gekomen,” was het blondklaterend devies. Maar dat is niet het devies van het land waar ik nu loop.

Verveeld lopen politiepaarden, hun berijders hoog boven het ontgoocheld publiek tillend, door de met plastic afval bezaaide centrumstraten. Er is nog volk, maar geen feestsfeer. Er klatert geen tochmaarmooi-blond. Sommige mensen lallen nog onverstaanbare supportkreten terwijl ze in hun vlagkostuum over de weg zwalken. De afzethekken op de ringweg worden weggehaald: het is niet nodig het verkeer nog langer te hinderen. Het leven gaat door. Ik kom, met wat moeite, een nog goedgevuld café binnen. Aan de bar zit een vriend. Hij is kapót. Maar hij wil niet naar huis. Liever wil hij nog een vol glas. Als hij naar huis gaat is het echt.

Een paar goedgemutste halfslachtigen – het slag dat bij de overwinning om het hardst trots meegebruld zou hebben – tappen de enige na de andere sterke mop over de wedstrijd. Ik grinnik wat. Ik ben een van hen. Ik zou echter niet meegejuicht hebben, want mijn wedstrijdkater is al een halve week geleden. Ik ben een volledige landverrader geworden. Daar schaam ik me ook niet voor. In dit land wordt niet gevierd hoe ver men toch maar. Hier drinkt men met zure gelaatsuitdrukking. Een vrouw zit ingestort naast mijn vriend. Ze had voor het hele toernooi vrij genomen. Nu heeft ze dagen over. Nieuwe invulling voor vinden. Ik word benaderd door een schuchtere jongen. Op de promotionele hoodie die ik draag, prijkt een bedrijfsnaam die overeenstemt met zijn achternaam. Hij wil die graag hebben. Toch nog een positieve trofee aan de avond. Hij draagt een van bier en droefheid doordrenkt supportersshirt. Uiteraard mag hij zó mijn shirt hebben. Hij knuffelt me even. Ik hoor een onderdrukte snik. Of die voor de trofee of de wedstrijd was, dat weet ik niet. Sommige dingen vraag je niet.

Verschrikkelijk toch ?

  • Nee, kunnen we het eindelijk over wielrennen hebben. (80%, 4 Votes)
  • Ja, ik ben er nog kapot van, de drankrekening aan het eind van de avond. (20%, 1 Votes)

Total Voters: 5

Laden ... Laden ...

Een zak chipkaarten

Treinkaartjes

Het is wat gepruts, maar ik word er bij elke automaat handiger in. En hoppa, weer een stapel voor in de zak. Ik heb al een flink volle zak chipkaarten. Ze gaan heel veel waard worden. Per morgen zijn ze afgeschaft. Waardevolle verzamelobjecten. En nog helemaal ongebruikt. Ik ga er flink aan verdienen. Wie wat afschaft, heeft wat. Geef het een jaartje en de echte verzamelaars zullen gaan opbieden voor de laatste exemplaren. Ik heb ook nog echte guldens. En de vroegere treinkaartjes. Ik weet nog hoe die afgeschaft werden. Meteen toegeslagen. Er zijn idiote verzamelaars genoeg die veel geld bieden voor vanalles wat uit omloop is.

Goed dat ik aan mijn mondkapje heb gedacht. Ik probeer zoveel mogelijk van de scanner af te ademen. Geen liefhebber, trouwens, van het nieuwe systeem. Ja, natuurlijk valt het bijna niet te vervalsen. Iedereens adem is uniek. Maar ik vind het toch nog steeds een beetje vies. Op zo’n plaatje ademen. Waar talloze anderen op ademen, de hele dag door. Mensen met verkoudheden, mensen met een speekseloverschot, mensen die net lam met knoflook hebben gegeten. Het zal wel wennen, natuurlijk. Maar het idiootst vind ik nog de omroepers. “Is dit uw eindbestemming, vergeet dan niet uit te ademen.”

Misschien wordt de adem ook nog wel afgeschaft, ooit. Geen adem in, adem uit meer. Ook dan zal ik er als de kippen bij zijn. Flink wat adem inslaan. Maar voorlopig is dit het gangbare systeem. Ik voel even hoe zwaar de zak is. Flink wat. Ik til de zak chipkaarten op en loop er stilletjes vandoor. De nacht in. Althans, het zou de nacht zijn. Als die niet ook al drie jaar geleden afgeschaft was.

Erg he, al dat afschaffen ?

  • Ja, ze zouden dat afschaffen direct moeten afschaffen ! (50%, 1 Votes)
  • Nee, ik ben voor behoud van het afschaffen ! (50%, 1 Votes)

Total Voters: 2

Laden ... Laden ...

Pil

Verhaal door René van DensenDe bewoners van Prozacstad moeten er weer aan geloven. Van hogerhand is er iets in hun belang besloten. En dan valt er niks tegen te doen. Iedereen betaalt mee aan de realisering van wat ze niet nodig weten te hebben. In dit geval wordt er een mooi symbool van de stad gerealiseerd. Een standbeeld in de vorm van een pil. Het moet niet zomaar een pil zijn. Geen ordinaire huis- tuin- en keukenpijnstiller. Geen anticonceptiedingetje. Of zo’n banale Viagra. Bah ! En zeker geen Drion. Deze pil moet de mensen vrolijk stemmen. De gemoederen doen opklaren. De mensen hebben het zo zwaar. Daarom moet die reusachtige standbeeldpil er komen. Groter dan de huizen. Hij moet eigenlijk van heinde en verre zichtbaar zijn.

Voor er begonnen kan worden, gooien de wijze bestuurders eerst drie woonwijken plat. De bewoners moeten uit hun vertrouwde huisjes en worden ter compensatie in een woonflat aan het industrieterrein gepropt. Ze begrijpen toch ook wel dat de economische tijden er niet naar zijn, dat de gemeente zomaar gelijkwaardige woonruimte kan aanbieden. En de Pil kan er niet komen met hun oude huisjes in de weg. Bovendien zaten er al zoveel armoedzaaiers bij elkaar. Het werd steeds moeilijker om het volledige bedrag aan stadsbelasting bij hen geïnd te krijgen. Nee, dit is veel beter zo. We gaan de Pil niet onringen door armoede. Daar wordt niemand vrolijk van. De bestuurders zijn in hun nopjes met het goede besluit.

Het duurt vijftien jaar voor de Pil klaar is. Dat is drie keer zo lang als begroot, maar geen probleem, een financiële injectie is zo gezet. En de vele arbeidsongevallen (enkele doden, maar dat werd gelukkig vakkundig uit de krant gehouden), daar weten ze ook nog wel een pleister voor op de wonde bij te ritselen. Dit project is immers niet voor watjes. Het zal een krachtig verband onder het volk aanbrengen. Daar kan geen enkele bewoner zich een breuk aan tillen. Op de dag van de grote opening staan de betergestelde burgers van Prozacstad enthousiast te applaudiseren. Champagne. Kaviaar. Persconferentie. De landelijke journaille struikelt over elkaar om de Pil zo goed mogelijk in beeld te brengen.

Aan de rand van het industrieterrein staan inmiddels drie flats. De bewoners hebben van daaruit rechtstreeks zicht op de Pil. Ze beamen stilletjes dat het ’t toch wel waard was. Mooie Pil hoor. En hij staat er toch maar. Ja, Prozacstad prijst zich gelukkig met haar groothartig bestuur.

Zou je ook niet zo'n mooie reuzenpil in je stad willen ?

  • Ja ! Waarom is het er verdomme nog niet ? (50%, 2 Votes)
  • Ssssst, breng ze nou niet op ideeën ! (50%, 2 Votes)

Total Voters: 4

Laden ... Laden ...

Prozacstad: de Poëtische Logikwiz (Gentse Feesten 2014)

Gentse Feesten 2014
Ik kondigde het al aan: over een paar weekjes treed ik op tijdens de Gentse Feesten. Tijd voor een kleine update, want ik ga iets speciaals doen. Puzzelliefhebbers opgelet !

Geen idee of dit ooit eerder is gedaan: het optreden wordt een poëtische logikwiz. Ja, dat leest u goed. Tijdens Zaradi Tebe mocht een handvol luisteraars al mijn eerste probeerteksten horen over de inwoners van ‘Prozacstad’. Mijn bedoeling is dit concept steeds verder uit te werken tot er een bescheiden theaterconcept ontstaat, maar voor nu probeer ik elke stap het thema in een nieuwe richting te duwen. De personages die in mijn gedichten opgevoerd worden, worden steeds gedetailleerder en gaan ook met elkaar interacteren. De goede luisteraar zal hierdoor veel over deze persoonlijkheden te weten komen.

En zo kan er dus, vermits men goed luistert, een logigram ingevuld worden tijdens mijn voordracht. Hieruit ontstaat, via de laatste in te vullen antwoorden, een nieuw gedicht. Bovendien valt er aan het eind van mijn voordracht nog iets te winnen. Kom dus zeker zaterdag 19 juli naar Los Perros Calientes in Gent en puzzel mee !