prozacstad 1

Hoera

De man tiept wat in op een welluidend toetsenbord uit het jaar blok. Met samengeknepen ogen tuurt hij naar zijn scherm. Dan zegt hij verbaasd dat ik nog helemaal niet in het systeem voorkom. Dat kan kloppen, zeg ik. Dit is mijn eerste keer. Verbaasd kijkt de man mij aan en vraagt hoe oud ik ben. Ik antwoord dat ik vijfendertig ben.
“En dan nu pas je eerste uitkering ?”
Lees meer

Uitsteller

In de grote bibliotheek van Prozacstad gaat een vinger over boekranden. Er staat, in de grote kast, geen enkel boek over een onmogelijke liefde tussen een dinosauriër en een soepstengel. Dit betekent niet dat niemand dat boek geschreven heeft. Het kan al bestaan. Een prima reden om hetzelfde verhaal niet op te schrijven. En zo schrijft de Grote Uitsteller alle stomme ideeën die hij deze morgen krijgt, onverbiddelijk af.
Lees meer

Roest

Zenuwachtig loopt ze over vieze tegels vol etensresten en herfstbladeren. Envelop in de hand. Nerveus opengescheurd en weer dichtgevouwen. De brief in een voor haar onleesbare taal. Maar het
logo erboven heeft ze wel herkend. Ze weet dat het belangrijk is. En doodeng. Enger nog dan de glibberige wegen in dit triesteloze oord. Ze weet allang niet meer wat ze hier ooit is komen zoeken. Ze weet echter wel wat ze niet kwijt wil.
Lees meer

Club P

Het is opvallend druk bij Club P. Club P is de thuislocatie van de Opperpater, en dit bedoel ik niet metaforisch. Het is zijn woonkamer. Wanneer vrienden welkom zijn om langs te komen en bier te komen drinken, heet het hier Club P. Het heet niet echt Club P, de ware naam van de zuipavonden bij de Opperpater houden we echter onder ingewijden, anders wordt het er te druk.
Lees meer

Wolk

Een wolk jaagt op zijn schaduw. Ik zie het van onder aan. Behoedzaam sluipt de wolk door het grijsblauw, strak de schaduw beneden in de gaten houdend. Ik zeg er niets van. Liever dat een wolk op zijn eigen schaduw jaagt, dan op mij.

Plots duikt de wolk in een rotvaart op zijn schaduw. De wolk en de schaduw rollen knokkend door de straat. Ze beuken auto’s om en verkeersborden scheef. Wild zwaait donkergrijs en lichtgrijs door elkaar.

Ik besluit een andere route naar de sigarettenwinkel te lopen.
Lees meer

WK trauma’s

Het is Willem niet aan te zien, wanneer hij over straat slentert. Alleen de scherpe observeerder zou het opvallen hoe hij bij een blikje dat rondslingert, stopt. Hij fronst. Trapt hard op het blikje, zodat het platkreukt. Dan schopt hij het aan de kant. Met volgehouden frons loopt hij door. Er zit woede in zijn stappen. Een verkreukelde voetballer staart hem na.
Lees meer