Vluchten

Verhaal door René van DensenDoor mijn vingers kijk ik toe, vanaf de bar. Wat verschrikkelijk: ook déze act is bizar goed. Ik voel paniek. De ene na de andere performance is geweldig en ik moet helemaal op het eind nog. Waarom zeg ik altijd ja op deze dingen ? Ik giet mijn biertje in mijn keel en wil weg, weg.

De bus naar huis rijdt niet meer. Dus dat is alvast niet handig. Ik wenk de barman om me nog maar een biertje te geven. De trein, dat zou nog kunnen. De trein naar die andere stad, dan toch. Naar mijn eigenlijke thuis. Maar bovenal: weg hier, wég. Een volgende dichter treedt op en ik luister. En jawel hoor: ook alweer goed. Godverdomme.

Ik glip het café uit. Zogenaamd omdat ik moet plassen – het toilet is tijdens de optredens niet beschikbaar (het zit achter het podium, je verzint dit niet). Er staan kindjes buiten iets met papiertjes en stiften te doen en ze roepen ‘meneer, meneer’ naar me en willen me een briefje geven. Ik zeg dat ik zo terug kom. Haastig vlucht ik een zijweggetje in.

Toevallig moet ik ook echt plassen, dus ik zoek een schaduwrijk plekje op. Maar ik overweeg serieus om te vluchten. Mijn set is niet goed genoeg. En bij mijn openingsgedicht zal ik keihard op mijn bek gaan. Fuk dit. Ik treed verdomme nooit meer op. Ik druppelschud en rits daarna mijn broek dicht. Ja hoor. Nadruppels. Ook dat nog.

Sta ik daar zometeen met mijn kutgedichten in de hand en natte plekken in mijn broek, denk ik verbolgen terwijl ik terugloop. Plichtsbesef doet me terugkeren, maar ik wil oprecht vluchten. Dit is oneerlijk, zoveel talent achter elkaar. Ik haat de organisator een beetje. Nooit meer, mompel ik, nooit meer.

Als ik het café terug wil binnenlopen, krijg ik een briefje van één van de kinderen in mijn hand gestopt. Oh ja, die briefjes, denk ik. Wat is daar ook alweer mee ? Verwonderd lees ik wat er op de mijne staat. Een grote smiley. En de tekst: “Veel gelek”.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *