René leest voor

Kaal

Als ik de zeepresten afdroog, zie ik in de spiegel het gezicht van mijn vader, onder een potsierlijke pruik. Het gezicht waar ik aan gewend ben, spoelt met de restjes het putje in. Ik heb evenveel lach- en zorgrimpels als hij en ze zitten op bijna allemaal dezelfde plekken. Een andere levenskoers zorgt dus niet voor andere rimpels. Alleen die grote horizontale bedenkelijke fronsrimpel, die is echt van mezelf.

Voorzichtig voel ik. Geen wondjes dit keer. Wellicht leer ik het ooit eens. Schraapgeluidjes in de hoekjes. Weer niet volledig grondig geschoren. Geeft niet. De baard is er enkel af om over drie weken weer podiumklaar te zijn. Bijsnoeien, daar doe ik niet aan. Talent dat andere mensen beheersen, ik niet. En te lang oogt potsierlijk en jeukt gigantisch.
Lees meer