Je dacht me
te ontglippen
maar, één blik:
je bent de mijne !
Niet: wie je was
En ook niet: wie je
gaat zijn, maar
gevangen, voorgoed,
in die ene blik
Samen
met mij
onderweg in de
andere richting.
Ik strek mij
de tak uit
en hoef niet
met je mee
naar de stam,
ontvouw mij,
tot een blad
en vang de zonnestralen
die ons moment
verwarmen.
In de herfst
zal ik wel vallen.

