Het is een dagelijks ritueel dat steeds meer op mijn zenuwen werkt. Dan heb je die eerste koffie van de dag. Daar staat hij. Lokkend te dampen. Maar nee hoor. Er moet eerst een alinea of drie uit mijn vingers. Ik knijp hard in mijn vingers maar helaas, het is geen melken waar het hier over gaat. Melken zou trouwens ook niet gaan met mijn vingers. Tenminste: melk komt er ook niet uit, dus. Hoe hard ik ook knijp. Misschien moet ik erbij proberen te loeien. Maar op dit tijdstip ben ik nog te moe om te loeien. Zo moe, moe, moe dat ik ben. En almaar die lonkende dampen. Ze wenken, verleiden, ze krioelen seductief door elkaar als sirenenzang. Vergeet die tekst, schrijft de damp in de lucht. Drink, word wakker.

Waaróm wachten tot na de koffie, dat is een verdomd goede vraag. Althans, wanneer je die stelt terwijl die eerste koffie zo hunkerend lonkt. Weet ik het. Een of andere nonsens over dat mijn tekst dan minder bewerkelijk geschreven wordt. Gewoon: schrijf wat in je opkomt. En daarna die eerste koffie als beloning. Het is idioot en bijgelovig, wat ik je brom. Kijk die koffie dan. Gaat toch nergens over… alsof je zoveel beter zou schrijven vóór je eerste caffeïneshot. Dat is al net zulke nonsens als dat je beter zou schrijven als je dronken bent. Onzin ! Of althans, misschien schrijf je wel beter; het is gewoon zo verrekkes jammer dat je de volgende dag er niks meer van kunt ontcijferen. Ik heb een forse stapel onleesbare bierviltjes met ‘écht de geniáálste tekst die ik ooit geschreven heb’ erop hoor, maar als ik de volgende dag meer dan twee letters herken is het al een wonder.

Dit dus ook. Nu zit ik verdomme over die koffie te schrijven. Daar staat hij. Dáár. Dat wil toch zeggen dat deze aanpak niet werkt ? Alsof hier een tekst beter of leuker van wordt. Ik kan alleen maar aan de koffie denken. Koffie koffie koffie. Shit, ik ruik die dampen nu zelfs. Ik zou er gewoon in willen duiken. Plompverloren in die mok, in dat bruine goud. Verdrinken in die heerlijke smaak, in die snak naar adem die zometeen door mijn aderen giert. In feite is het zo jammer dat na die eerste koffie, ook de realiteiten binnen sijpelen. Alles wordt dan weer echt. En onontkoombaar. En we sleuren onszelf maar weer de dag door tot we weer mogen slapen. En dan slapen we, en dromen we van alles wat prachtig en lelijk is. En dan zitten we daar weer. Voor dat witte scherm. Met lonkende dampen ernaast.

Share Button

Door Rene van Densen

Schrijver, dichter en mafkees René van Densen publiceert niet alleen op internet. Er zijn ook boekjes van hem te koop in zeer gelimiteerde oplagen (en hij doet niet aan tweede drukken).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *