december 2014

Aan zijn zij

Het komt niet uit met dit weer, maar zijn zool laat weer los. Het geeft niet, denkt hij, doorbijtend. Even vannacht doorkomen. Trots loopt zijn metgezel aan zijn zij. Naamloos, want zij moet haar eigen naam maar kiezen en dat heeft zij niet gedaan. De nageltjes takken op de stenen en in de restanten bevroren sneeuw.

Dat haar vacht een effen kleur heeft, helpt niet, vindt hij. Nu ziet ze er, met wat kleurenblinde fantasie, uit als een snelkruipende baby. Een maf vierpotig naakt kind. Hij is zo dol op haar. Geen idee wie haar verlaten heeft, maar hij kan het gezelschap goed gebruiken. Het is zo eenzaam, waar hij slaapt. Op zich is dat wel geruststellend, want hij moet ook geen gedoe ‘s nachts, maar toch.
Lees meer

Verhuisdozen

Het huis staat vol met verhuisdozen. Ze zijn leeg. De dozen die beneden staan, tenminste. Als ik een verhuisdoos vul, zet ik ‘m boven uit het zicht. Op de andere dozen die al vol zijn. Ik wil de volle dozen niet zien. Als er volle verhuisdozen staan, is het écht. Dan ga ik hier écht weg. Aangezien ik nog geen 100% zeker plan heb waarhéén ik ga verhuizen, wil ik me er niet onnodig druk over lopen maken.
Lees meer

Koffie ?

En, langzaam, valt, de, deur, in, de, groef. Klik. Hij laat zich een opgeluchte zucht ontglippen. Goed, nu hoeft hij niet zo stil meer te doen. Ze kan hem amper horen en slaapt lekker verder. Snel schiet hij zijn schoen aan, hoppend op zijn voet. Sok onmiddellijk zompig van de sneeuw in de tuin. Snertweer ook.

De veter werkt natuurlijk ook niet mee. Ook direct kletsnat. En dan heeft hij nog maar één schoen aan. De ander is minstens zoveel gepruts. Tot overmaat van ramp zit er één veter niet door het laatste gaatje en wil het er ook niet doorheen ook. Half slaperig en binnenmonds vloekend priegelt hij het onding door het metalen ringetje. Als hij vervolgens eindelijk de schoen aan zijn voet heeft en de veter wil strikken, breekt deze. Ja, dat kon er ook nog wel bij.
Lees meer

Allebei dood

“Ja, Van Densen en de striptekenaar zijn hier,” zegt de Opperpater tegen zijn moeder. Zijn moeder belt op steeds onvoorspelbaardere tijdstippen op de avond, maar wel elke. Ze bespreken dan Eastenders. Allebei kijken ze het, en dan bespreken ze het. Al 25 jaar. Bij hoge uitzondering neemt de Opperpater het op, maar dan moet hij het van tevoren weten, en zijn moeder ook.
Lees meer

Terrasechtgenote (2)

Mijn moeder is op vakantie geweest. Ze heeft gemist dat ik op een terras in een dronken bui met iemand ben getrouwd. Ze had de hoop op een schoondochter opgegeven. Ik begrijp dat ze mijn vrienden inmiddels verzoeken stuurt om hen als familie te mogen beschouwen. Op Facebook. Ik wil haar vertellen over haar schoondochter, maar die heb ik sinds ons terrashuwelijk niet meer gezien.

Vanavond komt mijn terrasechtgenote bij me langs. Ik ben benieuwd hoe ze eruit ziet. De Opperpater komt ook. Ik hoop dat ze niet gaan vechten. Ik heb de boel net aan kant.
Lees meer

Zangmond

Als ik voor de spiegel gaap, heb ik een zangmond. Echt zo’n halve laadschuur waar een hoge schrilgil uit kan galmen. Minstens bij de eerste gaap. Wanneer ik, amper wakker, naar de badkamer heb gesjokt en voor de spiegel aan mijn buik sta te krabben. Het is de gaap waarbij het half bij me doordringt hoe mijn slaapkapsel oogt. Dat klinkt erger dan het is, want hoewel het soms echt alle kanten kan opsteken, zit mijn haar meestal bij het opstaan al fantastisch. Je moet met sommige dingen maar net geluk hebben.
Lees meer

Varkentjes

“Woon jij nog steeds in die stad waar de auto’s varkentjes eten ?” vraagt ze me. Althans, zo versta ik het. Iedereen is halfdronken en praat door elkaar heen. Ook is haar Nederlands nog niet volmaakt. Ik kijk haar niet-begrijpend aan. In mijn stad gebeuren veel gekke dingen, maar auto’s die varkentjes eten, dat moet ik nog meemaken.

Een man dringt aan dat we zijn wijn drinken. Ik zie het etiket: Bergerac. Goedzo, denk ik. Niks mis met een goede Bergerac. Sterker, hij heeft hem een aantal jaren laten rijpen, proef ik direct. Ik ben geen dranksnob, maar Bergerac heb ik indertijd genoeg gedronken om te weten wanneer die goed is, en wanneer béter. Ondertussen blijft mijn buurvrouw aandringen op de varkentjes.
Lees meer