Iemand heeft zijn kliko de dag na het ophalen niet van de stoep gehaald. De natie spreekt er schande van. Het begon in de wijk. Dat warmlopende vuurtje haalde een krant. Daar begon het vuurtje
harder te lopen.
De man krijgt journalisten aan zijn raam. Ze kloppen op de ruit en vragen of hij dat vaker doet, zijn kliko dagenlang op de stoep laten staan. De man verstopt zich achter zijn bank. Dat levert amusante TV-beelden op, want je kunt zijn hoofd nog zien. En zijn avondeten dampt nog. Dat bewijst de schaamte van de man. De complete natie lacht.
Er worden Kamervragen gesteld over de reden waarom de man zijn kliko niet terug binnen heeft gehaald. En wat de overheid daaraan kan doen. Het volgende punt op de agenda is het bericht dat de dag daarop in de krant stond. Een kindje had buiten het krijtvak gehinkeld. Een actiecomité spreekt er met schuim op de lippen schande van.
Dit ZKV verscheen in
“Prozacstad: Je bent er”
In 2014 bracht René van Densen zijn collectie ZKV’s (of Zeer Korte Verhalen) in een ZDB (of Zeer Dun Boekje) uit dat NZD (Niet Zeer Duur) was. Hierin las je de eerste avonturen van de bewoners van het misschien niet super fictieve stadje Prozacstad, waar de Opperpater altijd stabiel en soepel blijft en een vrouw met een brief in één hand en de rode draad in haar andere, van de eerste tot de laatste pagina het boek doorkruist. Het boekje verscheen slechts in een beperkte oplage (50 ex) in eigen beheer en is allang uitverkocht, maar op Google Play kun je het nog als ebook kopen en lezen. Dan begrijp je misschien ook beter waar het verhaal hierboven op sloeg. Tenzij je het koopt en niet leest, natuurlijk. Dat mag op zich ook prima, ook die centjes zijn gewoon welkom, daar doe ik niet kinderachtig over.

