Op de achtste dag van Prozacstad was hij er plots, en hij is nooit meer weggegaan. De minst spraakmakende schrijver ter wereld. Hij was een trotse Prozacstadbewoner en liet dat merken door overal zo nadrukkelijk mogelijk aanwezig te zijn. Maar niet té aanwezig. Men zag hem altijd maar vond niet veel van hem. En zo werd en bleef hij de minst spraakmakende schrijver ter wereld. Lees meer
In de bioscoop draait een film met een man met de hamer. De man met de hamer is heel bezitterig. Niemand anders mag de hamer gebruiken. Ook de buren niet. Terwijl die klusjes genoeg in en om het huis hebben, waarbij ze graag even de hamer zouden lenen. De man met de hamer staat niet op geweldige voet met zijn buren. Lees meer
Er is weer een nieuwe maandelijkse thema-avond in Prozacstad. Het Schijtcafé. Het wordt georganiseerd met medewerking van de Vereniging voor Proctologen en het GGD. Kakken, want Belgen zijn ook welkom, kan een gecompliceerde kwestie zijn. De eerste avond was gisteren, in een passend bruin café waar de koffie rijkelijk vloeide. Lees meer
Er staan twee bloemen in de rookruimte. Ze kuchen niet, dat maakt ze prettig in de omgang. Wel hangen ze plechtig hun bloemkelk. Het zijn toch mede-planten die hier schuldonbewust gecremeerd worden. De as rust tussen filters en plastic koek-verpakkingen.
Bij nadere inspectie verraadt een naaldje onder een bloemblad, dat de flora namaak is. Misschien rouwen ze om de koekjewikkels. Lees meer
Haar eerste rapport. Het was onleesbaar. Maar ze was zo trots, haar dochter. En moederlief kwam er met de ingevulde cijfers alvast wel uit. Haar dochter was een genie, dat stond buiten kijf ! En altijd zo vrolijk. En creatief, ongelooflijk creatief. Voor haarzelf was het leven te zwaar geweest om creatief te blijven. Maar in haar jeugd, in dat andere land, dat land dat ze eeuwigheden niet meer gezien had, meende ze zich te herinneren, creatief te zijn geweest. Ooit. Haar dochter had het beslist van haar.
Nee, ze zal niet huilen. Ze gaat vechten. En eerst vluchten. Van die verschrikkelijke mannen. Hoe durven ze. Ze is linea recta naar huis gegaan, nadat ze begreep wat er in de onleesbare brief stond. Haar vriendin vertaalde het helder en geduldig, maar met een welbespraakt droevige blik in haar ogen. Ze had de strekking al in die blik gelezen, voordat de vertaling halverwege was. En al begreep ze nu wat elk laatste woord op het papier betekende, de brief bleef onleesbaar. Lees meer
Ik kijk een film, thuis bij de Opperpater. Op een bepaald moment zeg ik van iemand in de film dat ze best een lekker wijf is. Die dingen zeggen we weleens. De Opperpater vraagt: “Wie ? Die rechtse ?” Er zijn in deze scène links een man, rechts een vrouw, en verder enkel twee paarden te zien.
De Opperpater meent dat er een veel te lage bodycount en veel te weinig explosies in deze film zitten. Maar doordat hij de mooie vrouw nu ook gezien heeft, hoopt hij nog op tieten. Lees meer
Zoals de mist ‘s ochtends onopgemerkt door de straten van Prozacstad kruipt en er dan ineens ís, zo ging het. Het duurde even om door te dringen, maar toen hoorden de dieren rondom de schapenwei het ineens. De schapen waren stil. Ze blaatten niet meer. Nu blaten de meeste schapen niet onophoudelijk, maar je zou haast zeggen van wel. Er stonden zovéél schapen in de wei dat er altijd geblaat klonk. En dat geblaat werkte vaak aanstekelijk. Lees meer
Muziekcafé in wilde paniek aan de lijn. Er heeft een coverbandje afgezegd. Dus hebben ze voorlezende schrijvers nodig. Ik krijg een gratis biertje en mag ook gratis naar het toilet. Aangezien het café op loopafstand ligt en ik geen andere plannen heb, kan ik niet weigeren. Zeggen ze tegen me. Ik geloof ze.
Bij het café aangekomen blijken er meerdere schrijvers uit Prozacstad opgetrommeld te zijn. We worden in een kudde bijeengedreven achterin het café met instructies om ‘de betalende bezoekers er door te laten als ze naar binnen of naar buiten willen.’ Het is erg krap in de hoek. Ik voel een jonge schrijfster met haar tepels tegen mijn rug priemen. Het kriebelt. Lees meer
Trots gaat ook deze in de collectie. De collectie wordt forser en forser. Afwijzingen van literaire bladen. Het is jammer dat ik deze zelf heb moeten uitprinten. E-mail is de doodssteek voor iedere fatsoenlijke afwijzingencollectie. Het is toch ‘echter’ als er een handtekening op staat. En een postzegel aan besteed is. Een digitale afwijzing is niet zelden control vee send.
Ook het originaliteitsgehalte is tanende. Triestig. Ooit maakten de literaire redacties nog écht werk van het afkeuren. Een zeldzame redacteur ging wel eens in op het waaróm jouw werk niet. Een ander bracht een ironische, humoristische schets van kwaliteitsbewaking te berde. Sommige bladen hadden het bewonderenswaardige lef om zoveel te zeggen als ‘we hebben veel schrijvers, weinig abonnees, misschien als u een abonnement neemt, dat we eerder zullen overwegen iets van u te plaatsen’. Het was altijd smullen, wachten op reactie nadat je werk instuurde. Lees meer