René leest voor

Zool

De lijm had het nog zó lang volgehouden, maar nu zijn ze er wel zoetjesaan aan: mijn schoenzolen. Ik vind het geen reusachtige ramp, want er kleven vervelende herinneringen aan de schoenen. Maar praktisch waren ze wel. Snel aan, snel uit. Ach, zo gaan die dingen. Ook aan de binnenkant ging alles niet helemaal fantastisch meer. De binnenzolen waren een gescheurd en half uitgedroogd hoopje ellende. Hoog tijd om ze weg te smijten dus.
Lees meer

Enorm

Ik kom, in feite, uit een enorme familie. Twee na-oorlogse werpingen aan beide kanten. In Katholiek Brabant. Dus er werd flink geworpen, want je wist nooit hoe weinig ervan zouden overleven. En dat zijn dus nog maar de broers en zussen van mijn ouders. Vervolgens gaat iedereen netjes aan de twee punt vier kindjes, uiteraard. Gevolg: ik weet zelf allang alle namen niet meer van wie er familie van me zijn.
Lees meer

Monoloog

“Ja, knikker. Dat is weer even geleden. Heb je wel wat te eten in huis ? Want ik heb niet echt een geweldige dag gehad. Ik voelde me al niet goed vanochtend. En dan heb ik ook nog boomstammetje met prei en gebakken aardappeltjes gegeten, maar dat was niet goed. Die gebakken aardappeltjes, die frituren ze gewoon, dus dat is al smerige zooi. En dat boomstammetje was helemaal verschrikkelijk. Dus toen kreeg ik ook nog op het werk diarree, heb ik heel mijn broek volgescheten. Dus ik na het werk naar huis, onderbroek en broek verwisselen. En wat denk je ? Ja hoor: moest ik ook nog eens een partij kótsen, niet normaal.”
Lees meer

Dansen



Er was weer bier, en er waren weer mensen. Het schijnt zo te moeten zijn. Er sneuvelde glazen en er beklonken nieuwe vriendschappen. Maar één man, op een eindje van het terras, beklijfde. Al de rest vervloog in de beschonken hersencellen.

Hij stond er. Ineens. Een man met een sprekend, doch onopvallend gelaat. Donkere huidskleur. Blauwwit overhemd. Gestreken broek. Gepoetste schoenen. Stropdas in een Windsor. Drie plastic tassen. Hij zette ze op de grond. Viste er een tijd in. Haalde er een muziekding met reusachtige koptelefoon uit. Zette de koptelefoon op en begon te swingen. Middenop de caféstraat.
Lees meer

Lettergroothandel

Wegens het overweldigend succes van mijn internetverhaaltjes vind ik een aanbod. Zomaar, in mijn inbox. Van mijn e-mail. Van een grote landelijke lettergroothandel. Het alfabetwarenhuis stelt een samenwerking voor. Want wat zijn verhaaltjes nu zonder letters, stellen ze ludiek en vriendelijk in de elektronische brief. In eerste instantie moet ik het daar natuurlijk mee eens zijn.

Maar zoals altijd is de realiteit weer anders. Het blijkt dat ik, doelgroeptechnisch, vooral goed pas bij de letters J, Q, V, X en Y. Dus of ik vooral die letters in mijn woorden wil gebruiken. Dat is goed voor hun omzet, bewejren ze. Iq twyfel aanvankelyjx even. Enjerzijdq mqet de kachxel natuurlyk vel brqnden. Qnderzijdx, tjq, hey getujgt njet van qrote jntegryteit qm zomaav je zyel ye grabbej ye qooien.

Jk laat verder jn xet mjdden vat ix vqqr besljssinq qenomev xeb. Sommjqe djnqen hov je jmmerx prjvé.

Tuinbioloog

De terrasbioloog is aangeschoven bij de barbecue in mijn tuin. Dat maakt hem ineens een tuinbioloog. Of een barbecuebioloog. Hij lacht, grapt, eet. Wanneer hij mijn kat ziet, moet hij meteen naar haar toe.

Mijn kat moet niks van mensen hebben. Ze lijkt wel wat op haar baasje. Dus zij ontloopt de tuinbioloog, en de tuinbioloog er maar achteraan, met uitgestrekte handen. Als een hebberig kind. Kat rent, tuinbioloog rent.
Lees meer

Onrustdag

God, ja, die wel. Die had een rustdag. Sterker: hij heeft zich zes dagen een beetje uitgesloofd en daarna vond hij het wel best. Beetje uitkering trekken en TV kijken tot in de eeuwigheid. Als de productiviteit van God in een grafiek uitgedrukt werd, dan had je zes daagjes dat er wat piekjes waren, en een oneindig lange lijn dal. Elke dag is verdorie een rustdag voor Meneer, maar zondag dus al helemaal.
Lees meer