In een te lang bericht vind ik mijn helderheid. Een ander leren kennen. Nog niet zeker waar het toe leidt. Maar ze wil het wel beleven.
Ik rook op het terras in de regen. Een paar vreemde, wel mooie ogen priemen even naar me. Ik negeer het. Staar naar de regenstriemen.
Weer iets dat voor niets blijkt, daar ben ik nog niet. Volgende paar misschien. Of dronken armen die me vast wel weer vinden.
‘s Nachts huil ik wat. De kat komt miauwen en mijn gezicht likken.
Ik kijk in haar ogen.
Mijn lief zegt dat haar zoontje ooit stellig zei dat chips ook belangrijk zijn. Hij vindt chips nog steeds belangrijk. Ze vertelt nog meer mooie verhaaltjes over haar zoontje met een lieve gloed in haar ogen. Ik zeg dat ze mooie verhalen vertelt en ze zou moeten opschrijven. Ze lacht en ik zie dat ze dit niet gaat doen. Even vraag ik me af of ik haar verhaaltjes anders niet zou moeten opschrijven. Schrijvers zijn eksters. Zelf heb ik alleen collega’s om over te vertellen. Ik zit nog ver van mijn pensioen. Haar zoontje is zeven en superschattig. Het is nu of nooit. Maar we knuffelen op de zetel. Dat is ook belangrijk. Lees meer
Ik kijk verstoord naar de deurmat wanneer ik mijn fiets binnenrijd. Het is bloedwarm buiten, zweet stort zich van alle windloze richtingen mijn lijf af en er ligt een briefje van de postbezorger. Dat ik niet thuis was. Mijn pakketje is drie deuren verderop afgeleverd. Ik verwacht geen pakketje. Geërgerd zet ik mijn fiets in de hal, gooi er mijn rugzak naast, gris het papiertje en loop de deur uit. Dan meteen het pakketje maar ophalen. Ik trek de deur dicht en denk shiiiiiiiiiiii-
Door het raam zie ik de sleutelbos uit het fietsslot bengelen. Daar sta ik dan. De deur is duidelijk in het slot. Er zijn geen grote ramen open waar ik door binnen kan klauteren. Binnen hoor ik de kat miauwen. Ik krab even op het achterhoofd. Gelukkig heb ik een key buddy vlakbij wonen. Ik grabbel mijn gsm uit de broekzak en stuur hem een bericht of hij thuis is. In de ongenadige zon sjok ik naar zijn deur. Sissend verdampt het zweetspoor achter me. Ik vervloek mezelf om dat stomme buitensluiten. Maar goed. We kunnen het oplossen. Lees meer
Het is wennen. Misschien te snel. Ik heb geen vragen in mijn hoofd. Zij wel. Soms. Maar alles gaat vanzelf. We zijn rustig rondom elkaar. Blij, vrij van twijfels. Terwijl ik dit schrijf maak ik me bijna ongerust of mijn lezers dit wel interessant vinden. Alles gaat goed. Vanaf dat we elkaar ontmoetten. Als er een conflict sluimert, voel en zie ik het niet. Ik wil gewoon zoveel mogelijk bij haar zijn en het voelt ook steeds perfect wanneer we samen zijn. Lees meer
Natuurlijk heb ik ook een thuisbibliotheek. Maar thuis lezen is toch anders. Het is leuker in de bibliotheek zelf. En ik heb een favoriete bibliotheek.
Er komen veel markante figuren in mijn bibliotheek. Stil observeer ik ze. In de gezamenlijke ruimte maken ze ook vaak een babbeltje met me. Er is een gepensioneerde man die niet naar huis wil, naar zijn vriendin. Hij maakt een zagende beweging op zijn arm. Ze zeurt dus veel. Hij moet wel gaan, hij zou er al twee uur geleden zijn. Nog helemaal te voet naar twee wijken verderop. Hij heeft helemaal geen goesting om dat hele stuk te voet te doen, zegt hij. Ik stel voor dat hij op zijn handen loopt. Hij lacht met de laatste tanden die hij nog van zichzelf heeft. Binnenkort zal het vol stralend wit namaak staan. Lees meer
Ik koop boeken van vrienden zodat ze na zelfmoord in de kringwinkel eindelijk ontdekt worden door het grote publiek dat mispakt. Ik vermoed dat mijn vrienden me om dezelfde reden boeken geven. Ze schenken me nog een pint.
Elke vriend die ik het bovenstaande uit mijn telefoonnotities voorlees kijkt me heel bedroefd aan. Ze zijn het beu dat het zo slecht met me gaat zeggen ze. Het wordt tijd dat ik me herpak zeggen ze. Ze vinden dat het lang genoeg geduurd heeft en dat ik weer mezelf moet zijn. Ik berg mijn gsm dan op en zeg sorry. Ze zeggen wel dat het niet geeft maar op een toon dat het toch een beetje geeft. Ik vraag of ik het kan goedmaken.
Ze zeggen dat ze net een nieuwe bundel hebben uitgebracht.
Ik vraag het me al een week af. Hoe noem je een ex die voor je gevoel nog geen ex is, het is te pril, te vers, je zit nog in te veel verwarrende pijn ? Er is blijkbaar nog geen schrijver eerder uitgekomen. We hebben alles rondom liefde beschreven, het verkrijgen, het behouden, het verliezen, maar niet het punt net tijdens de hartbreuk. Lees meer
Terwijl de buurvrouw naar me schreeuwt kreukel ik. Niet in het minst omdat ik enkel vriendelijk goedemorgen zei voordat deze tirade startte. En ze heeft gelijk, het gezelschap in ons huis heeft tot schandalig laat en wellicht wat te hard muziek gespeeld. Ik sta daar met een zak koffiekoeken een lading boosheid te ondergaan, afgesaust met politiedreigementen, en kreukel. Want mijn vriendin houdt niet meer van me. Lees meer
De wc op de verdieping waar ik mijn werk doe, is kapot. De dichtstbijzijnste wc is schuin tegenover het kantoor van de directeur. Ik vraag me af of de wc op onze verdieping gesaboteerd is zodat de baas onze wc-tijd kan monitoren. Misschien zit hij nu met een stopwatch in de hand en mijn beoordelingsformulier voor zich, achter zijn bureau. Achter ? Aan ? Tegen ? Onder je bureau snap ik nog. Daar verstop ik me wel eens. Alle andere voorzetsels klinken vreemd ten opzichte van een plank met vier pootjes. Maar ja, een wc-bril is ook maar een vreemd woord. Lees meer
Eind elke ochtend staat mijn bejaarde overbuurvrouw met een dikke jas, haar in verse krullen en een verwachtingsvolle blik tegen de verplichte rijrichting in, op haar drempel te wachten. Soms kijkt ze wat naar de lucht, alsof de engelen eerder zullen komen dan haar lift. Uiteindelijk arriveert de auto en helpt steeds dezelfde man haar achterin. Het is nooit een taxi. Iemand draagt persoonlijke zorg. Hartverwarmend. De overbuurvrouw stapt haar drempel af, sluit haar deur, en sjokt richting auto. Ze wordt weggevoerd als een koningin naar wie weet waar, vermoedelijk een consumeerlocatie. Elk tijdperk krijgt de tempel die ze verdient. Lees meer