Geen eindejaarsvideo

Het zal een aantal mensen niet ontgaan zijn: ik heb het dit afgelopen halfjaar superdruk gehad met vooral Droef (er zijn al vier edities achter de rug en komend jaar komen er nog minstens zeven – we kunnen voorzichtig spreken van een bescheiden succes). Hier zijn een aantal andere dingen bij ingeschoten, inclusief de eindejaarsvideo. Nu kan men moeilijk spreken van een traditie als je het pas twee jaartjes op een rij doet, maar ik merk ook dat het dit jaar eerder als een verplicht nummertje begon te voelen dan als een geïspireerde uiting van iets, en ik ben niet zo van de verplichte nummertjes. Simpel gezegd: ik had geen goed concept in mijn hoofd dat afdoende aansloot bij de eerdere twee video’s, waar ik beduidend trots op ben. De videogedichten zullen dus heus wel terugkomen, maar nu even niet. Hetzelfde geldt voor het 360-graden poëzievideoproject en verschillende andere performances die in de koker zitten. Ook komen er nog zes boeken aan. U hoort het goed: nog zes (drie dichtbundels, twee vervolgen op Prozacstad en die ene roman die ik al jaren aankondig, ze komen er uiteindelijk echt heus wel). Daarnaast ben ik bezig met voorbereidingen voor een tweede uitgeverijtje voor iets publieksvriendelijkere boekjes, waarin ik ook enkele boekjes zelf nog ga uitbrengen natuurlijk, en een online boekjeswinkel voor zelfstandige indie uitgeverijtjes. Ik som dit allemaal even op voor wie denkt dat ik een luie donder ben en niks uitvreet. Dus ik hoop dat u me begrijpt: geen eindejaarsvideo dit jaar !

Geeft niet, de afgelopen twee jaar waren er twee mooie. Hier zijn ze nog een keer voor wie ze gemist heeft:

Beet


Verhaal door René van DensenZe kijkt me verbaasd aan als ik de keuken inloop. “Kon je niet meer slapen ?” Ik schudde nee: “Het werd zó slecht, lieverd.”
Zij, verbaasd: “Wat werd zo slecht ?”
“Hij werd dan dus eigenaar van die aasfabriek-”
Ze lacht: “Oh djiez, je hebt het over dat filmverhaal dat je aan het dromen was ?”
“Ja, dat ging nog even door, en het werd zo’n hollywoodcliché, vreselijk.”
“Oké vertel op.” Ze smeerde ondertussen boterhammen en schudde met de honingfles.
“Nou die ene kerel dus, zo’n echt Jason Bateman type-”
“Die uit Ozark, dat zei je ja.”
“Ja precies die. Dat is dus de eigenaar van een klein viswinkeltje. Typisch zo’n net drijvend blijvend zaakje, geen echte toekomst, en op een dag merkt hij verbaasd dat het aas dat enkele van zijn vaste klanten het fijnst vinden, niet binnengekomen is.”
“Ja, de doos was leeg, geen aas, hij vraagt zijn medewerker hoe en wat. Dit vertelde je net halfwakker toen ik opstond.”
“Die medewerker, echt zo’n laconiek Jeffrey Wright-figuur-”
“Wie is dat ?”
“Uit Broken Flowers.”
“Heb ik niet gezien.”
“Niet ?? Oh, die moeten we echt een keer samen kijken.”
“Maar vertel verder. Viswinkel, en dan ?”
“Ja, dus die vraagt zijn medewerker hoe dat allemaal kan. Die medewerker zegt ‘heb je het niet gehoord ? Die fabriek is failliet’ waarop onze Jason zoiets heeft van waaaat failliet hoe dan. Zegt die medewerker heel droog dat het aandeel stabiel was. Dus Jason verbaasd: maar is dat dan niet een goed ding, stabiel investeren ? En onze Jeffrey: ‘Niet in deze economie, iedereen wil actie in zijn investering, hoger rendement bla bla.’ Dus Jason even verbaasd, en dan ineens: ‘Kunnen we dat bedrijf kopen ?’ En zijn medewerker al even verbaasd: ‘Bij de huidige stand van de aandelen ? Waarschijnlijk kun je je net inkopen, ja.’-”
“En hij denkt natuurlijk: euj, dat gaan we doen, lekker mijn eigen bedrijf, visaas maken.”
“Ja, dat dus. Hij denkt vooral, superleuk, romantisch visaas maken met je handen of zo. Maar dat blijkt natuurlijk allemaal machinaal. Toch vindt hij het leuker dan de viswinkel en omdat hij feeling heeft met de klandizie, duikt hij er enthousiast in. Maar ondertussen is er ook een golddigger-”
Ze kreunt mopperend: “Sorry, ga door.”
“Geen golddigger ?”
“Nee, ik krijg de honing er niet uit. Die is gekristalliseerd.”
Ik probeer in de fles te knijpen maar het lukt inderdaad niet. “Laat mij maar even.”
“Maar vertel door, de golddigger ?”
“Ja die golddigger dus, zo’n Katherine Heigl karakter, met dure zonnebril en dure drankjes op zonovergoten terrasjes en zo-”
“Help me even.”
“Ja, dat probeer ik, maar ik krijg die honing er niet uit.”
“Nee, ik bedoel, Katherine wie ?”
“Heigl. Knocked Up.”
“Oh ja, die. Ga door.”
Ik pak een groot glas en zet de honingfles erin. “Die komt dan via alimentatie, nee, het was via een erfenis, de oude eigenaar van de fabriek is doodgegaan door de stress over het aandeel en zo, enfin, zij wordt mede-eigenaar van die visaasfabriek.”
“Oeeeeeeeeh…”
“Ja, je voelt hem al he ? En hij kan haar natuurlijk eerst helemaal niet uitstaan, en zij vindt die fabriek verschrikkelijk, maar ze moeten er allebei zijn, bladiebla. Oh en de titel was helemaal verschrikkelijk, ik noemde het ‘Bait’.”
“Beet ?”
“Ja, maar dan in het Engels. Dat het ook ‘aas’ heet. Super clever natuurlijk.”
“Wat ben je aan het doen ?”
“Nou, als ik dit warm water erover laat lopen, dan gaat die honing… kijk, daar zakt hij al.”
“Oh. Handig !”
“Maar goed, het hele verhaal klinkt kortom als iets wat we even luchtig zouden wegkijken zo van, nou, hebben we die ook weer gezien, next.”
“Ja oke maar zo slécht is het toch ook dan niet ?”
“Ja maar ik ga het echt niet opschrijven lieverd.”
Ze kust me. “Hoezo niet ?”
“Ik heb die roman al twee jaar stil liggen lieve schat. Die wordt ooit, ooit, echt serieus goed.”
“Waarom schrijf je die niet verder dan ?”
“Ja ik zit muurvast op het plot omdat alles niet meer klopt.”
“Dan schrijf je het toch gewoon kloppend ? Had je niet ook hulp van die ene schrijver ?”
“Dat klopt, maar die leest alleen maar na wat ik schrijf en geeft dan comments. En na twee jaar radiostilte kan ik nu alleen aankomen met een roman die af is.”
“Nou schrijven dan.”
Ik sputter: “Ik heb nog niet eens een eerste koffie op.”
Ze kust mijn voorhoofd: “En nú al een prima verkoopbaar cliché-hollywoodscript geschreven in je droom. Dus hop.”

Tien minuten later staar ik naar een laptopscherm. De knipperende cursor begroet me met een zacht giecheltje en vraagt waar ik al die tijd gebleven ben.

Kluts


Gevonden: kluts
niet mijn keus,
maar modieus

Zorgvollig
verzorgd, zo goed
als beter

Betweter

Met een klats
klist mijn kluts
mijn klots

Dus tegen elk
aannemelijk
mag hij weg

Betweener

Echt geen klets
deze kluts is
een klus

Maar wie weet:
weet hij wel
bij jouw wil

Beweter.

Morgenavond mijn laatste optreden van 2017, en het is geheim…


We mogen, zowel de leden van Droef als de optredende artiesten, geen reclame maken voor deze locatie. De naam mag ik wel onthullen, het is in de Twee Poorten. De straatnaam rijmt een beetje op Prusselsepoortstraat 95. In Gent. Maar meer kan ik echt niet vertellen. Dan schieten ze me dood. Denk ik.
Voor wie er niet bij kan zijn, tja, tot ziens bij een ander podium in 2018 maar weer !

Lach


Bezie de huizen
als tenten, barakken
kwetsbaar, wankel
tijdelijk vergankelijk

Bezie de straten
als paden, loopgraven
vergraafbaar, te verbuigen
weer een straatplan in duigen

De etalages als kampen
de snackbars als rampen
de draaideur als barricade

Bezie de planeet
als maar een wereld
met maar een mensheid
en wie weet wat dán

Maar ik bezie jouw lach
en zeg je

Dat je tanden kunnen vergaan en
je mond schrompel kan rimpelen en
je ogen in kunnen vallen en
zelfs jij er niet meer zou kunnen zijn

maar die lach,
die overleeft, wellicht
zelfs mij.

Vaatwasser


Verhaal door René van DensenMijn baas staat aan mijn bureau en zegt dat ik al mijn werkzaamheden moet staken want er is een dringende kwestie. Hij zegt dat ik een handleiding moet schrijven. Sinds hij weet dat ik op internet verhaaltjes en gedichten schrijf komt elk regeltje tekst dat bij mijn werk geschreven moet worden, uit mijn toetsenbord. Mijn baas zegt dat ik mee moet komen. Hij neemt me de bedrijfskantine in en wijst naar het aanrecht. Boven de vaatwasser staat een berg vieze kopjes en bordjes. Plastic lepeltjes, broodmessen, longdrinkglazen met onbestemde substanties langs de randen. Ik kijk mijn baas aan. Hij opent de vaatwasser en wijst. Ik kijk. De vaatwasser bevat drie borden en één koffiekopje. Zichtbaar vies. Ik kijk opnieuw naar mijn baas. Hij zegt dat het personeel niet met de vaatwasser om kan gaan. Omdat hij altijd als laatste naar huis gaat moet hij steeds de vaatwasser inruimen. Hij wil dat ik een handleiding maak zodat iedereen weet dat de vuile vaat niet boven, maar in de vaatwasser moet.

Ik ga terug naar mijn bureau en schrijf dat de vuile vaat niet op, maar in de vaatwasser moet gezet worden. Ik schrijf meteen maar hoe het zeepvakje gevuld moet worden en hoe je de vaatwasser start: aanzetten en deur sluiten. Ik loop met een fotocamera naar de vaatwasser en maak illustrerende foto’s die ik in de handleiding plaats. Omdat ik wel eens wat boekjes maak, kan ik dus ook een afbeelding in een tekstdocument toevoegen. Ik loop over van veelzijdigheid. Zorgvuldig stuur ik het document naar alle collega’s. Ik print het bovendien uit en leg het bovenop de vaatwasser terwijl mijn baas mopperend het apparaat vult met vuile vaat.

Aan het eind van de volgende dag roept mijn baas me weer bij de vaatwasser. De berg vuile vaat is nog groter. Hij zegt dat dit zo niet kan. Hij zegt dat het niet aan mijn handleiding ligt. Dat hij een telefoontje heeft gepleegd en dat morgen iedereen verplicht een workshop vaatwasser vullen krijgt. Ik knik. Een verstandig besluit, zeg ik, en ik plaats mijn lege kopje koffie in de vaatwasser. De baas klopt me op de rug. Het komt goed, verzekert hij me. Het komt echt uiteindelijk wel goed. De mensen moeten het gewoon even zien.

De volgende dag zit iedere medewerker van het bedrijf bij de workshop. Een druk pratende en gebarende man in een kleurig pak praat over het belang van hygiëne in kantooromgevingen. Dat deze omgevingen doorgaans minder vaak schoongemaakt worden dan thuisomgevingen, ook wel woningen genoemd. De mensen lachen. Dat dat viezigheid en gevaar voor de volksgezondheid oplevert. De mensen knikken ernstig. De man toont de vaatwasser en trekt de korven naar voren. Hij wijst op welke plekken er allemaal koffiekopjes geplaatst kunnen worden en verzekert de mensen dat er echt genoeg plaats is. Ze knikken. Hij toont in het onderste rek hoe een bord in het rek kan. Ook het bestekmandje demonstreert hij. De mensen steken vingers op. Moet dat allemaal per se op die plaatsen, vraagt iemand. Nee, zegt de workshopmeneer, je mag als er genoeg ruimte is ook gerust koffiekopjes beneden stallen.

Hij demonstreert het vullen van het zeepbakje. De mensen kijken aandachtig toe. Hij toont het aanschakelen en geeft uitvoerige uitleg over de wasprogramma’s. Geknik en uhhuh. Hij verzekert ze dat het standaardprogramma genoeg is, dus aanzetten en – klik – de deur sluiten, dat is genoeg. Mensen knikken bewonderend elkaar aan wanneer ze het apparaat horen spoelen. Ze maken toch maar bijzondere dingen tegenwoordig he. De techniek staat voor niks. Ah, maar let op, zegt de workshopmeneer en wijst op de vloer. Er gaat zelfs een lampje op de grond schijnen, toont hij, als de vaatwasser aan staat. Dat is slim, zeggen de mensen. De workshopmeneer heeft een oefenvaatwasser meegenomen. Iedereen mag een kopje in het apparaat zetten en krijgt dan te horen dat ze het goed hebben gedaan. De mensen kirren van plezier om deze erkenning. Als afsluiter wordt er gedemonstreerd hoe de echte vaatwasser, die inmiddels zijn programma af heeft, geleegd moet worden.

Na afloop kletsen ze nog even met de workshopmeneer. Ze zeggen dat hij het heel, heel goed heeft uitgelegd. Hij schudt iedereen de hand en neemt dan afscheid. Langzaam gaat de ene na de andere persoon naar huis. Iedereen zet zijn vuile kopje op het aanrecht boven de geleegde vaatwasser.

“Luisterend en Stuimig” is nu GRATIS !


Ja, online natuurlijk. De boekversie, die kost gewoon nog steeds doekoe jonguh. Die kun je ook enkel bij mij kopen (ik krijg die vraag wel eens: “En waar kan ik hem kopen ? Bol.com, Gianotten, De Standaard, Poëziecentrum ?” Nope). Het zijn er al niet zo veel meer dus voor wie achter het net vist is de bundel tenminste gratis online te lezen. Net als in feite al mijn boeken. Door ze te kopen kunt u meebetalen aan nog te verschijnen boeken, maar dat mensen ze kunnen lezen vind ik uiteindelijk belangrijker dan dat ik geen verlies draai. Want wie denkt dat ik hier winst op maak, ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha.

Twee Droefs geleden

Ik trad op bij de allereerste editie van Droef, Droef 1.0 getiteld, en niet volledig toevallig tevens de presentatiegelegenheid van mijn recentste dichtbundel. Toen was Droef nog een uitprobeer-ideetje. Inmiddels heeft het al drie edities achter de rug en een vierde over een klein weekje voor de boeg. En in 2018 volgen er nog minstens acht, al bevestigd. Ik zal niet elke keer kunnen optreden, sterker bij de meeste edities kan ik om privéredenen niet eens aanwezig zijn. Maar bij de tweede editie, Droef 2.86 (Maximum Overdroef) was ik er wel. En net als bij de eerste keer deed ik ook het openingsgebed. Iemand was op verzoek van de organisatie aan het filmen en dat deed hij verdomd professioneel. Voor wie geïnteresseerd is, hieronder de videobeelden. En op de vierde Droef ben ik ook weer van de partij. Het is een besloten privéfeest dus probeer uzelve binnen te smokkelen. (Hint: zoek eens naar de website om uit te vogelen hoe wat wanneer en waar).

Contactloos


Het start
met contactloos betalen
(een zwaai in de lucht)

Voor een
mechanische handeling
(met elektronische zucht)

Geregistreerd
kilometers verderop
(weggevlucht)

En beschreven
voor een blauwe duim
(een ware klucht)

Want alleen echt,
authentiek, is ziek
(realiteitsonbekwaam)

We bezien alles
vanuit een bestaanscouveuse
(door een raam)

Achter tralies
die we mee hielpen bouwen
(ooit wolfraam)

Brandt nog vuur
maar contactloos aan het doven
(eenzaam.)

Gelezen en akkoord bevonden


Verhaal door René van DensenHet boek is een welkome afwisseling van alle formulieren die ik heb moeten ondertekenen de afgelopen dagen. Ik zit al snel diep erin verzonken terwijl ik wacht. De nummers op het bord zijn nog niet in de buurt van het nummer op mijn papiertje dus ik kan, schat ik, toch wel een aantal korte verhalen lezen. Maar dan gaat het ineens hard. Halverwege een kortverhaal word mijn nummer al geroepen. Grommig steek ik het boek in de tas en neem plaats aan de balie.

Vanzelfsprekend krijg ik wéér formulieren voorgelegd. De teksten erop zijn hilarisch. De patiënt erkent te begrijpen dat de medische wetenschap geen exacte wetenschap is en dat er zich dus onvoorziene situaties voor kunnen doen, of De dokter heeft de patiënt gewezen op de gevolgen voor de gezondheid wanneer de behandeling verricht wordt, of wanneer deze niet gepleegd wordt. Ook is de patiënt gewezen op alternatieve geneeswijzen. Ik heb de dokter geen woord horen reppen over kruidenthee die mijn scheve neus weer recht en ongebroken tovert, maar zet toch mijn handtekening.

Er is iets met de kamer. Ik zeg dat ik niet wil overnachten want ik wil gewoon na de ingreep terug naar mijn kat. Lekker op de bank liggen met de poes op schoot, uitduffen met een boekje of filmpje erbij. Fok die ziekenbedden. De loopafstand is nog geen kilometer. Zet die neus recht en laat me gaan verdorie. Ja maar meneer, zeggen ze, u moet ook nog bijkomen van de narcose he, en daar moet u voor in een bed zitten, dus een kamer hebben. Ah ja oke, antwoord ik. Maar ik wil wel naar huis daarna. Ja meneer, u heeft geen overnachting aangegeven staan inderdaad. Maar we gaan even nog de kamer regelen, zet u maar daar, dan roepen we u sebiet wel he, ja meneer tot sebiet.

Ik lees door in mijn boek. Kan met het kortverhaal in feite helemaal opnieuw beginnen. Gelukkig had ik erop gerekend: het zijn allemaal ZKV’s, Zeer Korte Verhalen. Geschreven door iemand die ik tot een half jaar geleden nog als een vriend beschouwde. Ik kom in enkele verhalen als karakter voor. Dat was bij zijn eerdere boeken ook. Twee regels verder dan de eerste onderbreking word ik weer naar het loket geroepen. Ik lees morrig snel het verhaal uit en kom dan. Sorry meneer voor het storen in uw boek he, is het een goed boek ? Ik lieg van wel omdat ik me nu al aan de onderbrekingen erger.

Overal hetzelfde: gebruikt u medicatie, bent u allergisch, gaat u akkoord met dat wij dit of dat doen. En nog formulieren. De doktoren knijpen hem nogal dat ik dood zou gaan zonder mijn toestemming. Ik onderga het aanvankelijk laconiek en lacherig. Tussendoor probeer ik wat te lezen, maar al snel word ik naar de OK weggerold. Het boek wordt hunkerend wachtend achtergelaten terwijl ze me een lift in rijden en dan weer ergens anders twintig minuten aan mezelf overlaten. Ik mis mijn boek en neurie maar wat. Naast het gordijn links snurkt iemand. Aan de andere kant kakt iemand zijn bed onder. Iemand verderop geeft aan de verpleger toe dat hij na middernacht nog een glas water heeft gedronken. Grote paniek. Bellen naar de dokter. Streng toespreken naar de patiënt. Dan het verlossende akkoord van de arts: het is in orde, één glas kan nog, zolang het echt enkel maar water was.

Nog twee mensen komen vragen of ik niks gegeten of gedronken heb sinds middernacht, of ik allergisch ben ergens voor, of ik akkoord ga met alles wat ze gaan doen. Ik denk terug aan de vorige keer dat ik onder narcose ging – het was lang geleden, middelbare school. Toen moest ik nog tellen van 1 tot 8. Ik kwam bij en telde door: 7, 8. Ergens na nummer 6 heeft een team van medici vloekend, zwetend, tierend en snijdend aan mijn lijf gesleuteld en heel dat half uur is voorgoed verdwenen. Ik was er toen kwaad om. We hebben een beperkte tijd hier op aarde, ik voelde me bestolen.

Dit keer tellen ze niet eens af. Ik word vastgebonden met aan de ene kant een infuus en de andere kant een bloeddrukmeter. Een zuurstofmasker boven mijn gezicht en dat ik zo wel zal voelen dat ik in slaap zal vallen. En dan wordt mijn linkerarm koud. Ik word wel wederom wakker voor ze me op de herstelparkeerplaats stallen. Zo lig ik daar zeker drie kwartier terwijl ik me eigenlijk al voel alsof ik wel kan gaan. Het is maar een gebroken neus, denk ik nog. Geef me een houtje om op te bijten en zet dat kreng recht, dan kan ik weg.

Ze rollen me terug naar mijn kamer. Ik lees verveeld mijn boek, kijk zelfs wat TV. Ik kijk nooit TV. Er is ook niet veel op dus ik lees de rest van het boek uit. Ik verveel me kapot en heb honger, dorst. Laat op de middag krijg ik een flesje water, dat in enkele slokken weg is. Daarna enkele boterhammen en koffie – een godenmaal. Vervolgens wordt er nog een boel over en weer gebeld en gediscussieerd wat ze met me moeten. Uiteindelijk jagen ze me het bed en de kamer uit en zit ik nog een tijd in de wachtkamer van de polikliniek op mijn arts te wachten. Nog een goed uur later sta ik eindelijk, eindelijk buiten. Ik wil door mensen en gebouwen heen kunnen rennen, naar mijn kat. Naar mijn bank. Naar mijn plek. Stevig doorlopend overweeg ik het boek aan een willekeurige tegenligger cadeau te doen.