Prozacstad

Maden

Prozacstad wordt overspoeld door een nieuwe rage. Het begon eigenlijk heel klein. Een enkel vliegeneitje in een vuilnisbak. Maar al snel kroop er een dikke made in de bak rond, en dat bleef de buren niet onopgemerkt. Men moest toen ineens allemaal mades hebben in hun prullenbakken. De vliegeneitjes waren niet aan te slepen.

Vervolgens moet je er wel wat mee, natuurlijk, met die maden. Je moet niet denken dat als je een paar maden hebt die rondkruipen in je vuilnis, je het al helemaal gemaakt hebt. Nee, net als alle andere rages kost ook deze werk, aandacht voor detail, biedt de madentrend talloze mogelijkheden om op unieke, eigen manier uit te blinken in de kolkstroom van collectief kuddegedrag.
Lees meer

Blijveling

Ja maar, zei hij. Maar de gezichten keken onacceptabel. Hij wou nog een jamaar uitspreken, maar ja. Zacht sputterde hij tegen dat hij helemaal niet weg wou. Hij was bang voor de zee, allereerst al. En ook geen ruzie. Niet dat het regime hem zinde. Maar dat kon je wegslikken. Daar was bier voor uitgevonden.

Prozacstad wou hem echt ook niet kwijt, verzekerden ze hem. Maar ja. Hij zat met zijn huis op het midden. En een historische locatie moet voor het nageslacht bewaard worden. Jamaar, sputterde hij nog maar eens. Al zijn spullen lagen in dit huis. Zelfs wat herinneringen. De Prozacstedelingen waren onvermurwbaar.
Lees meer

Dregberg

Het kanaal in Prozacstad wordt gedregd. Het moet af en toe. De troep die uit het kanaal gehaald wordt, belandt op een berg op de kade. Daar mag het drogen en stinken. Er staat een roodwit plastic lintje omheen gespannen. Dit voorkomt dat kinderen spelen op de dregberg. De dregberg vol afval dat in het kanaal lag. Het kanaal waar de kinderen in zwemmen en bootjevaren.

Inhoudelijk is de dregberg weinig verrassend. De inwoners van Prozacstad gooien volslagen fantasieloos afval in hun kanaal. Een aantal verroeste fietsen. Autobanden. Bouwafval. Huishoudelijke apparaten. Nooit eens een dildo. Of een schatkist met goud. Of liefde. De berg is grauw en zwart, en stinkt naar rot. Dat de rot er nog zin in had, verbaast eigenlijk wel. Maar de rot is niet kieskeurig. De rot hapt overal graag in.
Lees meer

Plaag

Zwetend slenter ik door Prozacstad. Er moet weer bier uit mijn bloedvaten. Overal om me heen gebeuren dingen. Maar nu even niet, vind ik. Ik koester de bescheiden en door een kater ingegeven mening dat ik voldoende opgeschreven heb van de gebeurtenissen in Prozacstad. Dat iemand anders ze maar even opschrijft.

Er roept iemand heel luid. Meerdere keren. Ik kijk niet op of om. In deze wijk kent vrijwel niemand me, en dat heeft zijn voordelen. Zo weet je dat ze altijd naar elkáár roepen, en niet naar mij. Enkel de kinderen wellicht. Onzinscheldwoorden. Ze kunnen me niet plaatsen, krijgen geen houvast, dus ben ik vanalles wat hen maar te binnen schiet. Een lopende, levende, vrije associatie. Ik stimuleer graag de prille kindergeesten. Misschien komt het goed met ze. Ze gooien me dingen na. Misschien komt het ook niet goed met ze.
Lees meer

Hoera

Op een bus hoefde ik voorlopig niet te rekenen. Uit verveling stak ik een sigaret op en probeerde niet in te schatten of ik op tijd op het station zou zijn. De wind speelde loom met mijn rookwolk.

Als ik dit opschreef, vroeg ik me af, zou dan iemand het geloven ? Dat er een volkje zou zijn, dat het bestaan van hun leider zou erkennen door dodelijke hoeveelheden alcohol binnen te gieten, hun oude troep te verkopen, snoerharde muziek te draaien en vooral zo primitief en eenlettergrepig mogelijke klanken uit te stoten, terwijl ze zich hullen in felgekleurde, volslagen smakeloze prullaria die nog voor de dag om zou zijn, in grote getale door plassen bier, pis en kots zouden drijven, en met wat geluk minimaal één nieuwe geslachtsziekte op te lopen ?
Lees meer

Drie

De terrasbioloog heeft ineens een baard. Willem met de WK trauma’s kijkt er gefascineerd naar. De Opperpater zegt dat hij drie nieuwe moppen kent. Gelukkig is het terras open: het is na drie uur.

Over die baard, zegt de terrasbioloog, doe ik slechts drie weken. Om te scheren, vraag ik. De terrasbioloog lacht. Geweldig, zegt hij. Nee, zegt de terrasbioloog, drie weken om hem zo vol te laten groeien. Alles groeit momenteel, zegt de terrasbioloog trots. Het is oogsttijd, zegt hij, en dan lacht hij weer. Geweldig, zegt de terrasbioloog.
Lees meer

Fout, fout, fout

Willem met de WK trauma’s komt met twee bier aangelopen. “Wel goedkoop,” verduidelijkt hij de drankkeus. We zitten in een café zoals er gelukkig te weinig zijn. Tien mensen met verlopen dromen hangen aan de toog. De toog is ook een juweeltje: hij lijkt wel uit steigerhout gebouwd. De voorraad schone glazen was kleiner dan die van een gemiddelde bedrijfskantine en de barman keek telkens verbaasd als we weer een bier bestelden. Wat gek: iemand die in dit café bier komt drinken.
Lees meer

Mayo

De man spreekt zo verhit dat er kleine druppeltjes rondspatten. Ik probeer wel te luisteren, maar de kwestie is zo oninteressant. Wel of geen mayo erbij. En dan dus gratis. Er zijn mensen die vinden dat gratis mayonaise getuigt van een progressieve, vooruitstrevende blik, een begrip dat de tijden nu eenmaal veranderd zijn. Anderen foeteren dat als je nu ook nog eens de ‘met’ inclusief maakt, er al helemaal geen ‘met’ meer is en ze beter meteen allemaal werkeloos thuis kunnen gaan zitten.
Lees meer

Oorlogscorrespondent

De oorlogscorrespondent zit op het terras in Prozacstad, op zoek naar oorlog. Hij is een van de beste oorlogscorrespondenten ter wereld, al zegt hij het zelf. Maar nu moet hij een tijd de kost verdienen bij de Prozackrant. Dat geeft niet, ook hier moet hij oorlog kunnen vinden. De laatste weken is duidelijk geworden dat er in heel Schrikland wapens te koop zijn, liquidaties plaatsvinden, corruptie en propagandaverspreiding plaatsvindt, dus de oorlogscorrespondent maak je niks wijs. Ook, nee, zéker in Prozacstad moet er oorlog woeden.
Lees meer