De deurbel rinkelt. Niet uit zichzelf, maar door een kunstenaar die zijn kunstwerk komt brengen. Ik heb het kunstwerk gekocht. Niet dat ik er het geld voor heb, maar als de kunst erdoor blijft bestaan eet ik wel pindakaas op brood. Al deze verduidelijkingen wekken hopelijk de indruk dat ik niet passief in het leven sta want bij sollicitaties komt dat negatief over.
De kunstenaar is dronken. Bijna alle kunstenaars die ik ken zijn dronken. Het kunstwerk is intact, hij heeft het netjes ingepakt. Maar hij was heel deze zondag al op wielrit, legt hij lallerig uit. Ik laat hem binnen want die mag hij binnen uitleggen.
Met een klap staat er een fles jenever op tafel. Niet uit zichzelf, maar uit de zak van de kunstenaar. Hij heeft die onderweg gekocht en nu gaat die op, meld hij stellig. Pak maar twee glazen. Terwijl hij beide glazen doet overlopen, zegt hij dat hij net van het terras komt. Verbaasd vraag ik dat hij toch aan het wielrennen was. Ja, zegt hij, maar met een groepje, en dat doen ze van terras naar terras. Het is niet zijn schuld dat er altijd binnen een kilometer wel weer ergens een ander terras blijkt te zijn. Je moet ook regelmatig een pauze nemen als je topsport.
Op zich is het fijn om even geen gesprek te voeren waarbij ik mezelf ergens moet zien over vijf jaar. Of drie goede en slechte eigenschappen van mezelf moet noemen. Puur zodat ik mezelf weer ergens ‘s ochtends vroeg kan melden, achter een bureau kan zitten, en veinzen dat ik hiervoor op aarde ben gezet.
De kunstenaar had als laatste job dat hij toiletrollen moest stapelen, en hij heeft een berg rollen omgetrapt en gezegd dat ze het zelf moesten oplossen. Sindsdien maakt hij alleen maar kunst. Of misschien was hij pakketjesbezorger en heeft hij met een kater zijn job opgezegd. Het is niet duidelijk wat zijn laatste werk was, maar verhalen erover heeft hij genoeg.
Ik doe mijn best om een beetje mee te drinken maar de kunstenaar praat veel en heeft dus meer dorst. Voor we het weten hebben we de fles leeggedronken en vraagt de kunstenaar of ik nog meer te drinken in huis heb. Ik twijfel dat ik nog wel ergens een fles vodka heb staan, en voor ik me kan herinneren waar ook alweer, is de kunstenaar het al aan het inschenken. Hij heeft ook de fles whisky gevonden die ik voor een bijzondere gelegenheid bewaarde.
Het gaat nog lang duren voor het kunstwerk aan de muur hangt, vrees ik. Niet uit zichzelf, natuurlijk.

