Iedereen vindt er maar op los, in het dolle, dezer dagen. Verplichting van meningsuiting. Je moét wat vinden, tegenwoordig, van alles wat er maar in de wereld en dit en dat. De meeste mensen hebben dan ook geen enkel probleem ermee om over álles meningen te uiten. En toch waren er reclames dat je met je mening geld kunt verdienen. Ik heb die reclames zelf niet gezien want ik kijk geen televisie. Maar lieve mensen die meedogen hadden met mijn situatie afgelopen jaar hadden het me doorgestuurd. En dat leek me ergens wel wat.
Ik ben niet echt een rücksichtloze eroplosvinder. Maar een mening over iets geven, dat kan ik wel. Immers: een schrijver. Die zouden toch wel dingen moeten kunnen vinden. Zou je denken. Dus ik probeerde het een tijdje. Ging uiteraard om enquêtes invullen. En om aanbiedingen te bekijken. En meer van die dingen. Telkens werd een kleine vergoeding beloofd.
Dat van die aanbiedingen, dat heb ik een maand gedaan. Toen bleek dat ik in die maand wegeteld veertien cent had verdiend. Die harde euro’s van de enquêtes, waar die heen zijn, dat is mij ook onduidelijk. Het schoot alvast niet op. Ik had waardevolle marketing-informatie aan derden verstrekt die lekker niks terug verstrekten. Dat kon anders.
Vroeger zei mijn beste vriend: “Weet je wat ik vind ? Ik vind een sleutelhanger.” En hij had gelijk. Een sleutelhanger vond je makkelijk. Die lagen destijds met honderden tegelijk op straat. En je hoeft niet heel veel televisie te kijken om te weten: ook de meningen zijn tegenwoordig van de straat.
Dus ging ik de straat op. Eerst probeerde ik het op de straathoek. Met een groot kartonnen bord. Mening, 10 euro. Ik wou me niet te goedkoop prijzen, maar zeker ook niet te duur. Ik woon niet in een stad waar mensen veel te besteden hebben. Heel veel bewoners liepen me voorbij, sommigen zagen het bord. Men dacht dat ik een grapje maakte en lachte eens hoofdschuddend.
Ik besloot, nee, ik vónd – een prima oefening – dat mijn aanpak te passief was. Ik zou de hort op moeten. Dus liep ik door de straten en klampte ik iedereen aan die ik daar trof. En die gaf ik ongezouten mijn mening. Voor minder doe ik het niet, dacht ik nog: als ik de volle prijs vraag voor mijn mening, moet het wel een goéde zijn.
In de wachtkamer van de huisartsenpost snapte ik ineens waarom andere mensen hun mening vooral via het internet geven. Het is een mooie uitvinding, dat internet. Vind ik tenminste.

