Bezie mijn zonder-metgezel
hij is een echte lafaard
zijn glazen zijn niet zelfgevuld
hij heeft geen grote verhalen
zijn graat beweegt het meest
met alle winden mee.
Bezie mijn zonder-metgezel
hij zit er zomaar bij
hij is een echte lafaard
maar zeker niet gemeen. Lees meer
“Is dat blik houdbaar tot 2099, knikker,” vraagt de Opperpater. Hij kijkt met een vieze blik naar het bierblik. Over zijn lijk, bedoelt hij, dat de Opperpater, godverdomme dé Opperpater, ooit een alcoholvrij bier gaat drinken. De Opperpater drinkt écht bier, knikker, en dat weet je toch verdomme onderhand wel ? Lees meer
Ze kookt niet. Nee, ze danst met bakboter. Fladderend van aanrechthoek naar aanrechthoek, opgewerkt smakkend voorproevend met haar pink. Haar kont schudt. Ik kan aanbieden te helpen, of ik kan toekijken. Stil drink ik dus mijn biertje. Buiten het appartement worden ongetwijfeld mensen doodgeschoten en platgereden. Dat ik een paar paprika’s niet snijd, is niet het ergste dat gebeurt in de wereld. Lees meer
De Opperpater zit sinds een tijdje op Facebook. Daar heeft hij inmiddels de vindikleuk-functie ontdekt. Eerst klikte hij overal op vindikleuk. Iemand heeft 11 km gerend. Vindikleuk. Een plaatje dat roept dat ‘ze’ van ‘mijn’ pensioen af moeten blijven. Vindikleuk. Weer iemand anders meldt, tranen in de ogen, dat diens vader overleden is. Vindikleuk. Je kunt met recht spreken van de korte maar consistente Vindikleuk-periode in de ontwikkeling van de Opperpater. Lees meer
Het wrangste was dat iedereen deed alsof ze van niets wisten. Iedereen wist hoe laat het was. De treinmachinist die te laat het station in reed. De rijen automobilisten die deze file voor hadden willen blijven. De vogels, die steeds meer twijfelden aan de zin om nog naar het Zuiden te trekken. Lees meer
Er hangt geen spiegel. Dat is wel zo prettig. Spiegels in liften mogen mij niet zo. Het is wederzijds. Natuurlijk had de bekleding wel iets leuker gekund. Mocht zeker weer niks kosten. Ik weet ook niet goed waarom ik de lift neem. Eigenlijk hoef ik maar twee trappen hoog. Makkelijk te lopen. Maar ja. Makkelijker in te drukken.
De lift stopt op haar verdieping. Zo vaak heb ik deze lift nog niet genomen, maar ik sta nu al routineus bij de deur. Met een schok zet de lift zich vast en de deur klikt los. Bij het schuiven gaat het mis. De deur opent tien centimeter en stopt. Lees meer
Het kanaal in Prozacstad wordt gedregd. Het moet af en toe. De troep die uit het kanaal gehaald wordt, belandt op een berg op de kade. Daar mag het drogen en stinken. Er staat een roodwit plastic lintje omheen gespannen. Dit voorkomt dat kinderen spelen op de dregberg. De dregberg vol afval dat in het kanaal lag. Het kanaal waar de kinderen in zwemmen en bootjevaren.
Inhoudelijk is de dregberg weinig verrassend. De inwoners van Prozacstad gooien volslagen fantasieloos afval in hun kanaal. Een aantal verroeste fietsen. Autobanden. Bouwafval. Huishoudelijke apparaten. Nooit eens een dildo. Of een schatkist met goud. Of liefde. De berg is grauw en zwart, en stinkt naar rot. Dat de rot er nog zin in had, verbaast eigenlijk wel. Maar de rot is niet kieskeurig. De rot hapt overal graag in. Lees meer
“En, hoe gaat het met de kaarten ?” vraagt ze me direct wanneer ze gaat zitten. Ik glimlach. Toch een indruk gemaakt. “Ik vind dat zo gek, van die kaarten van jou,” vervolgt ze, “ik zie nooit kaarten op straat. Dat is écht gek, hoor.” Lees meer
“Dit is een bijzonder moment,” zei ze, maar Karel keek haar nog altijd niet aan. “Iedereen die je ooit gekend hebt,” vervolgde ze, “loopt op dit exacte moment ergens op deze aarde rond. Enkel jij zit.” Karel overwoog de woorden. Als ze waar waren, was dit inderdaad een vrij uniek moment. Het was sowieso bijzonder dat iedereen die hij ooit gekend had, blijkbaar nog tot rondlopen op deze planeet in staat was.
En toch, wat moest hij met deze informatie ? Dat zij lopen en hij zat, dat hield geen verband met elkander. Deze vrouw probeerde hem iets aan te praten, dat was duidelijk. Haar intonatie klonk verwijtingsvol. Dus Karel zit, so what ? Zij toch ook. Alsof zij ijverig rond loopt te lopen met al die duizenden anderen die hij ooit gekend heeft. Ze zit maar mooi naast hem, de hypocriete trut. Lees meer
De terrasbioloog heeft ineens een baard. Willem met de WK trauma’s kijkt er gefascineerd naar. De Opperpater zegt dat hij drie nieuwe moppen kent. Gelukkig is het terras open: het is na drie uur.
Over die baard, zegt de terrasbioloog, doe ik slechts drie weken. Om te scheren, vraag ik. De terrasbioloog lacht. Geweldig, zegt hij. Nee, zegt de terrasbioloog, drie weken om hem zo vol te laten groeien. Alles groeit momenteel, zegt de terrasbioloog trots. Het is oogsttijd, zegt hij, en dan lacht hij weer. Geweldig, zegt de terrasbioloog. Lees meer