Valse muiterij

Het is scheverende schijn en
louterende onwaarde

Praten over piraterij en
leuterend met onbewaarden

Het is verdomme
valse muiterij !

Een stil trommende munt
die niet meer klinken kan,
De man van een schaduw
van een schaduw van de man

Loop verdomme naar
het planking en vlag
de wimpel op een lap

Je onprotest is hoogst
hilarisch, je ruggegraat
een slappe grap

Voel je je aangesproken,
luister dan maar
weer eens braaf

En ééns per jaar mag u
uzelf zijn, in een gek pak,

met bier

alaaf.

Spontaan


Verhaal door René van DensenKrampachtig blijft ze achteroverleunen over de andere drie terrasmensen heen. Die houden op hun beurt hun lachende grimassen vol. Hun wangen trillen alsof ze pijn hebben. Ze liggen er al minstens een minuut, terwijl het vijfde lid van hun gezelschap prutst met een telefoonprikplankje. Zonder haar stralen te verliezen roept ze schiet op, schiet op nou.

Één van de drie die haar ondersteunen, vraagt met lachkramp of ze het nou zó warm heeft, omdat haar oksels vol zweet staan. Een ander neemt een snel tussendoorslokje van zijn bier. Neehee, roept de prikplankman, nou moet hij opnieuw scherpstellen ! Beschaamd zet de bierslokman het glas terug op tafel en grijpt het leunmeisje weer vast. Het prikplankje wil blijkbaar inmiddels eindelijk meewerken: er klinken digitaal opgenomen fotoflitsgeluidjes uit.

De prikplankman prikt wat. Is het gelukt, vragen de terrastafelverkrampten. Momentje, zegt de prikplankman. Ze blijven liggen. Met een hunkerende blik kijkt de bierslokman naar zijn natje. Het is enorm warm. Ze zitten al zeker vier minuten in deze houding.

Dan zucht de prikplankman. Nee, zegt hij, nog niet goed. Hoezo, vraagt het leunmeisje, niet scherp ? Jawel, zegt de prikplankman, de foto is scherp genoeg, maar de andere groep heeft een veel spontanere foto. Dat moeten wij ook. Kom, nou even allemaal spontaan. Hij heft het prikplankje en ze krampen hun wangen nog verder, reiken hun handen nog hoger en vervloeken de dag dat iedereen in deze foto’s per se ineens spontaan moest zijn.

Wereldvrede


Verhaal door René van DensenAchterin mijn keukenkastje vind ik nog een pakje oploswereldvrede. Ik was totaal vergeten dat ik oploswereldvrede in huis had, dus het verraste me nogal. Voorzichtig schud ik de verpakking. Het klinkt niet heel poederig meer. Ook als ik mijn vinger in het zakje prik, krijg ik het idee dat de wereldvrede er wat zompig aan toe is. Dat wordt geen wereldvrede vandaag, mompel ik wat voor me uit.

Nu ik de verpakking van de wereldvrede zo zie, word ik een beetje nostalgisch. Vroeger waren we dol op wereldvrede. Onder elk dak werd er wel enthousiast om geroepen. Het was wereldvrede dit, wereldvrede dat. Met stip was wereldvrede het populairste produkt in menig huishouden. Met vrolijk gebolde, rode konen droomden we als kleine snaken en boefjes van de wereldvrede die ongetwijfeld zou komen. We konden niet wachten.

Wat dat betreft was er met de wereldvrede als belofte niets mis. We hadden er zin an, met de marketing van de wereldvrede zat het wel snor. Rien à dire. Als je niét naar wereldvrede snakte, was er iets mis met je. Dan diende je natuurlijk ausgeradiert te worden. Raus ! Van die rare snuiters die niét reikhalzend naar de wereldvrede snakten, daar moesten we collectief niks van hebben. Dat kon je maar beter voor je houden, anders werd het oorlog.

En nu hebben we het dus. Al decennia. In elk keukenkastje. Beetje kokend water toevoegen en hoppakee. Wereldvrede. We zijn het helemaal tegengegeten. Het smaakt wat muf. Te weinig peper, dat is alvast zeker. Vers is het al zeker niet. En je weet nooit wat ze erbij doen he, in zo’n zakje. En zo laat je al snel een verpakking achterin de kast slingeren. Waar de wereldvrede langzaam beschimmelt. Ach. Ooit raakt het vast wel weer in zwang.

Met een zwaai werp ik de wereldvrede in de vuilnisbak. Morgen koop ik wel weer nieuwe. Mits ik het niet vergeet.

Correctie


Verhaal door René van DensenAan de terrastafel naast de mijne zit een bevriende schrijver. Ik ken heel veel schrijvers. Die ontmoet je op schrijversdingetjes. Dan doen enkele schrijvers iets met tekst of voordracht en de rest komt om bier te zuipen en er doorheen te praten. Bezoek voldoende schrijversdingetjes en je kent heel veel schrijvers. Vraag, voor de grap, eens aan de schrijvers of ze een boekje hebben of zo. En koop ze dan. Ik geef dit advies zonder enig eigenbelang.

Eigenlijk heb ik vooral schrijverskennissen. Vaak weet ik hun naam eigenlijk niet meer. De schrijverskennissen weten altijd mijn naam nog wel. Ik haat de ongelijkheid die de schrijverskennissen op deze manier in ons kennisschap aanbrengen. Sommige van de schrijverskennissen zijn bevriende schrijvers. Omdat ik geen voorstander van ongelijkheid ben, noem ik alle schrijverskennissen bevriende schrijvers. Aan de terrastafel naast de mijne zit een bevriende schrijver.

De schrijver buigt naar me toe en vraagt of ik nog nieuwe boekjes heb uitgebracht. Ik zeg dat ik geen nieuwe boekjes bij me heb, maar wel een moppenboek van de Opperpater. Er is ooit een moppenboek van de Opperpater uitgebracht via mijn eigen amateuruitgeverij en ik heb de restpartij opgekocht om voor biergeld te verpatsen. De boekjes verkopen echter nooit, dus ik had het geld beter zelf als biergeld kunnen uitgeven.

De bevriende schrijver bladert door het moppenboek met een vies gezicht. Er staan geen moppen in het moppenboekje. Alleen reusachtige QR-codes. Met een dure telefoon kun je de QR-codes scannen en dan verschijnt op de dure telefoon een filmpje van de Opperpater die je de mop vertelt. De aanblik van de QR-codes staat niet iedereen aan. Er staan 93 moppenQR-codes in het boekje.

De bevriende schrijver scheurt een pagina uit het boekje. Dan nog één, en nog één. Hij verfrommelt de pagina’s tot proppen en smijt ze op het terras. Ik vraag wat hij doet. Hij schrikt van mijn vraag en krijgt blijkbaar het vermoeden dat zijn gedrag niet geheel gewenst is. Hij zegt dat hij het moppenboekje aan het corrigeren is.

Ik zeg dat het moppenboekje geen correctie behoeft. Ik zeg dat ik het boekje nu niet kan verkopen. Op slinkse wijze probeer ik een schuldgevoel bij de bevriende schrijver op te wekken zodat hij het resterende boekje koopt. Dan heb ik biergeld en kan hij scheuren wat hij wil. Er zit geen geld meer in mijn portemonnee maar nog wel dorst in mijn keel.

De bevriende schrijver pakt een pen uit zijn binnenzak. Het is zo te zien een dure pen. Hij krast op de kaft het cijfer 93 door en maakt er 87 van. Dan geeft hij me het boek terug. De bevriende schrijver zegt dat het boekje zo nog prima te verkopen is. Moppen genoeg nog. En sterker, nu is het boekje meer waard. Om het handwerk. De bevriende schrijver knipt in zijn vingers naar de terrasbediende en bestelt een erg duur speciaalbiertje voor zichzelf.

Er zwemt een fruitvliegje in het restant van het laatste biertje dat ik kan betalen. Het glas is te hoog om het vliegje te redden. Als ik het vliegje opdrink, ben ik eigenlijk geen vegetariër meer. Ik steek het boekje terug in mijn jaszak. Wanneer ik opkijk, zie ik dat de bevriende schrijver net bezig is om mijn bierglas leeg te corrigeren.

NB: de boekjes van de Opperpater zijn gewoon nog altijd te koop. Dus mocht u me willen helpen meer bier te kunnen drinken dan kan dat gewoon.

Jengelen


Verhaal door René van DensenHet haalde het bloed onder haar nagels vandaan, maar moeders arm was in feite de laatste plek waar je nog lekker aan kon jengelen. En, bijna vanzelfsprekend, de eerste. De eerste arm waar het in je opkwam om je hele gewicht te verslappen, het irritantste, langgerektste geluid te maken dat je kon produceren, de volledige Weltschmerz je strot uit persen en al je opgekropte problemen iemand anders probleem te maken. Alfa en Omega, die arm: het was de arm die je deze wereld in sleurde, dus die arm zou het wéten ook.

Je kon het natuurlijk ook proberen aan papa’s arm. Ik weet niet hoe geduldig uw papa was, maar de mijne was daar niet zo van. Dat was hoppa, recht, en nou stil en je niet zo aanstellen. Wees een vent. Je kon pruillippen of nabuppen wat je wou, er was geen land te bezeilen met die arm. Nee, voor écht goed jengelen moest je toch bij je moeder zijn. Dat je haar daar ongetwijfeld grijze haren mee bezorgd hebt, tja, als kind ben je niet zo van de consequenties.

Natuurlijk zou het tegenwoordig helemaal anders kunnen zijn. Volgens mij waren de moeders in mijn tijd niet erg mondig en luidruchtig. Er werd geen viskraam bijeen geschreeuwd in een plat lokaal accent als je net over de vervelendgrens heen hobbelde. Of misschien deden mensen dat toen net zo goed. Maar herinner ik me dat niet. Of deden ze dat minder in de kringen waar mijn ouders zich in bewogen. Niet dat dat zulke rare kringen waren – geld, macht en glamour tieren niet in mijn bloedlijn. Ik wil vooral zeggen, mogelijk romantiseer ik. Daar schijn ik een handje van te hebben.

Maar dat jengelen dan, vraag ik me af. Was dat nou écht zo lekker ? Om niet al te raar over te komen, maak ik eerst een surrogaatarm thuis. Wat kleren stevig bijeen geknoopt, een broekspijp eromheen, wat geïmproviseerde stoffen vingers. Stap achteruit. Ja, de verhoudingen kloppen wel omgeveer. Een goede moederarm. Even aan trekken. Hij houdt, zo lijkt het toch. En zo hang ik nog geen vijf minuten later, een volwassen man van eind dertig, blèrend en spartelend aan een zwik kleding aan mijn zoldertrap. Ik laat me helemaal gaan. De ruiten trillen. Heerlijk.

Opgelucht rook ik een sigaret op de bank. Morgen ga ik eens proberen of mijn vriendin hier ook open voor staat.

Make-up, schouderhaar en addergebroed

Addergebroed - Bob MinneCollectief SchouderhaarKermisprocessie Tilburg Kim Laanbroek

Ik loop wat achter op mijn nieuwtjes. Dus gaan we even puntsgewijs wat updates er doorheen duwen. Want het is hier wat stil geweest wellicht, maar ik heb niet stilgezeten.

  1. De site is vernieuwd ! Het is nog niet af hoor. Maar na ruim een jaar sinds de oprichting was de boel aan een verfrissing toe. Ook is het allemaal net iets vriendelijker voor de mobielmensen. Er zijn steeds meer mobielmensen en die zitten steeds meer op internet. Verhoudingsgewijs zitten er meer mobielmensen op internet dan laptopmensen onderhand. Niet dat de mobielmensen ooit één cent uitgeven aan mijn boeken. De laptopmensen wel. De terrasmensen ook. Maar de terrasmensen zijn ook weer vaak mobielmensen. Ach, zo blijf ik bezig. Binnenkort moet alles goéd werken en af zijn. Maar het moet niet in de weg zitten van mijn terrasverblijfjes.
  2. Hij zit weer eens in een boekje hoor. Net vóór de Gentse Feesten werd in Gent een bundel gepresenteerd door mijn goede vriend Bobadas (Bob Minne) met daarin veel van zijn eigen klassiekers maar ook ruim 30 andere artiesten. Waaronder ondergetekende. De bundel heet Addergebroed en hij is al toegevoegd aan mijn overige publicaties.
  3. Over de Gentse Feesten gesproken: bij het eerste van de drie optredens die ik toen pleegde, ontstond een prettige en spannende wisselwerking tussen de deelnemende artiesten. Dit vijftal poseerde ook voor een nu al legendarische foto. We noemen onszelf Collectief Schouderhaar. Het verhaal daarachter moet u ons zelf maar eens vragen. Goede kans dat u vijf volledig verschillende verhalen krijgt. Verzamel ze allemaal ! Oh en sinds gisteren hebben we een speciale Facebook pagina. Die wordt razendhard gevindikleukt door mensen en u bent ook een kuddedier dus u moet daar ook maar eens een duimpje gaan opsteken.
  4. En in ‘mijn andere stad’ Tilburg sloot men de Kermis af met de traditionele Kermisprocessie. Één van de karakters in deze prachtige begrafenisstoet is door Make-up artieste Kim Laanbroek voorzien van een gedicht door ondergetekende. Deze persoon liep, kortom, met een gedicht van mijn hand op haar huid. Een hele eer, en bijzonder om ook eens mee te maken.

Nu de site vernieuwd is, zullen er spoedig wel meer updates gaan volgen, maar voorlopig moet u het hier even mee doen. In de tussentijd kunt u natuurlijk mijn verhalen- of gedichtenarchief (nog) eens doorklikken of een van mijn vele leuke boekjes kopen. Ik heb ook nog steeds mooie petjes. Alles prima te betalen, nu het weer goed met ons gaat, economisch gezien. Geld moet rollen, mensen. Dus rol het ook eens mijn kant op.

Inbox (3)


Verhaal door René van DensenNa veel gesmeek neemt ze me terug. Mijn vriendin. Niet de literatuur. De literatuur is een absolute cock tease. Wel de volle aandacht willen, maar iets opleveren, ho maar. Mijn vriendin heeft een voorwaarde: ik moet niet meer zoveel zweten.

Ik zweet erg veel. Ik zweet ’s ochtends bij de koffie. Bij elke koffie meer. Ik zweet voor ik op de fiets stap en na ik er vanaf stap. Ik zweet in de trein. Ik zweet lopend naar mijn werk. De hele werkdag zweet ik, de terugweg zweet ik en in bed zweet ik. Daar hoef ik niks voor te doen. Voor wie dat dacht bij mijn eerdere opmerking.

Als men een karikatuur van mij tekent, is dat meestal een zwetend mannetje. Dus ik weet heus wel dat ik zweet. Maar dat moet dus minder. Alsof ik het bewust doe. Ik kan natuurlijk op gaan zoeken waar het zweten door zou kunnen komen. En dat dan minder doen, als dat kan. Maar ik weet nu al wat ik zou lezen. Ongetwijfeld zal het wel weer drank en sigaretten zijn. Drank en sigaretten krijgen van alles de schuld. Ik vind het zielig voor drank en sigaretten. Drank en sigaretten zijn mijn vrienden en ik steun ze door dik en dun.

Met een beetje logisch nadenken komt het zweten minstens zoveel door water, vind ik. Dat is immers wat je uitzweet: water. Maar daar hoor je niemand over. Want water, dat is leven, dat is alles, dat is verdomme het heilige boontje van de vloeistoffenklas. Nou, mooi niet. Dus besluit ik te stoppen met water drinken.

Het doet wonderen, zo blijkt al snel. Ik bestond eerst nog voor twee derde uit water. Maar al snel besta ik veel minder. De kilo’s en het bestaan vliegen er van af. Elke dag besta ik iets minder. Tevreden sta ik op de weegschaal en constateer dat het bestaan alweer wat verlicht is. Ik knipoog naar de waterkraan waar een dikke laag stof op slaapt. Boef, denk ik, jij boef. Hoe je mijn bestaan jarenlang ondraaglijk verlengde. Daar kraan je dan, waterkraan. Daar kraan je dan.

Voor ik het door heb is er een goede week vervlogen. Mijn bestaan is bijna op het nulpunt. Ik ben enkel nog een concept. Met dikke letters probeer ik de aandacht van mijn vriendin te trekken, maar die let niet op concepten. Zelfs niet in haar mailbox. Ik probeer het nog eens met een (3) erachter, ook in dikgedrukte tekens. Niks. Geen klik. Narrig sijpel ik haar inbox in. Daar zweef ik wat ijl rond, maar ik vind geen houvast.

De metalen klemmen in mijn benen die me naar de folder Ongewenst trekken. Die voel ik nog. Daarna vraag ik me af hoe verdampt water zich toch telkens herpakt.

Heeft u onze kat gezien ?


Verhaal door René van DensenIn deze straat worden alle katten vermist. De bomen en lantaarns hangen vol met poezensnoeten. Geen enkele kat wil hier blijkbaar blijven. Zwetend strompel ik langs de telefoonnummers en grote hoofdletters. De baasjes zijn ten einde raad.
Ik vraag me af of ik hier zou blijven als ik een kat was. Het is een straat zonder voortuin, en je hebt enkel uitzicht op het rolluik van de overburen. De bomen bladderen zich kaal. Platanen, uiteraard. Iemand heeft ooit bedacht dat platanen goede stadsbomen zijn.

In andere straten zie ik nog wel eens een kat wegschieten in een stuk kapotte omheining of onder een auto. De dieren zijn zenuwachtig in deze wijk. Ook de duiven hoppen zenuwachtig op de daken.

Er is een dak met trapvorm. Middenop de treden zit één duif, op de nok landt een ander. Die hopt enkele minuten later een tree omlaag. De andere duif wordt zenuwachtig. Dan nog een trede. De eerstgelande duif fladdert vlug een trede verder.
En daar komt het koppie weer. Hop, nog een trede. En weer fladdert de andere duif weg. Er zit een ruime trede tussen hen in, steeds.

In de straat om de hoek worden alle katten vermist. Ik mompel dat de duiven het hebben gedaan. En nu is deze straat aan de beurt.

Waar hoor ik

Waar hoor ik toch
dat geluid dat
een glimlach
tevoorschijn trekt

Het is zo’n onbeantwoord
onbeduidend beduid
dingesdruideltje

En hoe omschrijf je
het, is geen piep
is geen kraak, is
geen tik of bonk

’t Is geen geluid, het
is gestil, een golf waarop
ik mezelf meevoer en
niet weg, maar veranker

Waar hoor ik toch
die lokroep, die van veraf
luid als een sirene, maar
ter plekke volstrekt niet te plaatsen

Waar hoor ik dat
signaal dat mijn dromen dept,
mijn wensen wiegt en
het papier doet peinzen ?

Maar vooral ook,
waar hoor ik het? Hoor ik
het hier, hoor ik het daar,
of misleiden mij echo’s ?

Hoort het onder een letter
of onder een vlag, hoort
het te luisteren of dat
het wel mag ?

Hoort het hierbinnen
of mag het eruit ?
Uit het de slover of
fliert het een fluit ?

En zingt het soms
enkel maar voor mijn oren
of mag de hele
wereld het horen ?

Maar waar,
waar hoort het,
waar hoor ik het ?

Waar, zeg het, waar
waar hoor ik ?

Intercom


Verhaal door René van Densen“Dames en heren,” klinkt een krakkemikkig en verloren stemmetje door de intercom. “We komen zo aan. Op het station. Eindhoven.”

Er valt een pauze. “Bij aankomst op het station Eindhoven is het daar ter plaatse negen uur zesenveertig. Onze geplande aankomsttijd was negen uur dertig. We hebben kortom een vertraging -”

Nog een pauze. De intercom blijft aan staan. Even luister ik gespannen, om te horen of de man hardop zit te hoofdrekenen.

“- die écht heel erg lang is. Daarvoor bied ik u namens het treinpersoneel onze verontschuldigingen aan.”
Mooi opgelost. Maar de man is nog niet klaar. “Deze vertraging had allerlei oorzaken. Onder andere door de vertraagde sprinter die voor ons was. En door de hierdoor vertraagde goederentrein die eerst nog voor ging. Ook stonden we veel te vaak stil voor een rood sein. Hierdoor hebben we dan ook deze heel grote vertraging opgelopen.”

Ik verwacht nog een verontschuldigingetje en dat we op Eindhoven aankomen. Maar nee, de man is nog niet klaar.

“Zodra we zometeen aankomen op Eindhoven, is deze vertraging eigenlijk dan ook veel te groot geworden. Hierdoor zullen we met deze trein vanaf Eindhoven niet doorrijden, maar deze trein opheffen. Op die manier kan het overige treinverkeer weer hersteld raken. Helaas betekent dit dus wel dat u daar de dupe van bent.”

Gegrinnik alom. “Moet u dus doorreizen vanaf station Eindhoven, dan moet ik u helaas vragen de trein te verlaten. Als u een kwartier wacht op het perron, komt er een andere trein waarin u uw reis kunt vervolgen. Moet u echter bij station Eindhoven al uitstappen, dan heeft u een klein beetje minder pech. Op de eerder genoemde vertraging dan na, natuurlijk. En dat vinden wij zelf ook echt niet leuk, kan ik u zeggen.”

De trein staat stil. Zo te zien wacht de machinist tot het verhaal van de conducteur klaar is, voor we het station inrijden. Ik sta nog niet op uit mijn stoel.

“Als u zometeen op station Eindhoven de trein verlaat, en dat moet u dus helaas allemaal doen, vergeet u dan vooral niet uw eigendommetjes mee te nemen. Er is geen enkele reden om deze ochtend nog vervelender te maken dan deze vertraging het al maakt. Alvast bedankt, en nogmaals echt onze welgemeende verontschuldigingen voor eventueel ongemak dat deze schandelijke vertraging u oplevert.”

De intercom schakelt uit. Show over, denk ik. Maar amper dacht ik het, of hij schakelt nog één keer aan.

“Dames en heren, station Venlo.”