Binnen

Verhaal door René van DensenNiet elke, maar op de sommigedagen gooit de wereld een beetje buiten door de binnenbus. Verder beperken we ons contact. De buitenbeetjes zijn voornamelijk dwingende verzoeken in papiervorm om geld. Ik laat dan via mijn computer het getal van mijn banksaldo wat verlagen en dat van de ander wat verhogen. Ook zoiets dat we tegenwoordig perfect binnenshuis kunnen verrichten. Wie het mist om voor het betalen van rekeningen in een rij aan te schuiven, kan wellicht de huisgenoten inschakelen om tussen hem en de computer te gaan staan. Mijn huisgenoten zijn beperkt tot een kat en een lief. Beide zijn erg makkelijk verdraagbaar, ook als je er een tijdlang mee opgesloten zit, blijkbaar. Dit doet mij vermoeden dat ik zelf de moeilijke huisgenoot zal zijn. Statistisch toch.

Ik ben trouw aan het binnen. Ik bin me suf. De godganse dag bin ik op de bank, op de wc, op het bed, sleutelend aan mijn fiets, domme tekeningetjes makend op mijn laptop. Ik ga me enkel aan boodschappen te buiten. Die buit sleep ik in een rappe tocht binnen, en dat moet dan minstens een week voorraad inhouden. Ik kwam al niet graag onder de buitenmensen maar nu mogen we het eigenlijk niet eens, dus heb ik de wet als excuus. Het ligt niet aan mijn weerzin ten opzichte van de medemens, het ligt aan de letter van de wet. Het voelt goed om de wet aan mijn zij te hebben – op gepaste afstand. Niemand die me aandringt onder de mensen te komen. Er is een ziekte buiten, binnen is die er niet, dus bin er op los.

Ik kijk online filmpjes en lees zo wat nieuws. De wereld is onherkenbaar veranderd en iedereen, zelfs de televisiemensen en bioscoopacteurs, is aan de huisvlijt voor hun webcam. Het heeft wel wat. Ik probeer me voor te stellen dat dat zo blijft. Televisie gepresenteerd vanaf de Skype. Actiefilms via conference call. Met één klik heb je je achtergrond veranderd dus ach, waarom niet. Dat je een geluidsman steeds in beeld ziet floepen omdat hij piew, piew roept terwijl de acteurs schietbewegingen maken met hun vingers. Stiekem hoop ik dat we allemaal nog lang binnen blijven.

Mijn kat snapt er helemaal niets meer van. Dat we alle dagen niét weggaan. Ze ontloopt ons de halve dag. Het huis is groot dus dat geeft niet. Mijn lief belt met allerlei mensen. Mijn lief spreekt een andere taal dus ik luister half-half af. Ik vang hier en daar wat woorden op en volg ongeveer waar ze over babbelt. Ook dat heeft wel wat, een vreemde taal in huis. Ik leer stukje bij beetje meer van de vreemde taal. Onderling spreken we Engels. Ze leert nog niet zo lang Nederlands. Ik heb haar gewaarschuwd geen Nederlands te proberen te leren van mijn gedichten en verhaaltjes. Na enkele koppige pogingen erkent ze de wijsheid achter dat advies.

De toekomst is onzeker. Maar de toekomst was altijd al onzeker. Ik pruts wat aan en ontwerp designs voor gezichtsmaskertjes. Één maskertje heeft een zelfgetekende vlieg op de zijkant. Ik hoop dat als iemand het masker draagt, een ander probeert die vlieg dood te slaan. Zo komt er toch weer wat fysiek contact tussen de mensen terug. Ik draag mijn steentje bij. Van binnen. Ik heb er zelfs een binnenpretje om. Maar rijk zal ik er wel weer niet van worden.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *