Ik ben op de terugweg van een sollicitatiegesprek. Het gesprek was ver weg. De trein wacht nog met vertrekken. Dit station is een van de eindpunten in Nederland. Vanzelfsprekend vraag ik me een beetje af: zou ik hier willen en kunnen werken ?

Het is de volgende dag en ik heb een kater. Van een kater word ik hitsig. Ik probeer me te beheersen. De zon schijnt. Dat helpt ook niet. De wereld spant tegen me samen. Ik krab op mijn schedel en kijk de wereld rond. Ziet er eigenlijk wel goed uit, vandaag. Ik heb nog maar een paar dagen over om me te misdragen. Benieuwd wat ik vandaag nog zal uitvreten. Ik heb nog heel veel dag.

De conducteur roept wat om en mijn telefoon gaat. Ik spreek een man die ik eerder deze week sprak. Één dag voor dit gesprek zelfs. Hij vraagt me hoe ik het gesprek vond gaan. Ik antwoord dat ik zijn bedrijf een fijn bedrijf vond, want dat vond ik ook. Leuke mensen, die er tevreden uit zagen. En een van de weinige bedrijven waar ik zelfs met de grootste fantasie ter wereld moreel niks tegenin kan brengen. Maar dat alles zeg ik natuurlijk niet. Enkel dat eerste.

Daar ligt mijn ene schoen. Daar mijn andere. Mijn rugzak zit onder het zand. Ik kan wel raden wat er gebeurd is. In de brandgang achter mijn woning word enkele dagen gegraven. En ik ben dronken naar huis gegaan. En in feite ga ik altijd langs mijn achtertuin mijn woning in. Vul het verhaal in en kleur de plaatjes.

Ja, hij vond het dus ook een leuk gesprek, zegt hij. En hij vraagt of ik maandag al wil beginnen. Even denk ik dat mijn telefoon niet goed werkt. Pardon ? Hij herhaalt zijn vraag. Het is echt. Ik zit al een jaar thuis, maar deze vraag is echt. Een eeuwigheid zoeft in een flits voorbij en ik zeg ja. De trein begint te vertrekken. Weg van mijn andere gesprek. Ik krijg sterk het vermoeden dat ik zo wakker zal worden en zal ontdekken dat ik me verslapen heb voor dit gesprek. En dat dit telefoongesprek niet heeft plaatsgevonden. Het voelt ineens alsof ik nog maar heel weinig dag heb.

De glazen klinken. We proosten. Iedereen is blij voor me. Ik heb een moeizaam jaar doorstaan en elke cent die ik kon besparen, bespaard. Ik heb er geen plezier en geen gekkigheden op bespaard. Ik heb mijn trots en mijn ruggegraat behouden. Het viel niet mee. Maar we leven nog. En we klinken. En we drinken. Hoe we ons morgen voelen, dat merken we dan wel weer. Wellicht zal de zon schijnen.

Share Button

Door Rene van Densen

Schrijver, dichter en mafkees René van Densen publiceert niet alleen op internet. Er zijn ook boekjes van hem te koop in zeer gelimiteerde oplagen (en hij doet niet aan tweede drukken).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *