Er ligt nieuw fruit in de schaal. Ik weet niet wat het is. Mijn gebruikelijke fruit was er niet. Daar sta je dan, met je lijstje. En dan grabbel je iets wat op het beste alternatief lijkt. Om dan bij de kassa ineens te zien dat het iets heel anders is. En dat je geen idee hebt wat het is. Maar ik ben dan weer zo’n slappe lul die dat niet durft terug te leggen. Overmoedig denk ik dan bij mezelf, och, eens iets nieuws proberen. Ik ben benieuwd, houd ik mezelf voor. Om mezelf nog extra voor de gek te proberen te houden, neurie ik zacht een liedje. De kassamevrouw kijkt me geïrriteerd aan en ik geef haar een brede glimlach. Terwijl ze het nieuwe fruit over de pieppiep haalt.
En nu ligt het daar. Ik ben helemaal niet benieuwd. Ik wil het eigenlijk helemaal niet proberen. Ik ken dit niet. Het is waarschijnlijk vies. Ik ben een boer. En wat die niet kent, u weet de rest wel. Ik laat de kat aan het fruit ruiken. Die trekt een vies gezicht, snorharen vooruit. Zie je wel, denk ik. De kat moet het ook al niet. Dat de kat mijn gebruikelijke fruit ook niet moet, laten we even buiten deze bewijsvoering. Ik prik in het fruit. Het is keihard. Ik laat één exemplaar van het fruit vallen. Kijken of het stuitert. Het fruit slaat een gat in mijn vloer. Daar had ik niet op gerekend.
Ik kijk in het gat. Het gaat eindeloos door. Ik kan de bodem niet zien. Zie je, denk ik. Dat krijg je dus met dat rare fruit. En nu mag ik de reparatie van die vloer weer betalen, zeker. Ik ben half-half van mening dat dit mijn schuld niet is. Ik kon dit niet weten. Ik heb immers nog nooit eerder met dit fruit gewerkt en kende het niet. Het is de schuld van dat rare fruit. Als ik val, sla ik geen gat in mijn vloer. Ik weet dat heel zeker. Ervaring mee. Het is beslist het fruit z’n schuld. En de mensen maar beweren dat het gezond is, denk ik bij mezelf, fruit. Ik hmpf. De andere exemplaren in de schaal staren me expressieloos aan. Het zijn er nog zes. Ik wil ze wel weggooien, maar twijfel aan de gevolgen. De bodem van onze vuilcontainer is niet zo stevig. Daar zit ik dus mooi weer mee. Ik zal nog eens fruit kopen.

