Ik wil toch even kwijt dat het een grof onrecht is. Dat een voorwoord in een boek, over het algemeen, geschreven is nadat de rest van het boek al af was. Of toch de tekst. Vaak zelfs de eindredactie. En dan toch staat er zo’n achterafgeschreven woordenreeks voorin het boek. Alsof het daar begint. Alsof dat de eerste woorden waren die geschreven werden.
Nu hoor ik u al zeggen: Maar zelden is een boek volledig van voor tot achter in die volgorde geschreven. En dat klopt. Vrijwel nooit start een schrijver met een perfecte titel, dan een motto, dan de titel van het eerste hoofdstuk en vlammennnnn tot na de epiloog. En zelfs al ging een eerste kladversie zo, dan krijg je het schaven, herschrijven, herschikken. Dit personage kon beter eerder geïntroduceerd worden, deze kan er uit. Lees meer
In interviews zeggen de jongens, inmiddels mannen, inmiddels knarren, dat de naam van de band verwijst naar transparantie. Naar spanning, plasticfolie die alles omwikkelt en toch blootlegt. Bla bla bla. De media vreten het iedere keer op. Zeker de jongere journalistjes em slesj vee, die zelden nog aan vooronderzoek meer doen. Lees meer
Mijn lief zegt dat haar zoontje ooit stellig zei dat chips ook belangrijk zijn. Hij vindt chips nog steeds belangrijk. Ze vertelt nog meer mooie verhaaltjes over haar zoontje met een lieve gloed in haar ogen. Ik zeg dat ze mooie verhalen vertelt en ze zou moeten opschrijven. Ze lacht en ik zie dat ze dit niet gaat doen. Even vraag ik me af of ik haar verhaaltjes anders niet zou moeten opschrijven. Schrijvers zijn eksters. Zelf heb ik alleen collega’s om over te vertellen. Ik zit nog ver van mijn pensioen. Haar zoontje is zeven en superschattig. Het is nu of nooit. Maar we knuffelen op de zetel. Dat is ook belangrijk. Lees meer
Het is wennen. Misschien te snel. Ik heb geen vragen in mijn hoofd. Zij wel. Soms. Maar alles gaat vanzelf. We zijn rustig rondom elkaar. Blij, vrij van twijfels. Terwijl ik dit schrijf maak ik me bijna ongerust of mijn lezers dit wel interessant vinden. Alles gaat goed. Vanaf dat we elkaar ontmoetten. Als er een conflict sluimert, voel en zie ik het niet. Ik wil gewoon zoveel mogelijk bij haar zijn en het voelt ook steeds perfect wanneer we samen zijn. Lees meer
Ik vraag het me al een week af. Hoe noem je een ex die voor je gevoel nog geen ex is, het is te pril, te vers, je zit nog in te veel verwarrende pijn ? Er is blijkbaar nog geen schrijver eerder uitgekomen. We hebben alles rondom liefde beschreven, het verkrijgen, het behouden, het verliezen, maar niet het punt net tijdens de hartbreuk. Lees meer
Een bevriend schrijver, laten we hem Poubert noemen, viert het verschijnen van zijn nieuwe boek. In de barruimte van zijn ateliercomplex staat het vol met jonge, hip geklede mensen die smerig Randstadbier sippen en diepinteressante gesprekken voeren met elkaar. Ik leun aan de bar en ben de enige die het biermerk uit het zuiden des lands drinkt. Het is niet vandaag. Het is, denk ik, zo’n tien jaar geleden. Ik ben zeer romantisch van aard maar op literair gebied verkies ik wél de tegenwoordige tijd boven de verleden tijd. En nu ben ik even de schrijver dus bemoei je met je eigen zaken. Lees meer
Ik ken weinig schaamte, maar in de winkel laad ik toch mijn mandje vol met groenten en fruit. Ik ga de groenten en fruit niet opeten. Ik eet geen groenten of fruit. Onder de groenten en fruit ligt een zak friet. Friet zijn geen groenten en zeker al geen fruit. Mensen vinden iets van anderen die geen groenten of fruit eten. Dus wekken de groenten en fruit de impressie dat ik vanavond gezond ga eten. Zeker geen friet. Lees meer
Aan het boek dat u zodirect gaat lezen is een heel verhaal vooráf aan gegaan. Nu heeft u het in uw handen, ja. Dat is het heden. Maar bedenk toch eens wat een traject het heeft afgelegd voor dat zo ver was. Het is geen sinecure.
Iemand is met dit boek van een bepaalde plek naar uw huidige locatie gereisd. Misschien was u het zelf en bent u een van die mensen die nog boeken zelf kopen en mee naar huis nemen. Een tikje ouderwets, maar het kan. Heeft u ook cash betaald ? Ik dacht het wel. Nee, natuurlijk heb ik daar geen mening over, er is hier en daar zeer esthetisch cash geld in de wereld en ik hoop dat het nog lang in circulatie blijft. Lees meer
Soms zit het hem in die eerste zin, helemaal aan het begin van de tekst, die openingszin die je direct bij de strot grijpt en niet meer loslaat, met stramme handen als een gerevaloriseerd lijk in een griezelprent, en niet enkel je strot maar ook je oogbollen, het klauwt je muurvast aan elk woord, elke lettergreep, je kunt zelfs niet verder lezen, zo krachtig is die zin, je durft zelfs niet verder te lezen want wat als de tweede zin puur stront is, na zo’n goede eerste zin, dat zou een gigantische tegenvaller zijn en je teleurstellen in de schrijver, hoewel, misschien is het de schrijver zijn – of haar, om niet seksistisch te doen, of is dat onderscheid juist seksistisch en moeten we het beroep van schrijver als onzijdig zien en spreken van het schrijver of hoe zit het allemaal tegenwoordig enfin we dwalen af – schuld niet eens, maar van de redacteur, die de opvolgzin misschien wel vermangeld heeft, want ervaring is ook niet alles, soms moet je zo’n schrijver gewoon zijnhaar het zin laten doen, het gang laten gaan, vertrouwen dat alles goed komt, er worden immers al zo veel domme dingen in de wereld gezegd om nog niet te spreken van de slechte muziek die er gemaakt wordt maar enfin we dwalen af, dat zelfs één goede openingszin eigenlijk al heel wat is, knap hoor, en hoe oud is het schrijver eigenlijk, zo jong nog en dan al zo’n impressionante zin schrijven, daar gaan we nog veel van horen of nja lezen natuurlijk, dat ligt tenminste wel in de lijn der verwachting, al is dat ook meteen oneerlijk naar zo’n schrijver toe, die heeft immers al met die ene zin meer gepresteerd dan menig ander mens in heel zijn of haar of het leven zal doen, schrijf verdomme maar eens zo’n zin, toe maar, ik wacht wel, nee lukt niet he, dat valt tegen, je denkt veel te snel dat kan mijn neefje ook, maar doe het maar eens, een zin die zo prachtig is in al zijn eenvoud, in zijn bondigheid, die gewoon geen woord meer nodig had dan hij gebruikte, waar je geen naklank vanaf kunt poetsen, zo’n zin die gewoon áf is, die je in enkele rake woorden direct het boek in zuigt, kolkt bijna, je wil nog even naar de realiteit klauwen maar het is te laat, bij de eerste woorden wist je eigenlijk al, ik ben verloren, we moeten door dit ganse boek heen, door enkel die ene zin waarmee het start zit je vast, gevangen, is je lot besloten, dat is pas de kracht van zo’n zin, en dat is weinig zinnen gegeven, maar heel af en toe, heel soms, heb je zo’n zin uit duizenden dus, waarvan je eigenlijk niet wil dat hij eindigt, elke lettergreep op je tong proevend, als een geliefde in een verdwaalde zomernacht die zoet uit de hand loopt en waar je van weet dat bij het ontwaken deze spoorloos verdwenen zal zijn, zo’n zin waar je gewoon geen punt achter wil zien staan, ja heus, zo heel af en toe zit het hem in die eerste zin. Soms ook niet. Lees meer
Het eerste wat ik deed, was het trots op café gaan vertellen. Aan iedereen die het maar wou horen. Nee, dat is niet helemaal waar. Eerste dat ik deed was mijn broek ophijsen. Want de uitgever had me gebeld toen ik net van de wc kwam. Ja, ik vind wel dat we eerlijk tegen elkaar moeten blijven. Zo ging het. Maar daarná, linea recta naar het café om het nieuws te delen.
Ongeloof he, dat allereerst. Een heleboel jaja, het zal wel. Drink je pint en zwijg, stoefer. Natuurlijk hebben ze jou daarvoor gebeld. Wie anders. Wacht, meen je dat nu ? Tja en wat kon ik laten zien aan hen. Een nummer. Dat me gebeld had. Een cijferreeks. Zegt zo lekker veel. Ik twijfelde nog even. Zal ik het nummer quasi nonchalant terugbellen en het gesprek op speaker zetten ? Maar het was erg rumoerig op café. Voetbal. Belangrijke match. Dat komt niet echt professioneel over.
Eigenlijk komt het sowieso niet professioneel over dat ik eerst mijn broek moest ophijsen en daarna me laveloos gezopen heb in een café. Als allereerste reactie op dat telefoontje. Nu ik die eerste alinea’s lees schaam ik me direct. Wat doe je, René. Dat schrijf je toch niet. Denk je dat de grote voorwoordschrijvers van weleer zoiets er zomaar uitflapten ? Je rammelt er weer zonder filter maar uit hoe het gegaan is, zonder erover na te denken. Lees meer