Ik ben steeds gefascineerd door haar prachtige ogen. Ze lachen gul en toch samengeknepen maar zonder geniepig te geniepen. Ze geniepen zelfs helemaal niet.
Ze straalt een warmte en openheid uit zonder cliché te zijn, alsof ze een volwassen schoonheid compleet met lachrimpels bezit. Ik ben al maanden verzot van haar maar durf niets tegen haar te zeggen. Maar nu, tijdens de les handarbeid, lijk ik mijn kans te krijgen. Ze loopt in tegengestelde richting en de ruimte tussen de tafels is niet ruim. Ik open mijn mond maar vergat dat ik ook nog een zaag vast heb, en raak haar arm ermee, waarna ik alleen nog maar gestamel kan uitbrengen en rap doorloop, vermoedelijk met een knalrode kop. Daar begon dat dus, helder – hoe kom ik nu weer terug ?
Dit is in mijn verlegen fase, of tenminste rondom vrouwen. Ik ben nochtans een goedbetaalde IT’er in een internationale bank, en we komen elkaar steeds weer tegen bij de koffieautomaat, waar zij bedachtzaam haar koffie nipt en oogcontact vermijdt. Ik poog halve zinnen die zij kortaf antwoordt. Maar ik weet dat ze van oorsprong Tsjechisch is en heb thuis een cursus gevolgd, dus wanneer ik haar groet in haar eigen taal, in hopelijk een niet te belachelijke tongval, oogst ik toch verrassing in haar ogen. Even lacht ze naar me, groet terug, en loopt dan met haar halve beker koffie de ruimte uit. Ik leun tegen de muur en vraag me af of dat ooit goed komt met mij en de vrouwen. Wat kon ik pathetisch zijn toen.
Ik kan niet slapen. Ze hebben me wijsgemaakt dat er een komodovaraan is uitgebroken en ik hoor buiten dingen door het gras rondschuifelen. Het zou me niet verbazen, ik ben ergens waar reusachtige alligatoren doodgemoedereerd middenop de dag over de snelweg struinen en auto’s er routineus wat omheen sturen. Waar gieren op de lantaarnpalen wachten en als je even ergens stilstaat, je benen plots bedekt zijn met duizenden vuurmieren. En ik kwam hier om een meisje te bezoeken dat ik alleen online ken. Haar vader moet me niet, en zou uiteindelijk haar en haar moeder genoeg tegen me opzetten door te doen alsof ik iets gestolen had, dat ze instemmen om mij een halve dag tevoren al op het vliegveld te droppen, waar ik dan maar rustig wacht en slaap bij mijn koffers, blij dat ik naar huis ga. Ze stuurt later dat de vader door de mand was gevallen en zij en haar moeder sorry zeggen. Maar toch houden we op met praten en ben ik ergens blij nooit meer naar die plek terug te hoeven. Ik druk op een knop.
Ik zit in een antikraakwoning en mijn hoofd werkt niet goed meer. Ik heb er teveel van gevraagd en nu zijn alle filters kapot. Ik wil mezelf vertellen dat het maar tijdelijk is, dat het meeste terugkomt, dat ik nog prachtige jaren tegemoet ga, maar ik krijg het niet in mijn botte harses. Ik ben wanhopig, ik drink, en ik duik met allerlei onverstandig schoon in bed. Daar word ik ook geen beter mens van, maar ik weet nu even niets beters te verzinnen. Ik merk geen vooruitgang in mijn herstel en wil mezelf de realiteit uitklauwen. Ik schrijf heel, heel veel. Ruim een jaar schrijf ik elke dag een kortverhaaltje. Eigenlijk gewoon om te ontsnappen aan de illusie dat ik aan het doodgaan ben. Dat alles naar de klote is, dat het nooit meer goed komt. Ik tel mijn ademhalingen om mijn kop weer leeg te krijgen. Mijn vingers zoeken naar een knop.
Daar zit ik dan. Ik kan niet ophouden met huilen en het is verdomme al de tweede keer dat het zo ging. Exact zo. Hart gebroken én een vriend die steun en toeverlaat was, overleden. Ik weet niet meer hoe ik het deze keer ga doorkomen, en ik rouw. Ik rouw om mezelf. Elk kreeg een versie van mij die specifiek voor haar was, en naderhand stierf die, voorgoed. Ik weet niet of er nog ikken in me op te brengen zijn. Op dit moment weet ik nog niet dat er nog een paar kortstondige rampverhaaltjes van niets komen waarna inderdaad ik geen nieuwe versie meer in me zal hebben, en de handdoek in de ring gooi. Mooi geweest, ik ben niet gemaakt voor dit spel. Ik was er nooit goed in, en soms is stoppen geen opgeven maar de waarheid onder ogen zien. Ik overweeg een heel, heel grondige schoonmaak, om mijn gedachten te verzetten.
In het TV-meubel vind ik een afstandbediening terug die ik niet herken. Even staar ik ernaar, de knoppen zijn ook bizar. Geen volume of aan uit of zo. Ik snap de symbolen niet. Of wacht, dit lijkt misschien op een kalender, en die op een klok. Zou ik de tijd en dag hiermee kunnen instellen van mijn TV misschien ? Nee, dat is raar, dat kan ik met mijn gewone ook. Ik heb zelfs geen flauw idee hoe deze tussen mijn andere afstandsbedieningen terechtgekomen is. Even overweeg ik om een knop in te drukken en te zien wat er gebeurt. Maar nee, gooi dat ding gewoon weg. Nee, René, niet drukken. Ook niet op die ene knop, nee. Ook al ziet die er nog zo interessant uit. Doe. Het. Nie

