Ze zeiden me: A, en ze
zeiden me: B, en ze
zeiden: niét C, maar ze
zeiden wel meer
Niets weten doet
uiteindelijk
beduidend minder
zeer
Ze hakten in en
stampten vorm
zodat ik cake kon bakken van
alles om mij heen
Sindsdien vormen de wolken
geen leeuwen meer, maar
drijven ze vormeloos
heen
We leerden zitten
in een rij
en kijken naar
een bord
De tijd dat we
onszelf waren
was telkens
te kort
Ja, nu zijn we braaf
of zogenaamd normaal ?
We letten heel goed
op
Iets anders, nee
dat haalt niemand
ooit nog in onze
kop.

