“En toen werd het stil,” zegt de presentatrice, al wat beschonken, om aan te kondigen dat de volgende dichter een titel die triggert aan zijn bundel gaf. Daarop krijgt hij de microfoon en klaagt hij dat sonnetten niet modieus meer zijn.
Ik heb aan schrijvers die veel over schrijven praten bijna net zoveel hekel als aan zinnen die met ik beginnen. Tijdens zijn voordracht staart de presentatrice zacht wiegend voor zich uit. Daarna leest ze een vraag voor op vragende toon.
Ik laat alle koopwaar liggen en glip uit het toiletraam. Buiten zijn jonge mensen uitbundig blij dat het weekend is. Wanneer ik langs het gebouw loop, staan alle dichters met hun neuzen tegen de ruit naar me te staren.

