Audio stories

Wachtwolk

Wás het maar een file, bij de winkel. Dan kon ik er langs, of doorheen glippen, of omheen. Maar dit is een ware wachtwolk. Het is niet vreemd: in de straat waar een bedrijf mij betaalt om mijn werk te doen, is enkele weken terug een carnavalswinkel neergestreken. In deze provincie kan dat gewoon, zo’n winkel voor enkele weken en dan weer weg. Zeker als het een carnavalswinkel is.
Lees meer

Kaarten

Ze lacht, wanneer ze de tekst leest die ik op de kaart geschreven heb. Om die lach deed ik het. Toch alvast één lach gewonnen deze avond. Het duister valt razend voorbij het treinraam, dat haar lach weerspiegelt. Stiekem tel ik daarom de lach voor twee. In speelkaarten wordt immers ook alles gespiegeld.

Ik zeg dat speelkaarten allerlei betekenissen hebben. Voor een van mijn romans – ik begin altijd aan romans en maak ze nooit af – raapte ik speelkaarten op van de stoep wanneer ze mijn pad kruisten. Dan zocht ik de bijbehorende spirituele betekenis op en verwerkte ik zowel de kaart als de betekenis in het plot van mijn verhaal. Ik ben blijkbaar in vorm: ze vindt het interessant. Voor haar neus ligt de ruiten vier, dus nu is het zaak uit te leggen wat die kaart betekent. Het is een heel materiële kaart, die gaat over geld, zaken en status. Over kantooromgeving, een kluis, of gegeven juwelen in een mooie doos.
Lees meer

Niet meer

Eraan denken, dat deed Karel niet meer. Hij wist zelfs niet meer waaraan hij niet dacht. Zoveel maakte hij zichzelf toch elke dag wijs. Dat het hem niks meer deed, wat er gebeurd was. Welnee. Ver achter hem.

Nee, hij dacht er zeker niet meer aan. Sowieso al niet meer elke dag. De dagen waren sindsdien allemaal bijzonder geweest. En daarom was er geen enkele dag bijzonder. De dagen waren bijmet. Bijzonder bijmet. Een kluwen bijmettige dagen. Monter stapte hij op kasseien en dacht vooral heel erg niet aan toen. Hij was er elke dag beter in geworden.
Lees meer

Hithaat

Zodra ik er weer een hoor, begint het opnieuw. Misschien ligt het aan mij, en worden alle andere mensen er wel blij van, maar nieuwe plaatjes leveren meestal hithaat bij mij op. Koude, kwade hithaat. Daar gaan ze weer hoor, denk ik dan. Drie, vier keer op een dag dezelfde plaat, lekker bezig jongens.

Het zijn ook meestal de minst bijzondere riedeltjes. Niks wat ik nooit eerder heb gehoord. En dat moet dan echt grijsgedraaid worden. Alsof er wat in te halen is. “Satisfaction van de Stones hebben we veel vaker gedraaid over de decennia heen dan dit plaatje, kom, we gaan ze inhalen.” Alsof deze plaat, puur door het vele draaien, een klassieker móet worden.
Lees meer

Krijgen

Je kunt natuurlijk vangen, dat is eenvoudig – je hebt er hard voor gewerkt en de vangst is van jou. Maar niet iedereen kan de hele tijd maar vangen. Dus moet je af en toe ook ontvangen, besloot Karel. En ontvangen, daar moet je niet lichtzinnig over zijn. Krijgen, dat is oorlog.

Karel is een ervaren Krijger. Hij bleek niet geschikt voor het jachtige jagen, dus dan blijven er weinig alternatieven over. Dit overpeinst hij wanneer hij zijn biertje van de barman krijgt. Je moest wel klasse en karigheid vertonen, meende Karel. Hij was geen gretige graaier. Krijgen is de kunst van de karigheid.
Lees meer

Brengen

Ik staar naar de klok. Die werkt niet. Oud ding, nieuwe batterij, maar toch mooi niets. Geeft niet, ik weet hoe laat het is. Het duurt nu al meer dan een uur. Ik kan dat verdomme sneller, denk ik stilletjes. Een uur – belachelijk.

Sinds mijn oude adres ermee ophield, met brengen, ben ik op dit adres aangewezen. Ik zou natuurlijk naar mijn oude adres kunnen fietsen. Dan zit je daar, in die wachtkamer. Nummertje in je vingers, half verfrommeld. Leesmappen op tafel. Een zekere ironie, dat wel. Natuurlijk zou ik het ook zelf kunnen doen. Het is tenslotte mijn vak. Maar het is net als koken, soms heb je er gewoon geen zin in. En dan bel je gewoon even.
Lees meer

Vinden

Uit het niets staat hij voor mijn deur wanneer ik opendoe. Ik weet niet goed meer waarom ik de deur open. De bel had, dacht ik, niet gerinkeld. Daar staat hij, en hij kijkt me strak aan. Meteen begint hij al: “U ziet er niet bijster wakker uit, meneer.”

Ik denk nog even dat de man een verkooppraatje komt houden. Daar houd ik van, dus open ik de deur iets wijder. Hij glipt direct naar binnen. “Uw gang kan wel een extra laagje witte verf gebruiken,” klinkt het achter me terwijl de man hoorbaar doorloopt naar de woonkamer. Alsof hij hier al jaren woont.
Lees meer

Altijd te kort rood

Stoplichten, dat vond Karel ook zoiets. Ze stonden altijd te kort op rood. Met een dwingende gevaarkleur dwingen ze je gejaagde pas te stoppen en te wachten. Je weet nooit hoe lang. Ja, in sommige van die nieuwerwetserige steden hebben ze van die luxe krengen die op allerlei moderne manieren aangeven hoe lang het nog duurt. Daar moest Karel al helemaal niks van hebben.
Lees meer