prozacstad 1

Prozacstad

Hoog toekijkend vanaf een lantaarnpaal ziet de meeuw uit over Prozacstad. De natgeregende, semioostblokkerige betonnen troosteloosheid staart hol terug. Dezelfde grijsgroene eindeloosheid die hij ziet als hij over zee zweeft. Maar met minder plastic afval. Het is een bedrijvigheid van jewelste beneden, maar alles beweegt traag genoeg om ontspannen te volgen. Met scherpe ogen houdt de meeuw alles in de gaten.

Twee voormalige communicatieprofessionals, beiden in fletse truien, treffen elkaar voor het eerst in een klein decennium weer. Ze wisselen een uitgeblust hoegaathet uit. Allebei geven ze direct toe bij de groeiende groep uitkeringsgerechtigden te horen. Niet voor niets troffen ze elkaar bij de goedkoopste supermarkt in Prozacstad. Tien jaar geleden wisten ze niet eens waar deze winkel lag.
Lees meer

Postzak

Met een doffe kwakklank plofte de postzak neer. Vermoeide ogen boven halfzwarte wallen zagen deze zoveelste zak gelaten aan. Ze konden niet weten wat voor belangrijke brief er in zat. Ze konden niet bevroeden wat de gevolgen zouden zijn van het bezorgen van deze brief.

Konden ze dat wel, dan zouden ze zich wellicht achter de oren krabben. Dan zou de brief misschien per ongeluk kwijtgemaakt worden. Dan zouden ze wellicht zelf de brief even retour sturen. Geen mens zou deze brief doorlaten als hij wist waar het toe zou leiden.
Lees meer

Spartelen


Read the English version of this story here.

Van grote afstand zag ik precies hoe het mis ging, hoe de man al joggende zijn voet verkeerd zette, zijn been doorboog en viel. Met een luide plons belandde hij in het water. Even golfde alles na en toen spartelden zijn armen boven water. Wilde paniek. De man schreeuwde om hulp – blijkbaar kon hij niet zwemmen. Wie gaat er nou joggen langs een kanaal als je niet kan zwemmen, dacht ik, terwijl ik op hem afliep. Ik zag andere mensen erheen snellen die veel dichterbij waren, dus ik rende niet heel hard. Energie is een kostbaar iets geworden deze dagen.
Lees meer

Rode ballon

We zitten beiden nog maar op één derde van onze individuele bierglazen, tegenover het station, herinneringen op te halen wanneer ze even stilvalt. Ik kijk haar verbaasd aan, want haar gezicht trekt een verwonderde aanblik. “Zie die rode ballon daar, gevangen in den hekken,” verduidelijkt ze me. Ik draai me om, maar waar ik ook kijk in de wirwar van metaal, tramrails en steen rondom Gent Sint-Pieters, een ballon zie ik niet. “Daar, hij is juist verdwenen achter het paaltje, ge kunt ‘em nu juste niet zien.” Ergens in mijn achterhoofd moppert een ergerlijk stemmetje dat ik dit soort spelletjes altijd haat, dat zoeken naar hetgeen dat de ander ziet maar dat jouw blik maar niet kan ontwaren. Ik speur het metaalrooster van de tijdelijke omheining af, maar zie er nergens een ballon in bungelen. Ik draai me terug naar mijn gespreksgenote. Ze wijst. Dáár, de ballon is juist weer in zicht gekomen beweert ze. Ik keer mij om en na een hernieuwde roosterafspeuring zie ik plots dat er beneden, op de grond binnen het hek, een rode ballon rondstuitert als een jong hondje dat niet ingesloten wil zijn. Ah, ik zat foutief in de aanname dat de ballon wel in de mazen van het hekwerk zelf gevangen zou zitten bungelen.
Lees meer

De Man Zonder Vervoer.

De man zat daar opeens. ‘s Ochtends, in Prozacstad.

Een krantenbezorgende jongen per fiets zag hem als eerste. Starend naar de man reed hij bijna zijn voorwiel in een tramrail, wat tot een lelijke valpartij had kunnen leiden. Net op tijd kon hij zijn tweewieler voor dit onheil behoeden. Hoofdschuddend vervolgde hij zijn route, beter beseffend dan de meeste stadsbewoners, wat voor mafkezen er zoal in de wereld rondlopen.
Lees meer