Nu door een oorlog die geen oorlog is alle fossiel aangedreven verplaatsingen onbetaalbaar zijn geworden, zit plots de plaatselijke vakantiebestemming in de lift. Sterker, het zijn topdagen bij Reisbureau De Barkruk (“Schuif gewoon maar aan”), het burootje dat ik begonnen ben in mijn stamkroeg. Als handige Nederlander laat ik geen kans onbenut uiteraard. Zeker singles en mensen die even zonder de kinderen weg willen zijn, maken gretig gebruik van mijn diensten. Het enige probleem is dat niemand wil betalen voor deze reisbestemming. Zonder blikken of blozen schuiven mensen maar gratis aan de stamtafel aan. Ik begin me vragen te stellen bij mijn businessmodel.
Zoals deze vrouw, die met een glas wijn is aangesloten. Ook schaamteloos gratis. Ze vraagt hoe het gaat met mijn zoektocht naar werk. Ik zeg dat ik juist keihard aan het werk ben, dat het alleen met de inkomsten nog niet soepel loopt. Maar ze kan met eigen ogen zien hoe goed Reisbureau De Barkruk loopt, er is geen plek meer vrij aan de ronde tafel. Ze vraagt retorisch dat het dus nog altijd niet goed gaat. Om het onderwerp te veranderen, vraagt ze dan maar of ik nog vakantieplannen heb dit jaar.
Ik zeg dat ik het toch nergens echt leuk vind. Dan kun je net zo goed op driehonderd meter van je woonkamer op een kruk gaan zitten. Als je dat aan een buitenaards wezen zou uitleggen, zou die waarschijnlijk vragen waarom ik niet gewoon in mijn woonkamer ga zitten. En daar heb ik het niet zo op, buitenaardse wezens die een dik pak gelijk hebben. Komen helemaal van de andere kant van het universum je een beetje op je plek zetten. Waar je al zat. En weet je wat dat kost, zo’n ruimtereis. Allemaal om even lekker te laten zien hoe intelligent hun leven is. En de politiek doet weer niets. De vrouw met haar wijn is het daar mee eens.
De barman vraagt of ik even op wil staan, zet mijn barkruk opzij, en veegt de vloer onder de tafel schoon. Daar sta ik dan. Tijd voor een rebrand. Reisbureau De Staanplaats is open for business, mensen. De nieuwe slogan is ook meteen gevonden: Ga er maar aan staan. Als dit geen megasucces wordt, weet ik het niet meer. De barman is klaar met vegen en zegt dat ik weer kan gaan zitten. Nu twijfel ik wel even. Misschien moet ik een doelgroeponderzoek doen.

