Maar dan legt de wereld weer een diarree

Ik kan toch zeker nog twee uur in mijn cocon blijven soezen, maar dwars door mijn slaap heen barst het geluid binnen: de wereld legt een diarree. Verstoord mompel ik een vloek. Het is mijn beurt. Egoïstisch als mijn aard, schud ik even zachtjes aan de schouder van mijn lief. Wellicht trapt ze er in. Ze kneuriet. Knorren is niet haar stijl en grommen meer de mijne. Haar norsigheid klinkt als een geneuried lied. Maar wel een met een heldere tekst: nee mannetje, los jij het maar op.
Lees meer

Ja, jij wel.

De woorden klinken bijna als een verwijt. Het onderwerp is dronken worden en controle verliezen. “Ja, jij wel,” had hij geantwoord na zijn biecht dat hij het niet kan. Dat hij het te eng vindt. Meteen probeer ik terug te denken of ik hem wel eens dronken heb gezien. Fors aangeschoten, dat wel. Maar echt laveloos, dat niet.

Alvast zeker niet het punt dat mensen tegen je praten alsof je een kind bent, en je kalm ergens heen begeleiden waar je niet heen wil. Naar buiten. Of naar huis. Of het punt dat je verbaasd ziet dat tafeltjes tegen je opbotsen en dan achterover vallen. Of omhoog, dat doen ze ook nog wel eens. Meestal nemen ze dan wat grond mee. De wereld wordt heel gek met een borrel op.
Lees meer

Krabben aan de magie

Het jeukt, elke dag opnieuw, die magie. Dat er zonnestralen door ramen binnenbarsten. Kleine bolle vogeltjes aan vetbollen kleven, met hun zenuwachtig zoevende kopjes. Eten, kijken, kijken, kijken, kijken, eten. Het jeukt, dat er mooie en lelijke stenen dwars door elkaar opgetrokken zijn. Dat er lange arceringen getrokken zijn door vers water en aangekoekt kalk.

Dat er lampen kunnen knipperen die regels stellen. Die de mensen vervolgens aan hun laarzen en banden lappen. Dat er planten de grond eten waar de dieren begraven zijn die hen weer hebben aangevreten. En maar draaien met de hele boel. Je krijgt er nog jeuk van. Dat iemand ineens je leven in kan stappen. Dat je die ook weer kwijt kan raken. Dat alles klauwt, krioelt, kronkelt, kreunt, kraait, kraant en keurt.
Lees meer

Fout, fout, fout

Willem met de WK trauma’s komt met twee bier aangelopen. “Wel goedkoop,” verduidelijkt hij de drankkeus. We zitten in een café zoals er gelukkig te weinig zijn. Tien mensen met verlopen dromen hangen aan de toog. De toog is ook een juweeltje: hij lijkt wel uit steigerhout gebouwd. De voorraad schone glazen was kleiner dan die van een gemiddelde bedrijfskantine en de barman keek telkens verbaasd als we weer een bier bestelden. Wat gek: iemand die in dit café bier komt drinken.
Lees meer