Dit
was de kamer waar
de tijd mij heelde
maar wat het nu
Dit
is wie of wat ik soms
echt wel poog te zijn
maar wie ik nu
Dat
is ook wat, zegt men
en ik kijk en ik kijk
maar wat het moet
Zo
staan de ruïnes van
vroeger zijn en later
worden, maar waar
geen idee
Dit gedicht verscheen in
“Onderop De Stapel Rechts”
De vierde dichtbundel van René van Densen verkent als thema verhuizen, transitie van één situatie naar een andere. Waarbij je altijd dingen kwijtraakt, maar er ook iets nieuws ontstaat, gesymboliseerd door kleine poëziedoosjes die je kunt uitknippen en die een nieuw gedicht vormen, maar waarbij je dan wel zes andere gedichten moet laten verdwijnen. Verdeeld in metaforische ruimtes in een nieuw huis verkent Van Densen wat je wel of niet mee moet nemen.
“Er lopen tig dichters rond in Nederland en Vlaanderen die al blij zouden zijn met de kruimels die van van Densens tafel vallen.” – Anton Voloshin

