Dankjewel trein

supermarktpoezie-dankjewel-trein

Lees meer

In haar ogen


Verhaal door René van DensenMijn dag begint in de ogen van mijn kat. Intens kijkt ze me aan. Alsof ze de hele nacht en het stukje ochtend tot mijn wekker afgaat, naar mij heeft zitten staren. Geen kik, ook. Een soort onverschillig, maar intens staren, groene spiertjes die een groot zwart gat opentrekken waar ik in weerspiegeld ben. Tien centimeter van mijn gezicht af.

En daar ben ik. In haar ogen. Er schittert ook een beetje daglicht in, maar vooral zie ik mezelf. Ze geeft geen krimp wat ze ervan vindt dat mijn ogen open zijn, terwijl ze zojuist binnen waren. Er wordt niet gespind. De pupillen verwijden zich niet, ze geeft niet aan dat ze honger heeft. Ook ligt ze niet opgekruld op mij. Ze ligt naast mijn hoofd en staart. Met een spiegelende, expressieloze blik.

Ook geen oordeel. Geen vraag. Geen mening. Geen verwachting. Mijn kat ziet dat ik wakker ben, en zojuist nog niet was, en dat is alles. Zoals mensen over een genoteerd beursaandeel lezen waar ze niet in geïnvesteerd hebben. Ze gaapt ook niet. Even, nu en hier, is ze een spiegel.

Ik staar terug. Ook geen kik. Ergens in de achtergrond klinkt mijn wekker. Maar ik ontwaak enkel in haar ogen. En daar lig ik nog even goed.

Zondag 25-10 (=15) om 15u: Schouderhaar in Antwerpen !

collectief-schouderhaar-in-antwerpen

Komende zondag is het weer zover, dan komt het legendarische Collectief Schouderhaar opnieuw bijeen. Voor wie het nog niet meegekregen heeft, dit collectief waar ook ondergetekende zich toe mag rekenen, ontstond op de Gentse Feesten en de klik was zo overweldigend, dat besloten werd dit gezelschap meerdere malen per jaar op het podium te laten bijeenkomen. En komende zondag is dan ook de eerste officiële gelegenheid om dit gezelschap te aanschouwen.
En op een prachtige locatie: Opus 4 in Antwerpen (Berchem, om precies te zijn). De entree is slechts 10 euro en daar krijgt u een paar uur topentertainment voor. Want Schouderhaar is niet een of ander stoffig poëzieclubje, nee Schouderhaar spettert van de planken. Komt dat zien !

De schaamte


Verhaal door René van DensenOnderweg naar de literaire avond voel ik me een faker. Je bent ongeveer in zoverre een schrijver als dat je recent nog iets geschreven hebt, uiteraard. Net zoals dat je zo populair bent als het aantal likes op je laatste facebook post. Ik pak een biertje van de tafel en zet me op een krukje – in de boekenwinkel zijn alle stoelen al bezet.

We luisteren naar twee schrijvers. Één schuift heel erg een andere naar voren, die daar zelf ook wat van verrast is. Ik noteer een paar dingen in mijn zakboekje die me, al luisterend, binnenvallen. Het zakboekje is weer bijna vol. Ik werk de dingen die erin staan niet voldoende uit de laatste tijd. Het leven zet afwassen, lekke achterbanden en sociale verplichtingen in mijn weg. Ik kan natuurlijk besluiten niet aan het maatschappelijk leven deel te nemen en me volledig aan het schrijven te wijden. Maar wie voedert er dan mijn kat ?

Na afloop staat een bevriende schrijver die een paar maanden terug vrijwillig redacteur heeft gespeeld voor mijn roman in wording, voor mijn neus. Ik wil hem bijna ontlopen, zo schaam ik me. Hij spreekt me ferm aan, dat ik niet aan mijn boek heb doorgeschreven. In de tijd dat ik niet aan mijn boek heb doorgeschreven heb ik vier andere bundels in de steigers gezet, waarvan er een klaar is om vorm te geven, heb ik twee andere boeken geschreven en uitgebracht en vijf strips – ouder werk – gepubliceerd. Maar hij heeft wel gelijk.

Ik ben bang. Bang voor hoe weinig ik van mezelf over had toen de stoppen doorgeslagen waren. Hoe ik verdwaasd over straten strompelde en nog geen drie boodschappen kon onthouden. Hoe lang het heeft geduurd voor ik mezelf weer een beetje terug herkende. En ik vertrouw het nu nog niet. Dat mijn kop weer kan wat het ooit kon. En het boek was op een punt waar alles heel complex door elkaar begon te lopen. Veel karakters. Veel verhaallijnen. Ik ben zo ontzettend bang dat het niet meer past in mijn kop. Of erger, dat de stoppen opnieuw knappen.

Maar dat zeg ik niet. Ik mompel wat verontschuldigingen en zeg dat ik écht bezig ben. Dat er binnenkort nieuwe tekst komt. Echt heus echt. Thuis pak ik zijn correcties erbij en open het boek. Ik leg de teksten naast elkaar en lees zorgvuldig het verhaal weer stukje bij beetje bij. De schaamte port in mijn rug. Er zijn tachtig andere dingen die ik óók nog moet doen, maar nu ga ik vlammen. Nu gaat het boek dóór. Ik ploeter gewoon even een nacht rond en morgenochtend staat er nieuwe tekst achter het hoofstuk waar ik was.

’s Ochtends schrik ik wakker. De correcties plakken aan mijn gezicht. Ik ben nog niet eens bij hoofdstuk vijf gekomen. En mijn achterband is ook nog steeds lek. Ik ben zo moe.

Wijl het papier stil wuift


Verhaal door René van DensenZelfs op mijn minst productieve dagen breekt er wel een punt aan dat ik moet kakken. Daar zit ik dan. Meestal op een weinig comfortabele kunststof donut, wijl het papier aan de wand stil wuift. Ik weet meteen dat het een tijdje gaat duren. Geduldig geef ik me over aan het wachten op de eerste plons. Tot die tijd weet je sowieso niet hoe lang je nog bezig zult zijn.

Ik denk aan het maal waarvan de resten zich nu mijn lichaam uit persen. Het heeft me goed gesmaakt, meen ik me te herinneren. Ik leef minstens nog. Dat heb ik toch maar mooi aan dat maal te danken. Ik mompel zachtjes: Dankjewel, maaltijd. De maaltijd zegt niks terug. Of toch, heel zachtjes prubbelt er iets. Haast heeft het hele boeltje alvast zeker niet. Een duidelijk geval van slow food.

Rondkijkend zie ik niks te lezen. Enkel een hanglapje wiegend wc-papier, bedrukt met een abstracte bloemfiguur. Nee wacht, er staat een verjaardagskalender. Mensen zetten die tegenwoordig neer. Ophangen is iets ouderwets. Ik sla een paar bladzijden om. Namen die ik niet ken. En de namen van de maand. Verder valt hier ook niet veel aan te lezen.

Zouden de kindjes in Afrika ook hun maaltijd bedanken voor het eindresultaat, vraag ik me af. Ook ben ik benieuwd of dit een keutelige bedoening wordt of een dikpappige rekstengel met veel veegwerk achteraf. Secuur bestudeer ik het voegwerk van de tegels en schat ik een loze gooi in hoe vaak per jaar ik mijn tijd in een dergelijk kamertje verdoe. Zou ik in totaal in mijn leven er een week in zitten ? Een maand ? Ik krijg koppijn van de inschatting en richt mijn blik op de toiletlamp.

Ouderwetse bol. Mat wit licht. Niet in te schatten of er een nostalgische laatste gloeilamp zijn laatste gloei hangt te lampen, of dat zo’n kille spaarlamp zijn economische rechtvaardiging op aan het stralen is. Ik verveel me. Dit wordt een lange zit, want de eerste plons is nog steeds niet geweest. Iemand buiten de deur probeert de klink. Blijkbaar heb ik de deur toch netjes op slot gedaan. Nog twee keer wordt met de klink gerammeld. Dan geeft de buitenwereld het voorlopig op.

Met gesloten ogen adem ik in, dan uit. Ik wacht. Er zit niks anders op. Tijdelijk ben ik mijn zelfbeschikking kwijt. Toch in het oog van wat maatschappelijk geaccepteerd is. Nu het toilet verlaten, al dan niet met opgehesen broek, is geen optie. Wat als er brand uitbreekt ? Hoe vaak per jaar moet er iemand met broek op de knieën uit een afbrandend pand gered worden ?

Wachten. Op de eerste plons. Wijl het papier stil wuift.

Volgende week zaterdagavond: presentatie in Eindhoven

Uitgeverij Heimdall | Allerheiligen, Bezeten WoordenIk had al eerder gemeld dat er een Halloween dichtbundel aankomt waar o.a. tekst van mijn hand in staat. Deze bundel wordt niet deze maar volgende zaterdagavond – over een klein weekje dus – in Eindhoven gepresenteerd. Dus mocht je in de buurt zijn, kom zeker even checken ! Het boek kan trouwens ook al via Bol.com vooruit besteld worden. Maar er zijn er ook een paar via mij te verkrijgen, en daar verdien ik dan ook zowaar een klein beetje geld aan. Als tegenprestatie zet ik er dan een krabbel in voor u. Of niet, als u dat liever heeft.

Wat ? ———– Presentatie “Allerheiligen, bezeten woorden”
Waar ? ———– aula van het monumentale Catharina Kerkhof, Eindhoven
Wanneer ? ———– zaterdag 10 oktober 2015 @ 20:00 – 21:00
Meer info ? ———– Klik hier

Dom mens


Verhaal door René van DensenIk snap het wel: er zijn al twee van die openklapplanken overleden omdat ik erop geplast heb. Dus nu heeft het baasje er drie, op drie verschillende plekken in huis. Zo te zien heeft hij er eentje meegenomen, want ik vind er maar twee. Niet dat ik hard aan het zoeken ben, deze dingen kunnen me niet heel veel schelen. Ze zijn lekker warm om op te zitten, vooral die wiebelige toetsenborden. Maar hij heeft er dus twee achtergelaten. Dom mens.

Het is een peulenschil om ze aan te zetten. Deze gaat zelfs aan zodra ik de klep opendoe. Zijn wachtwoord heb ik honderden keren ingevoerd zien worden vanaf zijn schoot. Ik deed alsof ik geconcentreerd mijn staart likte. En al die keren dat ik over het toetsenbord liep, oefende ik mijn type-skillz. Zolang ik niet met mijn volle gewicht op de letters ga staan, zzzzziiieeeett allllllllllessdrf errrrrrr norrrrrrrammmmmmmmmmmmaal uit.

Hij moet me ook niet zo lang alleen laten, elke dag. Natuurlijk, de huisgenoot is ook veel thuis. Meer zelfs dan mijn eigen mens. Om het in te wrijven lig ik nu regelmatig bij de huisgenoot op de kamer. Bij hem en diens kat. Mijn eigen mens ligt helemaal alleen in bed. Moet hij maar meer thuis zijn. Maar dan gaat hij dus nóg weg, elke dag weer. Dom mens. Dus. Tijd voor drastische acties.

Eens zien. Hier staan alle schrijfprojecten waar hij de hele tijd aan prutst. Klik, delete. Kan hij helemaal opnieuw beginnen en is hij weer meer thuis. Op deze computer staat nog niets om films en series te kijken. Even installeren. Ik wil mijn warme schoot, verdomme. Het is koud aan het worden.

Er knippert iets rechts onderin het scherm. Het beweegt oeh oeh oeh oeh. Oeps. Op geklikt. Ehm. Windows 10 installeren, wat beteke

Blijveling


Verhaal door René van DensenJa maar, zei hij. Maar de gezichten keken onacceptabel. Hij wou nog een jamaar uitspreken, maar ja. Zacht sputterde hij tegen dat hij helemaal niet weg wou. Hij was bang voor de zee, allereerst al. En ook geen ruzie. Niet dat het regime hem zinde. Maar dat kon je wegslikken. Daar was bier voor uitgevonden.

Prozacstad wou hem echt ook niet kwijt, verzekerden ze hem. Maar ja. Hij zat met zijn huis op het midden. En een historische locatie moet voor het nageslacht bewaard worden. Jamaar, sputterde hij nog maar eens. Al zijn spullen lagen in dit huis. Zelfs wat herinneringen. De Prozacstedelingen waren onvermurwbaar.

Prozacstad is op dit moment niet in verbouwing, stelden ze. Altijd, al zolang mensen zich heugden, was Prozacstad in herverherverbouwing. De straten lagen open, de huizen lagen in puin. Hier had geen oorlog gewoed, maar dat maakten de Prozacstedelingen zelf wel goed.

En hier woonde hij. Middenin een natuurdeel van de stad, wat toevallig door een festival tot modderpoel gereduceerd was. Onmiddellijk had het gemeentebestuur besloten: dit gaan we preserveren. Want historie. Anders krijgt men het verkeerde beeld van deze stad.

Zijn huis was onberispelijk. Dus moest het kapot. Jammer voor de blijveling. Prozacstad heeft geen plek voor blijvelingen. Hij diende verdomme maar te vluchten.