preloader

Zou hij haar verzonnen hebben ?

Festivalding (3)


Overal zijn mensen, overal zijn ogen. Met gescheurde, vieze lappen stof aan ons lijf en vegen in ons gezicht bewegen ik en mijn geliefde ons behoedzaam door het kamp. Het is puur overleven geworden, proberen de volgende dag ook te halen. Rond ons heen loerend zitten we samen de wacht op ons kleine hoekje in deze wildernis. Vaag herinneren we ons de beschaafde wereld van weleer. Andere tijden. Morgen is de nieuwe horizon.

We communiceren met grommende, algemene geluiden. Taal zijn we vergeten. Als iemand ons kampement nadert, krijsen we luid alarm. Gehurkt en geschrokken wacht de indringer af. We staan schouder aan schouder voor onze voorraad. Aarzelend graait hij in zijn modderige lompen. Ik ben klaar om in actie te springen als hij een wapen trekt.
Lees meer

Festivalding (2)

Op het festivalding zijn heel veel optredens en andere gekke activiteiten te bezoeken. Teveel om allemaal te zien en te horen. Daarom rennen de lokale campingkindjes rond en jengelen rond me als ik katerig naar het toilethok sjok. Ze bieden aan om dingen voor me te bezoeken en te beluisteren. Voor een klein bedrag kunnen ze zeker zes bands voor me gaan luisteren, of een workshop bergklimmen in de sauna volgen, wat ik maar wil.

Ik sta stil. Het is eigenlijk pas dag een van het festivalding en ik heb nu al geen zin meer. De kindjes roepen nog wat extra aanmoedigingen. Ze hebben honger naar geld. De deal klinkt me niet gek in de oren. Mijn vriendin is ergens zich al uitgebreid in het feestgedruis aan het storten. Ik ben nog lang niet zo ver. Als de campingkindjes alles voor me bezoeken, kan ik lekker bij de tent een boek lezen en een biertje drinken. Of toch in de tent, want het regent verdomme alwéér. Ach. Slechte ogen heb ik al.
Lees meer

Festivalding (1)

Ze is nogal eigenwijs, dus dat ik zeg dat ik niet van feestjes en festivals ben, wil er niet in. Ik moet mee. Naar een festival dat door gigantische hoeveelheden mensen bezocht wordt. Ik word al zenuwachtig in een kleine bruine kroeg zonder lege stoelen. Dus dit gaat goed aflopen.

We zitten in een volgepropt oud Lelijk Eendje en denderen over modderige wegen. Het regent. Op dit festival schijnt het altijd te regenen. Hittegolf ? Zolang dit festivalding er middenin valt, valt het wel mee. Het voorwiel van ons Eendje glibbert in een slijkput. Geen cliché blijft me bespaard, bedenk ik me, als ik achter de wagen sta te duwen en de modder zich spattend op mijn kleren slingert.
Lees meer

Dansen met bakboter


Ze kookt niet. Nee, ze danst met bakboter. Fladderend van aanrechthoek naar aanrechthoek, opgewerkt smakkend voorproevend met haar pink. Haar kont schudt. Ik kan aanbieden te helpen, of ik kan toekijken. Stil drink ik dus mijn biertje. Buiten het appartement worden ongetwijfeld mensen doodgeschoten en platgereden. Dat ik een paar paprika’s niet snijd, is niet het ergste dat gebeurt in de wereld.
Lees meer

Inbox (3)

Na veel gesmeek neemt ze me terug. Mijn vriendin. Niet de literatuur. De literatuur is een absolute cock tease. Wel de volle aandacht willen, maar iets opleveren, ho maar. Mijn vriendin heeft een voorwaarde: ik moet niet meer zoveel zweten.

Ik zweet erg veel. Ik zweet ‘s ochtends bij de koffie. Bij elke koffie meer. Ik zweet voor ik op de fiets stap en na ik er vanaf stap. Ik zweet in de trein. Ik zweet lopend naar mijn werk. De hele werkdag zweet ik, de terugweg zweet ik en in bed zweet ik. Daar hoef ik niks voor te doen. Voor wie dat dacht bij mijn eerdere opmerking.
Lees meer

Inbox (2)

In de straten zwalmt de geur van opgedroogd riool. Een man met reusachtig dikke tong stopt met zijn fiets en vraagt of ik een flesje cola heb. De vraag is zo specifiek dat ik verrast nee antwoord, me pas daarna bedenkend dat de bidon water in mijn rugzak nog twee slokken bevat. Maar ik koester de twee slokken, ik moet nog een eindje en wil onderweg niet verschrompelen tot een krent.
Lees meer

Inbox (1)

Op het heetst van de dag klinkt er een ploepk uit de laptopspeaker. En daar staat het dan. Inbox (1). Ik besluit het te negeren. Zo goed het gaat concentreer ik me op wat ik aan het doen was. Ventilator een standje harder.

Maar mijn oog blijft terugdwalen. Wat ik ook probeer, zelfs de zinnen uit de tekst die ik door probeer te werken één voor één hardop in mijn kop uitspreken, steeds weer lonkt de Inbox (1). Met een zucht klik ik er op.
Lees meer

Lift

Er hangt geen spiegel. Dat is wel zo prettig. Spiegels in liften mogen mij niet zo. Het is wederzijds. Natuurlijk had de bekleding wel iets leuker gekund. Mocht zeker weer niks kosten. Ik weet ook niet goed waarom ik de lift neem. Eigenlijk hoef ik maar twee trappen hoog. Makkelijk te lopen. Maar ja. Makkelijker in te drukken.

De lift stopt op haar verdieping. Zo vaak heb ik deze lift nog niet genomen, maar ik sta nu al routineus bij de deur. Met een schok zet de lift zich vast en de deur klikt los. Bij het schuiven gaat het mis. De deur opent tien centimeter en stopt.
Lees meer

Erbij geweest

Ze wil met me pronken en ik heb maar ja gezegd. Zo gaat het immers meestal. En dus ben ik nu op dit feestje. Ik klots wat met mijn biertje en trek een gezicht alsof ik heel diepe gedachten heb. Hopelijk raak ik niet in teveel gesprekken betrokken.

Het ligt niet aan de mensen. Die zijn vermoedelijk prima. Het ligt aan de feestjes. Deze feestjes zijn verzamelplekken voor mensen waarvan de meeste deelnemers een gedeelde geschiedenis hebben. Ze zijn erbij geweest toen dit of dat. En die verhalen worden weer opgerakeld. Het publiek bestaat uit mensen die erbij zijn geweest, en soms enkelen die er niet bij zijn geweest.
Lees meer