Dansles


Verhaal door René van DensenMijn lief en ik spelen sollicitatiegesprekje. Waren we kinderen, dan speelden we doktertje, maar we zijn werkzoekende volwassenen. Dus oefenen we gesprekken. Zij is onwennig aan de lokale cultuur in het land waar we beiden vreemdelingen zijn. Ik zie het als dansles. Je spreekt af met een ander en danst het gesprek. Soms zit er een onverwachte derde danspartner bij. Dans als jezelf, zeg ik haar. Je kunt natuurlijk enkel dansen als jezelf. Mijn lief is van de salsa, ik van de polonaise.

De mensen die haar tot zover begeleid hebben, raden haar aan de danspartners te googlen. Linkedin en alles. Ken je danspartner. De achtergrondmuziek die zij willen spelen. De moves die ze eventueel zelf beheersen. Ik haat dit deel van de arbeidsmarkt. Het dansen. Ik ben van het doen. Dansen is pronken. Kennismaken, op z’n best, maar vooral pronken. Ik ben van het realiseren. De dans kan me gestolen worden.

Wanneer ze met een hoofd vol zorgen naar bed gaat, ondanks mijn geruststellende poogwoorden, zit ik even op de zetel. Dan sta ik op en dans stilletjes wat in de woonkamer. Geen vooropgestelde stijl. Gewoon mezelf. Geen melodie. Mensen die me in het verleden als danspartner hebben aangenomen, kennen mijn stijl. Waren vrijwel altijd positief verrast. Maar privé dans ik niet. Privé vertel ik verhalen en gedichten. Privé ben ik echt mezelf. Ik ben een maker.

Ik dans de hamer-hamer en zaag-zaag. Ik dans de type type type. Ik dans de pakketten die naar de USA moeten op die pallet met strakke folie rondom en twee extra beschermers. Ik dans beschermlabels en de juiste verzenddocumenten. Ik dans de handtekening. Ik dans de vakantiedagen en foutetruifeestdag. Ik dans het beoordelingsgesprek. En ineens voel ik me moe.

Ik ga terug zitten, open mijn laptop en schrijf een dwaas verhaal over dansles en dansen. De kat miauwt wat. Ze heeft honger. Ik ook. Konden we allemaal maar gewoon dansen als onszelf.

Groenten fruit frietzak en al


Verhaal door René van DensenIk ken weinig schaamte, maar in de winkel laad ik toch mijn mandje vol met groenten en fruit. Ik ga de groenten en fruit niet opeten. Ik eet geen groenten of fruit. Onder de groenten en fruit ligt een zak friet. Friet zijn geen groenten en zeker al geen fruit. Mensen vinden iets van anderen die geen groenten of fruit eten. Dus wekken de groenten en fruit de impressie dat ik vanavond gezond ga eten. Zeker geen friet.

Aan de kassa kijkt een kind in het kinderzitje van de winkelkar wantrouwig mijn mandje in. Ik staar hem recht in de ogen. Brutaal kijkt hij terug. Hij heeft me in de smiezen. Niks groenten. Niks fruit. Kleren, keizer. Ik schraap voorzichtig mijn keel wat. Het kind blijft me scherp aankijken. Met een scheef oog kijk ik in mijn mandje. Hij kan onmogelijk de zak friet zien. Er liggen komkommers, prei, vanalles overheen. Nog geen milimeter is zichtbaar. Allemaal in mijn kop. Het kind weet van niks.

Dan bedenk ik me plots dat alles het mandje uit moet. Op de lopende band. Waar iedereen zal kunnen zien. Wat er in de mand zat. Dat ik hen fopte. Ze zullen boos zijn. Ik voel plots toch schaamte. Stilletjes plaats ik het mandje, groenten fruit frietzak en al, in de stapel mandjes achter de kassa. Ik ahem even dat ik er langs wil, want ik heb immers geen boodschappen. Niet gevonden wat ik zocht. Kan gebeuren. De moeder excuseert zich en laat mij erlangs. Ik voel de ogen van het kind in mijn achterhoofd branden.

Buiten vraag ik me af wat ik nu moet doen. Ik zou naar de friettent kunnen gaan. Scheelt zelf bakken. En daar hoef ik er geen groenten op te leggen. Iedereen die daarbinnenloopt, geeft toe dat gezond niet per se meer hoeft. Gewoon lekker. Ik hoop dat het winkelkarkind vanavond spruitjes moet eten. Zelf ga ik voor grote friet met joppiesaus. En nog wat extra vette happen. Ik zoek wel wat fijns uit. Iets zonder fruit of groenten.

VERZANDIGD

Ik laat ze steeds meer los, de woorden
want de honger is weg

Ik heb er zelden nog een zin in
en steek ze dan maar

In loze spinsels die verdampen
en even, heel even

Vraag ik me af of ik ze toch niet
beter opgeschreven had

Maar de zolder is vol en er past
niet eens meer een punt achter

Ze klauwen en groeien zich uit mijn kop,
mijn ogen, mijn neus uit, ad neuseum

Dus: in dozen, in zakken, prop ze in een bundel
en leer ze geduldig, later als ze groot zijn

Dat er bloemen bloeien
in de stilte.